Linken naar deze pagina?
Die Marokkaanse jongens maakten er een sport van om zo vaak mogelijk de feestzaal in en uit te lopen zonder volle of lege glazen, borden en asbakken mee te nemen. Kwam er eentje de keuken in, zei ‘ie vol trots tegen zijn collega: “Dat was de áchtste keer!”. Die cateraar heeft het dus nu gehad met Marokkaanse jongens, ze komen er niet meer in.
Het verhaal wordt opgetekend uit de mond van Frits Spangenberg, directeur van onderzoeksbureau Motivaction, dat vorig jaar onderzoek deed naar de houding van het Nederlandse bedrijfsleven tegenover allochtonen. Ook dichter bij huis heeft hij een ervaring paraat: een paar jaar geleden nam hij een vrouw met hoofddoek aan. “Ze was slim, snel van begrip en ze paste uitstekend binnen het bedrijf. Ze werkte in een team van vijf mensen. Het ging uitstekend, tot de enige andere vrouw in het team een nieuwe baan kreeg en vertrok. Ze was nu de enige vrouw in het team en dat kon niet volgens haar geloof.” Spangenberg probeerde nog binnen het bedrijf een andere plek voor haar te vinden, maar het probleem bleek onoplosbaar. “Er kwam een ontslagprocedure bij de rechtbank. Het heeft me zeven maandsalarissen gekost.”
Verhalen als deze gaan gemakkelijk een eigen leven leiden en kunnen andere bedrijven op voorhand ontmoedigen in hun bedrijf allochtonen aan de slag te laten gaan. “Zulke verhalen”, zegt Spangenberg, “kunnen ook ondernemers die geen slechte ervaringen hebben met allochtonen, huiverig maken allochtonen in dienst te nemen.” Zonde, vindt hij, dat de vele positieve ervaringen met allochtone werknemers moeilijker beklijven.
”Bepaalde groepen allochtonen denken steeds sneller dat het aan hun naam of achtergrond ligt als ze een baan mislopen.”Dat het ergens niet botert tussen verschillende groepen allochtonen en de arbeidsmarkt, blijkt overduidelijk uit de werkloosheidscijfers van het CBS. Niet-westerse allochtonen zijn gemiddeld drie keer zo vaak werkloos als autochtonen, onder Marokkanen is de werkloosheid sinds 2001 meer dan verdubbeld en Marokkaanse jongeren zijn twee keer zo vaak werkloos als autochtone jongeren. Sommigen geloven dat er vooral discriminatie aan ten grondslag ligt, anderen menen dat taal- en onderwijsachterstanden hun uitwerking niet missen. Sigrun Scheve, beleidsadviseur arbeidsmarkt bij het Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR), gelooft in beide en denkt dat het probleem verscherpt wordt door wederzijdse vooroordelen: “Autochtonen worden steeds kritischer en bepaalde groepen allochtonen denken steeds sneller dat het aan hun naam of achtergrond ligt als ze een baan mislopen.”
Zonder diploma
Deze polarisatie komt ook in de recente statistieken tot uiting. Volgens een rapport van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat half april verscheen, neemt een kwart van het midden- en kleinbedrijf liever geen etnische minderheden in dienst. De helft van het bedrijfsleven verkiest Oost-Europeanen boven andere groepen allochtonen. Soortgelijke weerstand blijkt uit een peiling van Motivaction. Het bureau stelde in oktober 2004 vats dat directeuren nog ‘niet klaar zijn voor nieuwe Nederlanders’: 45 procent zegt extra voorzichtig te zijn met het aannemen van allochtonen (in dit geval: Turken, Surinamers, Marokkanen en Antillianen) en eenderde vult vacatures liever met Oost-Europeanen dan met ‘traditionele’ migrantengroepen.
Naar de redenen om ‘voorzichtig’ te zijn, is vaak ook gevraagd. In het onderzoek van Motivaction geeft ongeveer eenderde van de directeuren aan in het verleden meer slechte ervaringen met allochtone dan met autochtone werknemers te hebben gehad. Ruim de helft gelooft dat Oost-Europeanen gemotiveerder zijn, een kwart vindt hun cultuur beter aansluiten bij de Nederlandse.
Daarnaast laten cijfers zien dat het opleidingsniveau van allochtonen lager ligt dan dat van autochtonen; dat 20 procent van de Turken en Marokkanen en 10 procent van de Surinamers en ntillianen een opleiding zonder diploma verlaat – tegenover vijf procent van de autochtonen. Frits Spangenberg van Motivaction: “Werkgevers zijn niet klaar voor allochtonen, maar allochtonen ook niet altijd voor werkgevers.”
“Klagen dat ze een baan niet krijgen omdat ze een hoofddoek dragen bijvoorbeeld. Dan denk ik: dan heb je zelf de keus om die hoofddoek wel of niet te dragen.”Frits Huffnagel, wethouder van Economische Zaken in Amsterdam, gelooft dat ook aan de houding van jonge allochtonen wel wat mag veranderen: “Ik was laatst te gast op een vmbo-school. Een meisje in de zaal blies enorm hoog van de toren: werkgevers moesten dít en dát om allochtonen meer kans te geven op de arbeidsmarkt, ze had een heel eisenpakket. Ik zei: ‘Hé, wacht eens even, jíj bent toch de vragende partij? Jíj wilt toch een baan?’”
Die houding ziet hij wel vaker als hij scholen bezoekt, zegt Huffnagel, net als jongeren die zich opstellen als slachtoffers. “Klagen dat ze een baan niet krijgen omdat ze een hoofddoek dragen bijvoorbeeld. Dan denk ik: dan heb je zelf de keus om die hoofddoek wel of niet te dragen. Ik vind het geen schande als een werkgever in het midden- of kleinbedrijf een sollicitant afwijst omdat ze een hoofddoek draagt. Hij is er misschien niet mee bekend en weet niet wat hij zijn bedrijf binnenhaalt, terwijl één persoon grote invloed kan hebben op de sfeer in je bedrijf. Dan is het niet zo raar dat hij aan zijn brood denkt en aan de gezinnen van zijn andere werknemers.”
Aan de andere kant, zegt hij, kijken we van vrouwen-met-hoofddoek achter de kassa inmiddels al lang niet meer op. En is het deels ook die onbekendheid met mensen uit andere culturen die werkgevers terughoudend maakt allochtonen aan te nemen. Huffnagel: “Voldoende stageplekken zijn daarom ontzettend belangrijk. Het is bekend dat allochtone leerlingen en studenten niet makkelijk aan een stageplaats komen en daar moet echt wat aan veranderen.”
Volgens Sigrun Scheve is Huffnagels mening een mooi voorbeeld van hoe ‘kritisch kijken’kan doorslaan naar ‘discriminatie’: “Wie begrip heeft voor een werkgever die een vrouw met een hoofddoek niet aanneemt, heeft dus begrip voor werkgevers die de weet aan hun laars lappen. Iemand op die grond weigeren is in strijd met de Wet Gelijke Behandeling.” Maar werkgevers vinden het heel normaal dat ze na slechte ervaringen terughoudender worden in het aannemen van allochtonen. Dat verbaast Scheve: “Worden we ook terughoudender in het aannemen van autochtonen als we daar slechte ervaringen me hebben?”
Een kleine proef met honderd gefingeerde open sollicitiaties, toonde aan dat een fictieve Marloes veel gewilder is als sollicitant dan ene Fatima.‘Een kritische houding’ en discriminatie’ liggen soms dicht bij elkaar. Het is niet altijd even duidelijk of die dunne scheidslijn vaker overschreden wordt dan één of pakweg vijf jaar geleden. Er zijn wel cijfers beschikbaar, maar die zijn voor velerlei uitleg vatbaar. Sociale Zaken bijvoorbeeld, meldt dat eenderde van de allochtonen discriminatie ervaart tijdens collicitaties. Bij het Meldpunt Discriminatie van de FNV kwamen in drie maanden tijd 88 ernstige klachten binnen over discriminatie. Bij de discriminatiemeldpunten is 18 procent van de klachten ‘arbeidsgerelateerd’, en een kleine proef van onderzoeksbureau Intelligence Group, met honderd gefingeerde open sollicitiaties, toonde aan – voor wie het zo wil zien althans – dat een fictieve Marloes veel gewilder is als sollicitant dan ene Fatima.
Gert-Jan Waasdorp, directeur van Intelligence Group: “Marloes werd zeven keer uitgenodigd en Fatima drie keer. Wie vette discriminatiecijfers wil, zegt dat Marloes 250 procent vaker werd uitgenodigd voor een gesprek. Je kunt ook zeggen: vier procent meer werkgevers nodigden Marloes uit. Nog minder spectaculair: beide dames kregen een minimaal aantal uitnodigingen. Zowel Marloes’ als Fatima’s glas was leeg, alleen in die van Marloes was een drupje achtergebleven.”
Hij ergert zich eraan hoe vaak er met cijfers wordt gegoocheld: “Natuurlijk, het getuigt van realisme om te erkennen dat discriminatie op de arbeidsmarkt bestaat. Maar ook autochtonen worden gediscrimineerd. Op sekse, op leeftijd, op handicap, noem maar op. Maar de klachten van allochtonen worden eruit gepikt.”
Leeftijdsdiscriminatie
Ook andere cijfers zijn niet erg hard: je gediscrimineerd vóelen bijvoorbeeld, is iets anders dan gediscrimineerd wórden. In het ministeriële rapport staat een erg opvallend staaltje cijfermanipulatie: de arbeidsgerelateerde klachten zouden zijn gestegen van 634 in 2003 (18 procent van het totaal) naar 750 vorig jaar (30 procent van het totaal). De cijfers worden niet verder gespecificeerd, maar navraag bij Martin Jansen van het disciminatiemeldpunt in Utrecht en bestuurslid van de overkoepelende vereniging van discriminatiemeldpunten, brengt wat licht in de duisternis: “De volledige landelijke rapportage over 2004 is nog niet rond en de Utrechtse ook nog niet, maar ik voorspel dat een flink deel van die stijging discriminatie op leeftijd betreft en niet op etniciteit. Leeftijdsdiscriminatie is sinds mei 2004 verboden en in Utrecht is het aantal meldingen gestegen van 5 in 2003 naar 31 in 2004.”
En toch, zegt Sigrun Scheve van het LBR, zijn uiteenlopende interpretaties van de cijfers nog geen reden het probleem niet serieus te nemen en de achterstanden op de arbeidsmarkt alleen aan de taal- en odnerwijsachterstand van allochtonen te wijten. Ze herinnert aan een onderzoek van de Erasmus Universiteit uit 2002, waaruit bleek dat allochtonen vaak onder hun niveau werken, ongeacht hun hoogst genoten opleiding. De werkloosheid onder hoogopgeleide autochtonen is drie procent, die onder hoogopgeleide allochtonen tien procent. Waarmee ze maar wil zeggen: ook een prima diploma en een goede beheersing van het Nederlands, zijn geen garantie op succes.
Bovendien speelt er nog iets anders dat nauwelijks aandacht krijgt. Scheve: “Werkgevers, zeker in het midden- en kleinbedrijf, zoeken nieuw personeel vaak in hun eigen netwerk, terwijl allochtonen ook hun netwerk proberen te gebruiken én via de Centra voor Werk en Inkomen zoeken. Die twee netwerken sluiten niet op elkaar aan.”
Ook Daniel Garcia Soto, beleidsmedewerker arbeid bij de FNV en betrokken bij het meldpunt discriminatie van de bond, bestempelt discriminatie als een serieus probleem. Die 88 klachten in drie maanden, hoe ‘hard’ zijn die? “Dat weten we niet”, zegt hij. “De klachten zijn doorgestuurd naar de betreffende bonden en die zoeken verder uit welke actie nodig is.” Hij laat weten dat de klachten over werving en selectie gingen maar voor een groot deel ook over discriminatie op de werkvloer tussen werknemers onderling. “Er zaten een paar gevallen bij van mensen die aantoonbaar niet werden uitgenodigd voor een gesprek omdat ze allochtoon waren”, zegt hij. “Klachten over discriminatie komen echt niet alleen van ongediplomeerde jongeren maar ook van hoger opgeleiden die het Nederlands uitstekend machtig zijn.”
“Sterke, zelfverzekerde en goed opgeleide mensen voelen zich niet zo snel gediscrimineerd.”Wat zowel Frits Spangenberg van Motivaction als Geert-Jan Waasdorp van Intelligence Group in twijfel trekken. Waasdorp: “Sterke, zelfverzekerde en goed opgeleide mensen voelen zich niet zo snel gediscrimineerd.” Velen, zegt hij, vergeten bij zichzelf te rade te gaan. “Natuurlijk, er zit fout volk tussen de werkgevers, maar zoek het eens bij jezelf en bedenk je dat je ook gewoon je opleiding af had kunnen maken en dat je dan veel betere kansen had gehad. Zouden veel jongeren die klagen dat ze worden gediscrimineerd, al gesolliciteerd hebben bij de landmacht? Daar hebben ze geloof ik zo’n vierduizend mensen nodig. Die kunnen zich geen discriminatie permitteren.”
Mei 2005
©2005 Fréderike Geerdink
site-engine: Pêng Smart Web Design
- beheer