Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Psyche:

15 laatste andere Psyche artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in Plus Magazine:

Verder zonder ballast



Jeugdtrauma's kunnen ook op latere leeftijd je leven grondig ontwrichten. Kan therapie als je al boven de 50 bent nog helpen? Drie mensen over hun ervaringen.

Henk Verhoeven (58) werd al jong wees: zijn vader overleed toen Henk drie was, zijn moeder twee jaar later.
“Sinds mijn vijfde op zoek geweest naar een veilige, warme plek. Vroeger moest ik ervoor vechten en vond ik het niet, en in mijn volwassen leven ging het eigenlijk ook zo. Ik zocht het in relaties, maar omdat ik zo bang was mensen kwijt te raken en ik niet met mijn emoties kon omgaan, paste ik me te veel aan en raakte ik mezelf kwijt. Waardoor ik natuurlijk juíst mensen verloor.
Het lukte me niet dat patroon te doorbreken. Logisch, want ik doorzag het niet. Ik was nooit met mijn verleden bezig geweest en wist niet wat de invloed van het verlies van mijn ouders is geweest. Of eigenlijk: van de manier waarop daarmee is omgegaan. Mijn tweelingzusje en ik kwamen in een pleeggezin terecht, maar het was meteen duidelijk dat zij liever alleen mijn zusje hadden gehad. Ze gaven me, behalve materiële dingen, helemaal niets. Integendeel: ik werd gezien als onhandelbaar jongetje en geregeld een tijdje bij andere mensen ondergebracht. Daarbij is er nooit met een woord over het overlijden van mijn ouders gepraat. Over geen enkel gevoel trouwens. Niet toen ik klein was, maar ook met mijn broers en zussen viel er later niet over te praten. Iedereen deed alsof er niets aan de hand was.

”Ik was té bang was om mensen te verliezen en riep het verlies daardoor juist over me af.”Als student had ik een geweldig vrije tijd en daarna ben ik getrouwd en vader geworden. Ik was altijd vrolijk, een echte gangmaker. Aan mijn huwelijk kwam een einde toen mijn pleegouders overleden, vrij snel na elkaar. Dat bracht natuurlijk emoties met zich mee en daar was binnen mijn huwelijk geen ruimte voor. Daarna heb ik verschillende nieuwe relaties gehad, maar het liep steeds opnieuw mis. Ik viel op vrouwen met problemen over wie ik me kon ontfermen. Ik gaf veel, kreeg weinig terug, vond nooit de plek waar ik naar op zoek was.
Ik realiseerde me steeds meer dat de manier waarop ik in het leven stond, te maken had met het overlijden van mijn ouders. Dat ik té bang was om mensen te verliezen en het verlies daardoor juist over me afriep. Ik hoorde van de Stichting Verlaat Verdriet en werd lid. Ik voelde dat ik thuishoorde bij die groep, dat ik daar op mijn plek was. In de nieuwsbrief werden workshops aangekondigd: een weekend lang bezig zijn met je verlies, samen met lotgenoten. Twee jaar nadat ik lid werd, heb ik me voor zo’n weekend opgegeven. Waarom op dat moment? Ik weet het niet precies. Er was snel plek vrij en het ging speciaal om verlies van beide ouders, en dat sprak me aan.

Het werd een confronterend weekend. Ik kwam binnen als lolbroek, maar daar werd door de groep en de leiding van de workshop al snel doorheen geprikt. Die clown in mij was een manier om mensen op afstand te houden en mijn eigen gevoel te overschreeuwen. In deze groep had ik die kant van mezelf niet nodig. Ik voelde me namelijk heel veilig. De sfeer was goed, de groepsleiding perfect en de lotgenoten begrepen natuurlijk precies waar ik mee worstelde. Ik kon mezelf laten zien, ik wérd gezien, ik wérd gehoord. Het gaf zo veel inzicht in mijn leven.
Dat eerste weekend is nu ruim een jaar geleden. De nasleep was niet gemakkelijk. Ik vroeg me geregeld af wat ik allemaal overhoop had gehaald. Maar gelukkig was de zorg van de Stichting heel goed. Ik ben blijven praten met de therapeut. En ik heb alsnog afscheid genomen van mijn ouders. Hun graven bleken al geruimd, maar op hetzelfde kerkhof heb ik bij een grillig gevormde boom een plek gekozen om ze te gedenken. Ik heb collages gemaakt over verschillende periodes in mijn leven en nagedacht over beelden en gevoelens die de periodes opriepen. Parallellen ontdekt, lijnen.
Dit jaar heb ik een tweede workshop gedaan. Ik merk dat ik weer een stap verder ben. Ik ben er nog niet, maar ik weet nu dat verlies een thema is in mijn leven. Dat zal het waarschijnlijk altijd blijven, maar ik leer er beter mee omgaan doordat ik mezelf beter leer kennen. Voorlopig wil ik geen relatie. Ik ben net verhuisd, heb het me comfortabel gemaakt op mijn eigen plek en dat wil ik zo houden. Ik moet mijn veilige plek bij mezelf zoeken.”

De Stichting Verlaat Verdriet is opgeheven, maar het werk wordt voortgezet door bureau Funale van therapeute Titia Liese. Meer info via www.biografischwerk.nl, mail bureau.funale@biografischwerk.nl. Telefoon 0341-260289. Het boek ‘Verlaat Verdriet’, geschreven door Titia Liese, is voor € 22,50 te bestellen via www.ankersmid.nl.


Tine Molenaar (62) werd als tiener seksueel misbruikt door een tante.
“Ik wilde er wel eerder over praten maar ik durfde niet. Zelfs erover nadenken vond ik al beangstigend. Ik stopte het weg, ruim dertig jaar lang. Dat lukte eigenlijk maar deels. Er zat altijd een steen in mijn maag, en als ik een simpel huishoudelijk karweitje deed, kwam het verdriet er soms uit. Dat was ik bijvoorbeeld aardappelen aan het schillen en viel er ineens een traan in de pan.
Therapie werd pas echt noodzakelijk toen er iets anders in mijn leven gebeurde: mijn jongste dochter kreeg anorexia nervosa. Toen werd het te veel in mijn hoofd. Het lukte niet meer het deksel op mijn gevoel te houden, de controle was weg. Dat was ontzettend beangstigend. Ik weet nog dat ik op de bank zat en dat ik mijn ogen niet dicht durfde te doen, uit pure angst dat ik dan helemaal gek zou worden. Ik durfde niet eens met mijn ogen te knipperen.
In therapie gaan vond ik ook ontzettend eng, maar ik wist dat er geen weg terug was. Alle emoties terugduwen, kon niet meer. Gelukkig was de therapeute bij de Riagg ontzettend aardig. Ze liet me praten, en als ik niet kon praten, liet ze me ook gerust een heel uur stil zijn. Ze liet me mijn eigen tempo bepalen. Ik heb verteld over wat er vroeger was gebeurd, wat mijn gedachten en gevoelens daarover waren en welke gevolgen het had gehad voor mijn leven.

”Ik heb veel nagedacht en gepraat over de opvoeding van mijn eigen dochters. Ik was nooit zo knuffelig geweest met ze, omdat ik hun grenzen niet wilde overschrijden. Had ik ze tekort gedaan?”Het misbruik stopte op mijn zeventiende, nadat ik tegen die tante had gezegd dat ik het niet meer wilde. Waarom had ik dat niet eerder gezegd? Een puber kan zich toch aan zoiets onttrekken? Maar zo zat het niet. Ik was nog echt een meisje op die leeftijd, een kuiken. Ik had ook de macht niet me eraan te onttrekken. Ik was het hulpje in de huishouding, ooit was ik vereerd geweest dat ze mij daarvoor vroeg. Mijn tante was een populaire vrouw, ze was excentriek, creatief, vrolijk. Vriendinnetjes waren jaloers dat ik zo’n leuke tante had.
Ik ontdekte ook waarom ik vaak bijna moest overgeven als mijn man ’s avonds een pilsje had gedronken en ik de alcohol rook als hij in bed stapte. Zij had altijd gedronken als ze aan me zat. Waarom ik er zo’n hekel aan had als mensen me wilden zoenen bij een begroeting. Omdat ik bang was en me afvroeg wat zo iemand van me wilde. Waarom ik altijd wijde kleding droeg, niet aantrekkelijk wilde zijn. Omdat ik dacht dat mijn tante mij misschien had uitgekozen omdat ik de grootste borsten had en ik daarom een hekel aan mijn borsten had en ze het liefst verborgen hield. Waarom ik altijd bezig was, nooit eens stilzat. Omdat ik daarmee mijn emoties onder controle hield. Ik heb ook veel nagedacht en gepraat over de opvoeding van mijn eigen dochters. Ik was nooit zo knuffelig geweest met ze, omdat ik hun grenzen niet wilde overschrijden. Had ik ze tekort gedaan? En waarom had mijn dochter juist díe ziekte gekregen?
Een jaar lang ben ik elke week naar therapie gegaan. Ik voelde me zelfs zo gesteund, dat ik naar die tante toe durfde te gaan om te zeggen hoe boos ik op haar was. De hulp van de Riagg heeft me veranderd. Ik weet niet precies hoe ik het moet omschrijven… Het heeft me ruimte gegeven in mijn lijf. Ik kan stil zitten, ik kan nadenken over wat er is gebeurd, ik kan het vertellen. Ik ben me anders gaan kleden, ik reageer minder heftig op alcohol, ik durf lichamelijker te zijn met mensen om me heen. De steen in mijn maag, die er altijd zat, is weg.”

De naam Tine Molenaar is om privacyredenen gefingeerd


Hanny Krab (57) heeft jaren geworsteld met het effect dat het verleden van haar ouders had op haar opvoeding. Haar moeder zat in de oorlog in een Japans kamp, haar vader werkte als dwangarbeider aan de Burma-spoorlijn.
“Een vriendin moest het tegen me zeggen. ‘Hannie’, zei ze, ‘je bent nu ingestort’. Ik was totaal in paniek en raakte de greep op de werkelijkheid volledig kwijt. Er was te veel gebeurd. Een jaar daarvoor had mijn jongste pleegkind zelfmoord gepleegd, ik was aan het verhuizen, en die ochtend wilde ik me ziek melden op mijn werk en zei de secretaresse dat mijn afdeling ‘dicht’ was, waaruit ik in paniek en natuurlijk onterecht concludeerde dat mijn werkplek was opgeheven. Alles wat ik had in mijn leven, was weg.
Ik heb mezelf altijd als een sterke vrouw gezien. Ik werkte hard, had veel vrienden, ik was onafhankelijk en nooit ziek. Maar nu ik mezelf beter ken, weet ik dat er altijd een muur om me heen stond. Mijn ex-man zei ooit: jij houdt altijd een slag om de arm. Destijds snapte ik dat niet, maar hij had gelijk. Ik durfde niet kwetsbaar te zijn, vertrouwde niemand genoeg om mezelf te laten zien.
Het heeft alles te maken met het gezin waar ik uit kom. Mijn vader werkte als dwangarbeider aan de Burma-spoorweg, mijn moeder zat met haar oudste kinderen in een Japans kamp. Tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd zijn twee broers van me voor de ogen van mijn moeder vermoord. Ik en mijn zusje zijn pas na de oorlog geboren. Wij maken geen deel uit van die afschuwelijke ervaringen en daardoor waren we de buitenbeentjes van het gezin. We hoorden er niet helemaal bij. De ervaringen van mijn ouders bepaalden hun manier van opvoeden. Die was doortrokken van angst. Angst voor de buitenwereld, angst voor andere mensen. Als ik een minuut te laat uit school kwam, wist ik dat ik iets vreselijks had gedaan. Ik heb niet geleerd om met vertrouwen in het leven te staan, niet geleerd met gevoelens om te gaan. En dat neem je mee in je werk en je relaties.

”Zelfs het verdriet over de zelfmoord van mijn pleegkind stopte ik weg. Ik ging een paar dagen later alweer aan het werk en praatte er niet meer over.”Als er iets ingrijpends gebeurde in mijn leven, stopte ik mijn gevoelens daarover weg. Ik stapte bijvoorbeeld vrij gemakkelijk over mijn scheiding heen. En toen ik van mijn huisarts te horen kreeg dat ik onvruchtbaar was, reageerde ik daar nauwelijks op. Hij vroeg begrijpend wat ik nu zou gaan doen, en mijn antwoord was: ‘Ik ga nu naar mijn werk.’ Zelfs het verdriet over de zelfmoord van mijn pleegkind stopte ik weg. Ik ging een paar dagen later alweer aan het werk en praatte er niet meer over. Tot dus die dag dat ik dacht dat mijn werkplek was opgeheven. Dat was blijkbaar de druppel. Mijn werk was mijn houvast, zonder dat redde ik het niet.
Via de huisarts kwam ik bij de Riagg terecht. Daar heb ik een jaar therapie gehad en dat hielp, maar het raakte de kern van mijn problemen niet, dat voelde ik. En toen moest ik ineens denken aan mijn overleden zus, die me op haar sterfbed had verteld dat ze in therapie was geweest bij Centrum ’45, een therapeutisch centrum voor oorlogsslachtoffers, en dat zij mij ook zouden kunnen helpen. Ineens begreep ik wat ze daarmee had bedoeld. Ik heb Centrum ‘45 gebeld. Toevallig net toen het telefonisch spreekuur was. De therapeute vroeg hoe het met me ging, en ik moest meteen zó huilen. ‘Iemand moet het nu van me overnemen’, zei ik, ‘ik kán het niet meer’. Ik vond het vreselijk eng om mijn verdriet uit handen te geven. Daar was vertrouwen voor nodig en dat had ik nou juist niet. Maar ik voelde dat het erop of eronder was.

Het was heerlijk ergens op mijn plek te zijn, gehoord en begrepen te worden. Ik was oorlogsslachtoffer, ook al was ik pas na de oorlog geboren. Het was goed dat te erkennen, maar de boodschap van de therapie was ook: je bent nu volwassen en je hebt de verantwoordelijkheid de slachtofferrol achter je te laten en iets van je leven te maken. Ik kreeg deels individuele therapie en deels in een groep. Ik durfde mijn gevoel te laten zien, leerde ernaar te luisteren en er op te anticiperen, ik ontdekte mijn grenzen. En na bijna twee jaar kon ik het afsluiten. Ik heb ‘officieel’ afscheid genomen van de groepsgenoten door ze in mijn laatste bijeenkomst te vertellen waarom ik dacht dat ik de therapie niet meer nodig had. Vijf jaar geleden was dat, en wat ik toen vertelde, geldt nog steeds. Ik kijk realistischer naar mezelf en naar anderen, ik weet waar mijn grenzen liggen en hoef niet iedereen altijd te helpen. Als er iets ingrijpends gebeurt in mijn leven, ga ik daar niet meer aan voorbij, maar zoek ik hulp als dat nodig is. En, het belangrijkste, ik heb ervoor gekozen te léven, écht te leven en te genieten van wat ik doe. Er is balans gekomen in mijn leven.”

Voor meer info: Centrum ’45, www.centrum45.nl. Telefonisch spreekuur: 071-5191560 (ma t/m vrij, 10.00 – 12.30)


Carlo Mittendorff is crisispsycholoog, psychotherapeut en psychotrauma-deskundige. Hij is auteur van het boek ‘Ik ben er kapot van’, over de verwerking van schokkende gebeurtenissen.
“Als je gewoon functioneert, als je geen lichamelijke of psychische klachten hebt die je dwars zitten, dan zou ik er niet voor pleiten om oude wonden open te halen. Iets ingrijpends verwerken, kan alleen iets opleveren als je er last van hebt. Als je geheugen je genadig is en je je gewoon niet veel herinnert of als je het goed genoeg verwerkt hebt om te kunnen functioneren, waarom zou je het jezelf dan moeilijk maken?
De meeste mensen die na jaren alsnog hulp zoeken bij het verwerken van een ingrijpende gebeurtenis uit hun jeugd, hebben daarin niet zo veel te kiezen. Meestal kúnnen ze niet anders dan hulp zoeken omdat het oude verdriet zich op de een of andere manier op de voorgrond dringt. En dat gebeurt niet zelden als mensen wat ouder zijn. De kinderen zijn het huis uit, het werk stopt of er komen gezondheidsproblemen, en daarmee vallen ‘vluchtroutes’ weg die mensen op de been hielden. Ineens is er ruimte voor lang weggestopte gevoelens.
Therapie kan het leven in eerste instantie nog verder op zijn kop zetten. Allerlei oud verdriet en oude pijn komt naar boven en dat roept heftige gevoelens op. Maar dat is geen reden de confrontatie niet aan te gaan. Dat doe je immers omdat het leven mét het onverwerkte trauma niet meer gaat. De kans dat je er beter uitkomt, is behoorlijk groot. Mensen zijn wel eens bang voor de consequenties van therapie. Bang dat huwelijken erdoor onder druk komen te staan of dat er andere ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden. Die angst is niet altijd ongegrond. Maar hoe ver het gaat, is deels afhankelijk van het soort therapie dat je kiest. En dat is weer afhankelijk van de precieze klachten. Bij traumabehandeling gaat het om het verwerken van díe gebeurtenis en dat kan prima zonder een heel leven overhoop te halen. Psychotherapie gaat een stap verder, maar is alleen nodig als het onverwerkte verdriet voor verdergaande problemen heeft gezorgd. Wat er nodig is, kan in gesprek met een hulpverlener worden bepaald.
Cijfers over hoe succesvol therapie is voor het verwerken van jeugdtrauma’s, zijn er niet. Maar uit mijn jarenlange ervaring kan ik wel vertellen dat de kans op succes behoorlijk groot is. En succesvol is het als de herinnering aan de ingrijpende gebeurtenis en de gevolgen ervan, niet meer allesoverheersend zijn. Dat bereik je door stapje voor stapje je gevoelens te herkennen en te uiten. Herinneringen oproepen, je gevoel erbij oproepen, dat niet wegstoppen maar aangaan, en zo die scherpe gevoelens laten slijten. Daarmee gaan ze niet helemaal weg – en dat is logisch want je kunt de gebeurtenis niet ongedaan maken – maar ze worden wel hanteerbaar. Je kunt erover vertellen zonder er bang van te worden en zonder door emoties te worden overspoeld. Dat is volgens mij grote winst.”

Het boek ‘Ik ben er kapot van’ is verschenen bij uitgeverij Boom en kost € 13,90.



Januari 2005

Fréderike Geerdink - Journalist