Linken naar deze pagina?
Ze ziet parallellen tussen het vak dat ze ooit wilde en het vak waar ze nu voor heeft gekozen: huisarts en verpleeghuisarts. De patiëntengroep is weliswaar een stuk smaller, maar verder is de verpleeghuis-geneeskunde een breed vak, zegt basisarts Jenneke Broersma: “Alles zit erin, van interne tot neurologie en van huisartsgeneeskunde tot het begeleiden van families bij het maken van keuzes.” Broersma zit middenin het praktijkgedeelte van het project ‘Arts weer aan de slag’ en geniet van elke dag die ze meeloopt in een verpleeghuis om de eerste ervaring op te doen, als opstap naar een opleidingsplaats. “Dit is een bevestiging van wat ik al wist: verpleeghuisgneeskunde is echt wat voor mij.”
Het project ‘Arts weer aan de slag’ is bijna een half jaar bezig. Na de eerste zes weken, die in het teken stonden van kennisoverdracht en het ontwikkelen en opfrissen van persoonlijke en professionele vaardigheden, zijn de deelnemers bezig met het praktijkgedeelte. Sommigen hebben al een stageplek gevonden, anderen zoeken nog. “De deelnemende artsen hebben allemaal een andere achtergrond”, zegt project- en cursusleider Marijke Vos. “Basisartsen, huisartsen, specialisten, sociaal geneeskundigen. Sommigen kozen er ooit voor een tijd niet te werken, maar vaak waren het ook omstandigheden die hun carrière onderbraken. En nu willen ze hun vak weer oppakken.”
Motivatie, dat was voor de organisatoren van het project – een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA), uitgevoerd in samenwerking met de KNMG en arbeidsbemiddelingsbureau SWG Arts en Werk – het belangrijkste criterium waarop potentiële deelnemers aan ‘Arts weer aan de slag’ werden geselecteerd. Ook leeftijd speelde een rol: deelnemers moeten uitzicht hebben op nog enige jaren beroepsuitoefening. Dat was een voorwaarde van de geldschieter, het ministerie van VWS, die de investering in ooit opgeleide artsen niet verloren wil laten gaan en wil inspelen op de groeiende behoefte aan artsen. Van de zestig aanmelders bleef de helft over: zes mannen en vierentwintig vrouwen.
“Een algemeen co-schap leek me wel wat, maar er waren al te veel co-assistenten en men vond mijn kennis verouderd.”Jenneke Broersma is al lang uit het vak: na de opleiding tot basisarts wilde ze de huisartsopleiding doen, maar die was niet te combineren met het moederschap. Toen de kinderen wat groter werden, zorgden andere omstandigheden ervoor dat het niet lukte de draad weer op te pakken. Sinds een paar jaar zijn de kinderen goeddeels de deur uit en stort ze zich op de geneeskunst. “Ik ben begonnen met zelfstudie”, zegt ze. “Boeken aangeschaft en thuis aan tafel studeren. Interne, neurologie, chirurgie. Hoe meer ik met mijn vak bezig was, hoe meer zin ik kreeg terug te komen.”
Maar de stap naar wérkelijk het vak weer oppakken, bleek moeilijker dan gedacht: “Een algemeen co-schap leek me wel wat, maar er waren al te veel co-assistenten en men vond mijn kennis verouderd.” Ze legde de lat wat lager: een werkervaringsplaats, gewoon eens meekijken over de schouder van een verpleeghuisarts, dat moest toch lukken? Maar Broersma bleek opnieuw niet ‘vers’ genoeg. “Eigenlijk had ik het rond vorig zomer al bijna opgegeven”, zegt ze. “Tot ik las dat het project ‘Arts weer aan de slag’ werd gepresenteerd. Ik had al eens een enquete van de VNVA ingevuld over herintreden en ze vaak gebeld over het vervolg daarop, en nu was het dan zover. Na de presentatie heb ik me meteen aangemeld.”
Scherpe geesten
Haar mede-cursist Hélène Berkhemer – huisarts en bedrijfsarts met een vrijwel aaneengesloten arbeidsverleden van ruim twintig jaar – is sinds ruim een maand officieel werkloos maar ook voor haar bleek het moeilijk een nieuwe baan te vinden. Vorig jaar werd haar ontslag wegens reorganisatie aangekondigd en kreeg ze een outplacement-traject aangeboden, maar dat had nog niet het gewenste resultaat. In het outplacement-traject, legt ze uit, draait het om het analyseren van het arbeidsverleden en de eigen vaardigheden en tekortkomingen. “Daardoor heb ik een scherper beeld van mezelf, wat bij sollicitaties belangrijk is. Ik ben vindingrijk en ordelijk en heb een sterk analytisch vermogen en kan wat communicatie betreft nog wel wat bijleren. Bij ‘Arts weer aan de slag’ kan ik die punten en de dingen die ik belangrijk vind in een baan, concreet maken. Het is heerlijk om met scherpe geesten bij elkaar te zitten, interessante sprekers te horen en echt aan het denken gezet te worden over wat míjn plek is in de geneeskunde.”
En daar is ze wel uit: ze wil een functie waarin ze diagnostisch-therapeutisch bezig is, gekoppeld aan een sociaal werkterrein. GGD-arts bijvoorbeeld, of verpleeghuisarts. Terug in de bedrijfsgeneeskunde wil ze niet. “Ik kijk met zeer veel plezier terug op de tien jaar in mijn vorige baan”, zegt ze, “en dat genoegen wil ik voor de komende tien jaar ook. En daarvoor moet ik nu de bedrijfsgeneeskunde uit, want daarin kan ik niet meer groeien.”
”We zijn een dag in het skillslabvan het UMC Utrecht geweest en daar bleek ik het infusen prikken, reanimeren en hechten helemaal niet verleerd te zijn.”Het nadenken over een doel in het werk, is volgens Marijke Vos één van de belangrijkste onderdelen van het traject. “Het merendeel van de cursisten heeft iets meegemaakt in het werk waar ze niet gelukkig mee waren. Een reorganisatie, zoals bij Hélène, of enorme werkstress met een burn-out als gevolg.” Daar krijg je, zegt Vos, een knauw van. “Het tast je zelfvertrouwen aan. Dat zie je ook bij mensen die er al heel lang uit zijn; zij vragen zich af of ze het nog wel kúnnen. Individuele coaching gecombineerd met het praten en denken in een groep gelijkgestemden, werkt enorm inspirerend en stimulerend.”
Niet alleen voor Berkhemer, maar ook voor Broersma herkenbaar. “Voor het project begon, had ik een korte stageplaats, maar daar had ik ongelooflijk veel moeite voor gedaan, terwijl het nu al na één telefoontje raak was.” Een ‘droomplek’: het hoofd van de medische dienst kende het project en wilde Broersma meteen onder supervisie laten werken. Na een gesprek op maandag kon ze op dinsdag meteen aantreden. Broersma: “Ik voelde me sterker door de ruggesteun van het project. Niet alleen de morele steun, ook vakinhoudelijk ben ik zekerder geworden. We zijn een dag in het skillslab van het UMC Utrecht geweest en daar bleek ik het infusen prikken, reanimeren en hechten helemaal niet verleerd te zijn. Voor mij is zelfvertrouwen de spil van ‘Arts weer aan de slag’.” Inmiddels is de stageperiode bijna voorbij en heeft ze een veelbelovend gesprek gehad voor een opleidingsplaats in een verpleeghuis. “De uitslag kan elk moment komen.”
“Nooit gedacht dat werkloos zijn zó’n pittige baan is.”Hélène Berkhemer heeft nog geen stageplek gevonden. Ze was, zegt ze zelf, iets te optimistisch over haar kansen. “Ik dacht: ik doe een paar korte waarnemingen en dan heb ik genoeg ervaring om weer een baan te vinden, maar zo simpel was het niet. Tien jaar geleden was ik kortstondig werkloos en schreef ik me in bij SWG Arts en Werk en stond de telefoon elke dag roodgloeiend. Nu stond ik al een tijdje bij vijf uitzendbureau’s ingeschreven en er komt níets! Ik moet ‘Arts weer aan de slag’ gelijk geven: éérst stage lopen, dán verder kijken.”
In de intervisiegroep van het project, die geregeld bijeenkomt, doet ze tips op en krijgt ze van collega’s en cursusleiding namen, websites, vacatures aangereikt. “Nooit gedacht dat werkloos zijn zó’n pittige baan is”, zegt ze. “Ik moet oppassen er niet meer dan fulltime mee bezig te zijn. Ik kreeg een goeie tip: werk zoeken is een baan en dat doe je overdag, daarnaast moet je tijd houden voor andere dingen, voor ontspanning en een sociaal leven. Dat probeer ik nu.”
Balletje
Het valt haar niet altijd mee, zeker omdat vacaturesites bezoeken, netwerken en een gesprek bij het CWI niets concreets oplevert, zoals, om maar eens wat te noemen, een netjes gehechte vinger of een ingevuld keuringsformulier. “Mijn streven is het om mórgen een baan te hebben. Oké, een stageplek. En daarna gaat dan het balletje rollen en komt er een opleidingsplaats uit. Of dat reëel is? Ja, dat moet ik geloven, anders word ik somber.” Vanwaar toch dat enorme ongeduld? “Vanwege een inténse behoefte in mezelf: ik wil dókteren!”
Mei 2005
©2005 Fréderike Geerdink
site-engine: Pêng Smart Web Design
- beheer