Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Multiculturele samenleving:

15 laatste andere Multiculturele samenleving artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in Contouren:

Feest met vluchtelingen



Dat veel vluchtelingen zo hun ‘eigen’ feestdagen hebben, zal niemand verbazen. Maar ook oerhollandse feesten als Sinterklaas en Koninginnedag worden in steeds meer vluchtelinghuiskamers gevierd. “Jullie hebben een koningin en een prins, dat is echt heel leuk!” Een feestelijke reportage in woord en beeld.

De foto’s bij deze reportage werden gemaakt door Joost van den Broek. Om copyright-redenen zijn ze hier niet afgebeeld.



Sinterklaas! “De kinderen krijgen af en toe iets kleins in de schoen.”
Sint en Pieten beginnen gewoon maar eens met een dansje op een lekkere Sinterklaar-house-dreun. Het blijkt een prima manier te zijn om kinderen en ouders over hun eerste kat uit de boom kijk-houding heen te helpen. Kinderen staan te swingen, ouders lachen. Voor sommigen is het de eerste Sinterklaas-viering, voor anderen de derde, of de vierde. Organisator van deze viering: VluchtelingenWerk Lisse. En het is bepaald niet de enige viering speciaal voor vluchteling-kinderen. Overal in het land steken plaatselijke groepen de handen uit de mouwen om kleine nieuwkomers kennis te laten maken met het Nederlandse feest. Ze leren het natuurlijk ook op school kennen, maar het op school vieren, én met een club of vereniging, én thuis, dat hoort net zo goed bij Sinterklaas. Een Somalisch meisje (haar moeder wil wel even praten, maar geen namen noemen) antwoordt op de vraag wat ze gekregen heeft: “Thuis een Barbie, en op school een zaklamp.”
Rawaa Alkamisy uit Irak is er ook met haar twee kinderen, Sam van 10 en Rami van 7. De kinderen krijgen af en toe iets kleins in de schoen. Een chocoladeletter bijvoorbeeld. Rawaa: “Leuk, zo’n speciaal kinderfeest. We hebben samen naar de intocht van Sinterklaar gekeken en doen graag aan het feest mee.”


Kerst en Oud & Nieuw! “We praten over de geboorte van Jezus en bidden voor het nieuwe jaar.”
De familie Nkeshimana, oorspronkelijk uit Burundi, viert Kerstmis deels Nederlands, deels Burundees. Niet dat het feest in Burundi zo heel anders wordt gevierd dan in Nederland. Net als hier, zit daar de kerk tijdens Kerst beduidend voller dan anders, net als hier wordt daar uitgebreid gedineerd en is familiebezoek vaste prik. “Maar de cadeautjes, dat is in Burundi veel minder dan hier”, zegt André Nkeshimana (44), getrouwd met Jacqueline en (stief)vader van vijf kinderen in de leeftijd van 7 tot 16 jaar. “De mensen hebben er geen geld voor. We doen dus een symbolisch cadeautje, en als er geld is, krijgen de kinderen mooie nieuwe kleren.”
Hier geven André en Jacqueline de kinderen wel iets meer dan iets symbolisch. André: “Zo gaat dat in Nederland, dus daar doen we aan mee. We willen de kinderen niet frustreren.” Maar de essentie van Kerstmis blijft overeind, want religie is belangrijk in huize Nkeshimana, zegt André: “We praten met de kinderen over het geloof, over hoe ze daarmee bezig zijn en of ze goed leven. We praten over de geboorte van Jezus, we zoeken de verdieping. Ja hoor, ook de pubers in het gezin doen gewoon mee. Dat zijn ze gewend, het hoort erbij.”
Ook met Oud en Nieuw speelt het geloof een rol, en blijft het dus niet bij het ook voor de Nkeshimana’s onvermijdelijke vuurwerk en nachtelijk buurtfeest. André: “We bidden voor het nieuwe jaar, en in de eerste week van het nieuwe jaar spreken we af met andere Burundezen die in Europa wonen. We delen onze hoop, de hoop op een betere toekomst voor ons land.”

Carnaval! “Carnaval is gewoon hartstikke gezellig!"
Dit jaar zit Jamshid Azami (11) in de Jeugdraad van Elf, volgend jaar wil hij het proberen tot Jeugd Prins te schoppen. Adjudant mag ook, of Hofnar. Hij maakt wel een kans, denkt hij, want hij durft veel. Anders was hij ook nooit tot de Jeugdaad van Elf doorgedrongen. Dat is niet voor iedereen weggelegd, vertelt hij: “Ik ging met een vriendje naar de auditie, eigenlijk meer voor de lol. Hij kwam niet door de selectie, maar ik wel. Je moest een paar moppen vertellen en playbacken. Dat kan ik wel en ik ben daar ook niet zenuwachtig voor.”
En dus stond hij uitbundig te zwaaien en confetti te strooien vanaf de wagen van carnavalsvereniging de Kuussegatters uit Veghel. Pa en ma, broertje en zusjes langs de kant, voor de gelegenheid ook flink uitgedost. Vermoeiende dagen waren het wel, zegt Jamshid: “Het is niet alleen de optocht natuurlijk, maar ook het Mega Kussebal, speciaal voor de Jeugdafdeling, en een DJ-Night.” Jammer, dat je maar twee jaar in de Jeugdraad van Elf mag zitten en hij maar één keer kans heeft Prins te worden. “Misschien word ik het wel volgend jaar. Je moet bijvoorbeeld durven speechen, en dat kan ik wel zonder zenuwachtig te worden. Verder weet ik niet precies wat je moet kunnen.” Maar ook als hij geen Prins, Adjudant of Hofnar wordt, stort hij zich volgend jaar weer vol overgave in het feest: “Carnaval is gewoon hartstikke gezellig.”



Noruz! “Ik mis de feestelijke sfeer die rond Noruz altijd in Iran heerst.”
De herinnering aan de viering van Noruz in haar geboorteland Iran, maakt bij Azar Nikbakhsh (48) steeds meer vooral mooie herinneringen los. Ze was nog klein, haar vader leefde nog, het was één van de leukste dagen van het jaar, met een brandschoon huis en nieuwe kleren. Het maakte diepe indruk. Maar sinds haar vlucht naar Nederland, 22 jaar geleden, zijn er pijnlijke herinneringen bijgekomen. Azar: “We zijn rond Noruz gevlucht, mijn moeder en ik. We konden geen afscheid nemen van mijn vader. Precies met Noruz zaten we ondergedoken. Die pijnlijke herinneringen bepaalden de eerste jaren in Nederland de Noruz-viering.”
Inmiddels is de pijn minder scherp. Ze viert Noruz – het Perzisch nieuwjaar dat ook wordt gevierd in landen als Afghanistan, Turkije, Oezbekistan, Azerbeidjan, Irak en Tadjikistan – weer uitbundig, zoals dit jaar in de grote hal van het Tropentheater in Amsterdam. Ze is er met haar man en zoon, maar kent veel aanwezigen, danst met iedereen en spreekt met een flinke groep af na dit feest nog naar een andere viering te gaan.
Het Nederlands Nieuwjaar viert ze trouwens ook. “De meeste Nederlanders weten niets van Noruz, en dat vind ik wel eens jammer. Ik mis de feestelijke sfeer die rond Noruz altijd in heel Iran heerste. Om dat gevoel toch een beetje terug te halen, vier ik het westerse Oud en Nieuw ook mee.” Eerder dit jaar is dus 2005 ingeluid. Nu is het tijd voor 1384.


Pasen! “Pasen is voor mij veel belangrijker dan Kerst.”
Voor Sara van der Toorn (28) staat Pasen vol van de symboliek. Vooral die zondag, waarop wordt herdacht dat Jezus opstond uit het graf en zo een nieuw begin aankondigde. Voor haar was haar bekering tot het christendom, een half jaar nadat ze als vluchteling en moslim uit Iran kwam, ook een nieuw begin, en nog in een nieuw land ook. “Pasen is voor mij veel belangrijker dan Kerst”, zegt ze. “De geboorte van Jezus is ook een mooi feest, maar het opstaan uit de dood en de lijdensweg die eraan vooraf ging, geven voor mij veel meer de kern van het christendom aan. Hij heeft zich opgeofferd om ons vrij te maken.”
Om zich daar nog sterker van bewust te worden, heeft ze dit jaar The Passion of the Christ gekeken, de heftige film over de kruisgang van Jezus. “Jezus heeft mij gered en ik wilde zien wat hij ervoor over had om dat te doen.” Iraanse tradities zijn er ook rond Pasen. Zo was het vanmorgen, op Paaszondag, een wedstrijdje wie zijn vrienden het vroegst in de ochtend opbelt, het de mededeling dat Hij is opgestaan. Ze won niet deze keer, een vriendin was haar voor om ietsje voor zes uur. Ze antwoordde, zoals gebruikelijk: “Inderdaad, Hij is opgestaan!” Daarna stond ze op, en maakte ze het Paasontbijt.
Vanmiddag gaan ze naar de kerk. Zij, haar man Rien, hun zoontje Daniël (5). De Iraanse kerk in Haarlem. Daar voelt ze zich het beste thuis, met eigen liederen. Rien kan zich daar wel wat bij voorstellen: “Ik ben altijd onder de indruk van de warmte, de overgave in de Iraanse kerk.”


Koninginnedag! “Heel veel Nederlanders gaan naar Amsterdam, dus wij ook.”
“Jullie hebben een koningin een een prins, dat is echt heel leuk”, vindt Tanda Aung (8). “In Birma hebben we dat niet, dus daarom is het voor ons gezellig hier koninginnedag te vieren.” Tanda woont met haar ouders en zusje Tandasin (4) in Amstelveen, waar het ook vrijmarkt is. Nee, ze waren niet in het oranje gehuld en nee, ze tekenden geen rood-wit-blauwe vlaggetjes op hun wangen, maar verder hebben ze helemaal meegedaan, zegt vader Htun in gebroken Nederlands. “We hebben tweedehands spulletjes gekocht. Vooral voor de kinderen. Een paar videofilms, een paar spelletjes.”
Amstelveen was gezellig, maar later die dag trok Amsterdam. Ze gingen met z’n viertjes op pad en gaven zich over aan de maalstroom van mensen. “Heel veel Nederlanders gaan naar Amsterdam, dus wij ook. Het is wel heel druk en er wordt veel bier gedronken, maar het was een leuke dag.” Zelf ook biertjes gedronken? “Nee, dat doen we liever thuis.”


Bevrijdingsdag! “Een beetje zuur, Bevrijdingsdag vieren maar wel terug moeten naar Afghanistan.”
Het was interessant even met Prins Willem-Alexander te praten (Lida: “Wanneer ontmoet je nou een echte Prins?), maar Lida (14) en Marian (12) Kadir wisten wel dat hij niets voor hen kon doen. Lida: “Hij heeft geen macht om ons een verblijfsvergunning te geven, en premier Balkenende, die er ook bij was, kan daar ook niet over beslissen. Minister Verdonk was er niet, maar dat had vast niet veel verschil gemaakt.”
Een beetje zuur is het wel, zegt Lida, om met zestig jaar geleden bevrijde Nederlanders Bevrijdingsdag te vieren, maar je tegelijkertijd zelf niet echt vrij te voelen in Nederland. Lida en Marian zijn uitgeprocedeerd, ze moeten met hun ouders terug naar Afghanistan. Wanneer is niet duidelijk, maar het kan ieder moment zover zijn. Om aandacht te vragen voor hun situatie en die van andere uitgeprocedeerden die al lang in Nederland zijn, stonden ze bij de stand van VluchtelingenWerk en maakten ze kunst om hun gevoel te laten zien. De stand lag op de route van prins en premier. “Ik had samen met een ander meisje een duif geschilderd”, vertelt Lida. “Daar stelde Willem-Alexander een paar vragen over. Hij was echt geïnteresseerd.”
Voor Lida en Marian was Bevrijdingsdag een dag van hoop. Een nieuwe kans op een beter leven. “Voor de Nederlanders zestig jaar geleden, maar ik hoop ook ooit voor de mensen die nu in onderdrukking leven of geen vrije toekomst voor zich zien.”


Ethiopisch Nieuwjaar! “Een mooie en gezellige manier om de band met het moederland te voelen.”
Een feest zoals in Ethiopië, is het natuurlijk niet. Daar wordt het massaal gevierd, in Utrecht blijft het beperkt tot een groepje vrienden en familie die ‘s middags langskomen. Verzamelpunt is Ethiopisch restaurant Sunshine, dat wordt gerund door het echtpaar Yebahareka Achenefe (41) en Zeleke Zerfu (48). In de hoek van het restaurant, die traditioneler is ingericht dan de rest van het restaurant, worden koffiebonen gebrand en taart en popcorn geserveerd, met vrolijke Ethiopische muziek op de achtergrond. “In Amsterdam wonen veel meer Ethiopiërs”, zegt Yebahareka, “en daar wordt het Nieuwjaar veel groter gevierd. We zijn daar wel eens geweest, maar nu hebben we een restaurant en kunnen we niet zo makkelijk ergens anders feest vieren.”
Het feest is één van de belangrijkste in Ethiopië, en hoewel Yebahareka soms enigszins mismoedig wordt van de kleine schaal waarop ze het hier viert, piekert ze er niet over het dan maar níet meer te vieren. “We zijn al zo’n twintig jaar weg uit Ethiopië. Het vieren van de belangrijke feesten is een mooie en gezellige manier om de band met het moederland te voelen. Maar ik denk wel dat de traditie met ons ophoudt: bij onze kinderen verwatert het al en zij vieren het vast niet meer.”



Suikerfeest! Vanavond eten we met een paar vrienden. Mijn vrouw en ik kennen niet veel Sudanezen hier.”
Waar Turken en Marokkanen in Nederland het Suikerfeest aan het einde van vastenmaand Ramadan uitgebreid binnen hun eigen gemeenschap en met veel familie kunnen vieren, ligt dat voor andere migrantengroepen vaak anders. Voor Mohammed Abdelbagi uit Sudan bijvoorbeeld, die op de ochtend van het Suikerfeest met zijn dochtertje Rinad (5) en met Mohammed (11), het zoontje van een vriend, de Al Kabir-moskee in Amsterdam-Oost uitkomt. Hij wisselt gelukswensen uit met andere moskeegangers, maar kent er maar weinig van en loopt vijf minuten later met de twee kinderen naar de auto. Wat er op het programma staat vandaag? Lekker eten met familie en vrienden? Ja, eten met een paar vrienden, maar het is maar een kleine groep. Mohammed: “In Sudan staan met het Suikerfeest bij iedereen de deuren open en kun je overal naar binnen lopen, maar ik en mijn vrouw hebben niet veel Sudanese vrienden en familie hier. En mijn vrouw moet werken vandaag, ze kon geen vrij krijgen.” Zelf is hij leraar natuurkunde op een middelbare school, een vrije dag was geen probleem. Om toch iets freestelijke te doen, gaat hij straks met de kinderen bloemen kopen en naar het werk van zijn vrouw om ze aan haar te geven. Tussen de bedrijven door geeft hij de beide kinderen wat geld, zoals de gewoonte is met het Suikerfeest. Mohammed: “Ik spaar voor een gameboy.” Rinad weet niet wat ze met het geld gaat doen. Zij wil vandaag vooral graag mooie nieuwe schoenen, zoals haar voor het feest is beloofd. Op naar de schoenenwinkel dus, én de bloemenstal.


december 2005



Fréderike Geerdink - Journalist