Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Multiculturele samenleving:

15 laatste andere Multiculturele samenleving artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in Contouren:

Uitgenodigde vluchtelingen


Na jaren vluchtelingenkamp eindelijk veilig



Wat maar weinig mensen weten, is dat er ook vluchtelingen zijn die op uitnodiging van de Nederlandse regering naar ons land mogen komen. Het gaat dan om mensen die vaak al jarenlang onder de meest erbarmelijke omstandigheden in een vluchtelingenkamp in een buurland verblijven en geen enkel perspectief hebben op terugkeer naar het land van herkomst of een veilig onderkomen in de regio. In internationaal verband zijn afspraken gemaakt om deze mensen naar veilige landen te halen, waaronder Nederland.


Elf jaar lang zat ze in een vluchtelingenkamp in Ghana, alleen met haar broertje en een neefje. Vierentwintig is ze nu. Volwassen geworden in het kamp. Het was er elke dag een strijd om te overleven, vertelt ze, en alleen soms werd er voedsel uitgedeeld. En nu zit Fata Jallah in een kamer in AZC Amersfoort. Samen met Nelly Dokie (28) en haar zes-jarige dochter Diamond, geboren in het kamp. Terug naar Liberia was voorlopig onmogelijk, en een nieuw leven opbouwen in Ghana zat er ook niet in. Vandaar dat ze nu in Nederland zijn. Uitgenodigd door de Nederlandse regering. Een asielprocedure doorlopen hoeven ze niet, dat is in het vluchtelingenkamp al gedaan. De verblijfsvergunning wordt na aankomst in Nederland in orde gemaakt, hun nieuwe leven kan beginnen.
Veel mensen hebben nog nooit van het begrip ‘uitgenodigde vluchtelingen’ gehoord. Toch bestaan ze, en de komende jaren zullen er meer van naar Nederland komen. Basis daarvan zijn internationale afspraken, en met name het beleid van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, over vluchtelingen die al lange tijd worden opgevangen in de eigen regio. Om voor hen een duurzame oplossing te vinden, zouden ze óf terug moeten naar het land van herkomst, óf een nieuw bestaan moeten kunnen opbouwen in het land waar ze worden opgevangen, óf een nieuwe start moeten kunnen maken in een ander veilig land. Die derde mogelijkheid komt alleen in aanmerking als terugkeer naar het eigen land of opvang in het opvangland, niet lukt.

De groep Liberianen brengt Nederland weer een stap dichterbij de doelstelling die voor de periode van 2005 tot en met 2007 is gesteld, en die ligt op het opnemen van 1500 uitgenodigde vluchtelingen.Dat was dus het geval bij Nelly en Fata, en bij de andere 33 Liberianen die begin oktober op Schiphol landden. Liberia, waar de hele groep vandaan komt, is nog te onveilig, Ghana heeft geen mogelijkheden de ongeveer veertigduizend Liberianen die in dat ene vluchtelingenkamp wonen, permanent op te vangen, en dus vroeg de UNHCR andere landen om een deel van die mensen op te nemen. De groep Liberianen brengt Nederland weer een stap dichterbij de doelstelling die voor de periode van 2005 tot en met 2007 is gesteld, en die ligt op het opnemen van 1500 uitgenodigde vluchtelingen. Eerder dit jaar kwam er al een groep Colombianen uit Ecuador, en na deze groep Liberianen komt er nog een groep van 31 Liberianen uit hetzelfde Ghanese vluchtelingenkamp en waarschijnlijk komt er nog een missie naar Kenia.

De aankomst op Schiphol is enigszins vertraagd. De aankomst zou ’s morgens om 9 uur zijn, maar door oponthoud bij een overstap op een Duitse luchthaven, wordt het 3 uur ’s middags. De groep is overduidelijk uitgeput als ze – sommigen met een paar flinke tassen vol, anderen met maar weinig spullen – eindelijk voet op Nederlandse bodem zet. De bus die ze naar Amersfoort zal brengen, laat nog even op zich wachten, maar dat is geen probleem want er moeten nog wat formaliteiten worden afgehandeld. De groep stommelt richting roltrap, een jongetje met zijn broertje op de arm valt er zowat af omdat hij zo’n trap blijkbaar nog niet kent.
In het vergaderzaaltje staat koffie klaar en iets te eten, én een team van de IND met voor iedereen een te controleren en ondertekenen formulier waarmee formeel asiel wordt aangevraagd. Alle persoonlijke gegevens zijn er al op ingevuld. De IND-ers nemen de info met iedereen persoonlijk door. Naam, geboortedatum, geboorteplaats, en, in een poging er een wat luchtige draai aan te geven: “Here it says you’re a man, is that correct?”, maar de vermoeide gezichten van de Liberianen zijn nauwelijks tot lachen te bewegen. Sommigen veranderen de geboorteplaats, de meesten tekenen zonder iets te veranderen, ondertussen worden kopjes koffie zwijgzaam met een lepeltje naar binnen gewerkt. Als het papierwerk is afgehandeld, zet de groep zich weer in beweging, richting de inmiddels klaarstaande bus. Ze stappen in, sommigen zwaaien uitbundig bij het wegrijden.

“Dat vluchtelingenkamp bestond al heel lang, sommige mensen zitten er al zestien jaar. Er zijn schooltjes, er is een ziekenhuis, de UNHCR investeert in voorzieningen.”Nicolien Rengers, voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) coördinator van het AZC Amersfoort, zegt later dat er ondervoede kinderen bijzaten. Geen ondervoeding die je op het eerste oog herkent door bijvoorbeeld opgezette buikjes, maar de arts van de IND die in Ghana bij de selectie van de vluchtelingen betrokken was, heeft het bij meerdere kinderen vastgesteld. Rengers heeft ervoor gepleit die kinderen in de eerste groep mee te nemen naar Nederland, net als de alleenstaande moeders, die in het kamp extra kwetsbaar waren. “Voor die groepen zijn de omstandigheden in het kamp extra zwaar en het leek me goed hen zo snel mogelijk naar Nederland te halen.”
Nicolien Rengers reisde met de IND-missie mee naar Ghana. Haar taak was het om de Liberianen voor te bereiden op hun komst naar Nederland. Het was de eerste keer dat ze een vluchtelingenkamp bezocht, en het zag er anders uit dan ze had gedacht. Ze beschrijft een wijk vlak bij de Ghanese hoofdstad Accra: veertigduizend bewoners, niet met tenten volgebouwd maar met huisjes van hout, golfplaten en soms steen. “Dat vluchtelingenkamp bestond al heel lang, sommige mensen zitten er al zestien jaar. Er zijn schooltjes, er is een ziekenhuis, de UNHCR investeert in voorzieningen.”
Vergeleken bij sommige wijken van Accra waren de omstandigheden misschien niet extreem slecht, maar het was wél een vluchtelingenkamp, waar mensen feitelijk geen toekomst hebben omdat ze niet kunnen (en mogen) integreren in Ghana en ook niet terugkunnen naar Liberia. “We kwamen er in de droge tijd”, zegt Nicolien Rengers, “en in de regentijd moet het er echt verschrikkelijk zijn.”

Wie herhuisvest hoeveel?
Australie: 11.860
Canada: 10.760
Denemarken: 510
Finland: 560
Nederland: 170 (periode 2005-2007: 1500)
Nieuw Zeeland: 650
Noorwegen: 1.600
Zweden: 940
Verenigde Staten: 28.400
(cijfers uit het UNHCR Jaarboek 2003)


Mensen voorbereiden op hun komst naar Nederland, was hard nodig. Eerdere uitgenodigde vluchtelingen kwamen meestal niet in groepen maar alleen naar Nederland, en bij hen merkte het COA, en ook VluchtelingenWerk, dat de verwachtingen niet altijd reëel waren. Nicolien Rengers: “Mensen verwachtten bijvoorbeeld dat ze meteen een huis zouden krijgen, maar ook uitgenodigde vluchtelingen komen eerst in de centrale opvang. De overgang van vluchtelingenkamp naar woonwijk in Nederland is anders veel te groot. Mensen moeten op weg geholpen worden, een begin maken met hun inburgering, hun rugzakje voor hun start in Nederland moet worden gevuld. Daarom zitten ze tot een half jaar in de centrale opvang.”
Ook al te rooskleurige toekomstverwachtingen worden al vóór vertrek naar Nederland getemperd. Nicolien Rengers: “We vertellen dat de gezondheidszorg hier inderdaad goed is en het onderwijs ook, maar we vertellen ook dat het vooral in het begin niet gemakkelijk zal zijn in een land waar de taal en cultuur anders is, waar een ander klimaat is en werk vinden veel moeite zal kosten.” Ze maakte haar woorden in het vluchtelingenkamp aanschouwelijk met een powerpointpresentatie. “Dat ging allemaal vrij ontspannen”, zegt ze, “en dat hadden ze ook wel even nodig, want daarvóór hadden ze allemaal een gesprek gehad met de IND over hun vluchtverhaal. Dat is nodig om te kijken of ze ook naar Nederlandse maatstaven inderdaad vluchteling zijn en voor een vluchtelingenstatus in aanmerking komen. Daarna is er dus de presentatie over Nederland. Aan het eind krijgt iedereen een Nederlands vlaggetje en de kinderen een ansichtkaart. De meeste mensen gaan in een vrij vrolijke stemming weg.”

”Ik liep vorige week met een plattegrond op straat en wist niet welke kant ik opmoest, en iedereen was bereid me te helpen.”Sammy Nyumah (37) is daarvan, zo vertelt hij in het azc Amersfoort, vooral bijgebleven dat Nederland voor de helft onder zeeniveau ligt, dat het een ‘peaceful nation’ is, dat hij na een maand of drie een huis zal krijgen voor zijn gezin met vier kinderen en dat het belangrijk is dat hij in Nederland integreert en de taal leert. Hij wil niets liever. Of hij zich welkom voelt? “Ja, Nederlanders zijn makkelijk aanspreekbaar”, zegt hij. Sammy was ooit professioneel tennisser en heeft vrij veel gereisd en kan dus vergelijken. “In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, heeft het niet zo veel zin mensen op straat aan te spreken en bijvoorbeeld de weg te vragen. Hier kan dat heel makkelijk. Ik liep vorige week met een plattegrond op straat en wist niet welke kant ik opmoest, en iedereen was bereid me te helpen.”
Nicolien Rengers ziet overigens wel een verschil tussen de Liberianen en de groep Colombianen die eerder dit jaar in Amersfoort was ondergebracht. “Dat verschil viel me al op bij de voorbereidingen in Ecuador. De Colombianen hadden een realistischer beeld van Nederland, en ze hadden ideeën over hoe ze hier in Nederland hun geld zouden verdienen.” Ze herinnert zich een Colombiaan die op de eerste dag in Nederland naar het centrum van Amersfoort fietste en terugkwam met de mededeling dat hij een gat in de markt gevonden had. “Hij zag hier geen straathandel en vroeg zich af of hij daarmee geld zou kunnen verdienen”, zegt Rengers. “De Liberianen lopen hier wat hulpelozer rond, wat doellozer. Maar dat is niet verwonderlijk, want de kloof tussen Afrika en Nederland is veel groter dan tussen Zuid-Amerika en Nederland.”

”Zes maanden in de centrale opvang is volgens ons veel te lang. Vluchtelingen hebben er weinig privacy en ze krijgen een toelage die ver beneden het bestaansminimum ligt.”Het AZC Amersfoort is nu nog deels terugkeercentrum, maar zal vanaf januari alleen nog dienen als eerste opvang voor uitgenodigde vluchtelingen. Ariane den Uyl, beleidsmedewerker op het landelijk kantoor van VluchtelingenWerk Nederland, vindt dat een belangrijke ontwikkeling, waar ze ook al een tijdje voor pleit. “Tot nu toe waren er vier centra waar uitgenodigde vluchtelingen naartoe gingen en dat waren allemaal ook terugkeercentra. Dat is natuurlijk een vreemde combinatie. Een vertrekcentrum heeft geen voorzieningen en activiteiten voor mensen die hier mogen blijven.” Ook vreemd was het dat uitgenodigde en afgewezen landgenoten elkaar soms tegen het lijf liepen: de één op uitnodiging naar Nederland gekomen, de ander zelf naar Nederland gekomen en afgewezen als asielzoeker. “Gelukkig”, zegt Ariane, “ziet het COA ook in dat die situatie voor niemand goed is. Nu moet nog worden gewerkt aan het verder terugbrengen van de verblijfstermijn. Zes maanden in de centrale opvang is volgens ons veel te lang. Vluchtelingen hebben er weinig privacy en ze krijgen een toelage die ver beneden het bestaansminimum ligt.”
Den Uyl is blij dat Nederland haar verantwoordelijkheid neemt en het UNHCR-beleid steunt door uitgenodigde vluchtelingen op te nemen, maar ze vindt dat de uitvoering stukken beter kan. En dat begint volgens haar al bij de selectie in de regio van herkomst. “De UNHCR draagt mensen voor waarvan zij hebben vastgesteld dat het vluchtelingen zijn en waarvoor geen andere duurzame oplossing gevonden is. De IND volgt die voordracht lang niet altijd. Ze doen de selectie nog eens over en gebruiken daarbij het restrictieve Nederlandse toelatingsbeleid als toetsingskader. Daardoor vallen mensen af, en volgens mij niet altijd terecht.” Ze vindt het bijvoorbeeld niet realistisch van mensen te verwachten dat ze hun soms tien, vijftien jaar oude vluchtverhaal gedetailleerd oplepelen na jaren uitzichtsloos in een vluchtelingenkamp te hebben gewoond. “Je maakt het er de UNHCR ook moeilijk mee. Het kost ze ongelooflijk veel menskracht om mensen te selecteren en het gaat uiteindelijk toch om kleine aantallen. Door die vele afwijzingen vraagt het Nederlands beleid te veel capaciteit van UNHCR-medewerkers ter plaatse.”

Foutjes

De IND werpt bij monde van Arnoud Strijbis, medewerker communicatie, tegen dat het niet meer dan logisch is dat het Nederlandse toelatingsbeleid geldt: “Het vluchtverhaal wordt getoetst op consistentie en logica, zoals bij elke asielaanvraag.” Dat er mensen afvallen die door de UNHCR zijn voorgedragen, komt volgens hem niet alleen doordat het Nederlandse beleid wordt gevolgd: soms liggen er ook foutjes van de UNHCR aan ten grondslag: “Bij de groep Liberianen zaten ook mensen met andere nationaliteiten en dat was gewoon niet afgesproken. In de groep Liberianen zaten vrij veel familie’s, en het afwijzingspercentage loopt natuurlijk sneller op als een hele familie niet komt omdat één lid van de familie wordt afgewezen.”
De IND kan zich ook niet vinden in de kritiek van Ariane den Uyl van VluchtelingenWerk dat het aantal van 1500 uitgenodigde vluchtelingen per drie jaar, wel wat mager is. Ariane bepleit een hoger aantal: “We zijn een rijk land, en het is voor vluchtelingen die voor een status in aanmerking zouden komen, steesds moeilijker om op eigen gelegenheid Europa binnen te komen. Dat zie je ook aan de teruglopende asielcijfers. Dan mag het aantal vluchtelingen dat op deze manier naar Nederland komt, wel wat ruimer.” Strijbis: “Er zijn ook Europese landen die helemaal niet inhaken op het hervestigingsbeleid van de UNHCR en onze aantallen zijn vergelijkbaar met een aantal andere Europese landen.”

”Op wereldschaal gezien, is dit natuurlijk maar een fractie van het aantal vluchtelingen.”Nellie Dokie is dankbaar dat ze naar Nederland kon komen. Natuurlijk, het is ook moeilijk nog verder verwijderd te zijn van haar moederland, maar terugkeer naar Liberia zat er simpelweg niet in en in het vluchtelingenkamp blijven was ook uitzichtloos. Ze richt zich op de toekomst, ze heeft er zin in over twee weken met de eerste Nederlandse les te beginnen. “Mijn dochter heeft een betere toekomst hier, en ik ook.” Eigenlijk, zegt Ariane den Uyl van VluchtelingenWerk, symboliseert deze groep mensen het wereldwijde vluchtelingenprobleem. “In Nederland gaat het bij vluchtelingen altijd om mensen die recent gevlucht zijn en in acute nood naar Nederland komen. Maar op wereldschaal gezien, is dat maar een fractie van het aantal vluchtelingen. Het overgrote deel wordt in de regio opgevangen, in kampen als het kamp in Ghana waar deze Liberianen vandaan komen, en ze zitten daar jaren en jaren, eindeloos lang. Dát is natuurlijk wérkelijk het mondiale vluchtelingenprobleem.”


VluchtelingenWerk en uitgenodigde vluchtelingen

Een belangrijke taak van VluchtelingenWerk, het begleiden van asielzoekers in hun procedure, vervalt bij uitgenodigde vluchtelingen: zij hebben al een soort ‘procedure’ gehad in de regio van herkomst en zijn al erkend als vluchtelingen. De plaatselijke groepen die met deze vluchtelingen te maken krijgen, concentreren zich daarom op andere taken, zoals inburgering, gezinshereniging en het ‘uitplaatsen’ uit het AZC naar een gewoon huis. In AZC Amersfoort, vanaf januari de enige plek waar uitgenodigde vluchtelingen na aankomst naar Nederland nog naartoe gaan, coördineert Cees van den Broek de activiteiten van VluchtelingenWerk.
* Inburgering. Natuurlijk één van de belangrijkste taken van de plaatselijke groepen van VluchtelingenWerk: begeleiding bij de inburgering. Van het aanvragen van kinderbijslag en een sofi-nummer tot het wegwijs maken in opernbaar vervoer, gezondheidszorg en odnerwijs. Daar wordt een begin mee gemaakt in de centrale opvang, en gaat natuurlijk door nadat een vluchteling is uitgeplaatst naar een eigen huis en een andere groep van VluchtelingenWerk het overneemt. Groot probleem bij veel officiële zaken, noemt Cees van den Broek de traagheid van de IND bij het verstrekken van verblijfsvergunningen. “Zonder verblijfsvergunning krijg je geen sofi-nummer, en zonder sofi-nummer kun je niets. Bovendien zijn vluchtelingen dagelijks in overtreding omdat ze zich op straat niet kunnen legitimeren. Daar zou echt iets aan moeten veranderen.”
* Uitplaatsing. VluchtelingenWerk bemoeit zich intensief met het zoeken naar een woning voor uitgenodigde vluchtelingen, hoewel het eigenlijk de verantwoordelijkheid van het COA is. Hoe intensiever VluchtelingenWerk zich ermee bemoeit, hoe sneller vluchtelingen een eigen woning krijgen, zo blijkt in de praktijk. Cees van den Broek: “Het is goed dat ook uitgenodigde vluchtelingen eerst naar de centrale opvang gaan, maar het hoeft geen zes tot negen maanden te duren voor ze een eigen plek hebben, dat is veel te lang. We steken er dus veel energie in en vaak lukt het binnen twee tot drie maanden iets te vinden. Soms zou het misschien nog sneller kunnen, maar we worden soms vertraagd doordat de IND er vaak te lang over doet een verblijfsvergunning te verstrekken.”
* Gezinshereniging. Uitgenodigde vluchtelingen doen vaker een aanvraag voor gezinshereniging dan andere groepen vluchtelingen – 50 tot 70 van hen doet zo’n aanvraag – en de aanvraag moet binnen drie maanden na het verkrijgen van de verblijfsvergunning worden ingediend. Hier moet dus in korte tijd veel energie worden gestoken, en VluchtelingenWerk begeleidt mensen bij de procedure, van het invullen van formulieren tot het opsporen van familieleden en contacten met bijvoorbeeld de UNHCR.



december 2005

Fréderike Geerdink - Journalist