Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Buitenland:

15 laatste andere Buitenland artikelen:
Meer...
15 laatste andere Multiculturele samenleving artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in Wordt Vervolgd:

"In Oezbekistan is niets veranderd sinds de Sovjet-tijd"



Interviews met twee Oezbeekse vluchtelingen in Nederland, geplaatst bij een artikel over politieke repressie in Oezbekistan, dat werd geschreven vanuit Kirgizië.

In het asielzoekerscentrum in Amersfoort is eind 2005 een groep Oezbeekse vluchtelingen aangekomen. Ze zaten sinds enkele maanden in Kazachstan, buurland van Oezbekistan. Ze konden daar niet blijven en terugkeer naar Oezbekistan was ook niet mogelijk. De vluchtelingenorganisatie van de VN, de UNHCR, ontfermde zich over hen en zocht een ‘veilig derde land’ om de vluchtelingen naartoe te brengen. Dat werd Nederland. Sinds 2005 is het Nederlands beleid jaarlijks 1500 vluchtelingen uit te nodigen naar Nederland te komen, en de komst van de Oezbeken past in dat beleid. De groep doorliep, na selectie door de UNHCR, de asielprocedure in Kazachstan en kreeg bij aankomst in Nederland meteen een verblijfsvergunning. De komende maanden wonen ze in asielzoekerscentrum Amersfoort, tot er voor iedereen zelfstandige woonruimte gevonden is. Ook journalist Rizahodja Obidov en jurist Larissa Konakova slijten hun dagen voorlopig in Amersfoort.


Rizahodja Obidov (47) werkte in Oezbekistan als journalist
“In Oezbekistan is niets veranderd sinds de Sovjet-tijd”

Er moest íemand zijn die praatte over de mensenrechtensituatie in Oezbekistan. Vandaar dat Rizahodja Obidov bijna drie uur sprak met Theo van Boven, Speciaal Rapporteur voor de Verenigde Naties inzake Marteling. Obidov werkte als journalist, onder andere voor Voice of America, en was goed op de hoogte. “En ik was niet bang”, voegt hij eraan toe. “Ik werd al gevolgd door de autoriteiten, dus veel erger kon het door mijn gesprek met Van Boven niet worden.”
Dat hij niet lang daarna het land ontvluchtte naar Kazachstan, was dan ook niet zozeer een direct gevolg van zijn contacten met Van Boven, maar het gevolg van jarenlange vervolging door de overheid wegens zijn journalistieke activiteiten. Dat begon al in de Sovjet-tijd, toen hij meewerkte aan een satirische krant: hij ontvluchtte Oezbekistan voor de eerste keer in 1990, vlak voor de onafhankelijkheid. Na de onafhankelijkheid van 1991 keerde hij terug, vol verwachting over democratische veranderingen. “Ik wilde een krant opzetten, maar daar had je een vergunning voor nodig en die kreeg ik niet.” De krant die hij vervolgens oprichtte als huisorgaan van een door hem opgezette faculteit journalistiek (in buurland Kirgizië, want in eigen land lukte dat niet) haalde niet meer dan tien edities voor hij werd verboden.
“Er bleek helemaal niets veranderd sinds de Sovjet-tijd”, zegt Obidov. In 1995 belandde hij in de gevangenis, waar hij na een jaar pas te horen kreeg waarvan hij werd beschuldigd: smokkel naar Kirgizië. Straf: tien jaar gevangenis met streng regime. Over de tijd dat hij vastzat – “vier jaar, drie maanden en tien dagen” – wil hij niet al te veel kwijt, maar zijn voortijdige vrijlating illustreert de willekeur van de overheid: “Ik won een schrijfwedstrijd. Ik had, zo vond men, het mooiste verhaal geschreven over de liefde voor Oezbekistan. Voorwaarde voor vrijlating was wel dat ik informant zou worden voor de geheime dienst.”
Die taak verzaakte hij. Sterker nog: hij ging aan de slag als radio-correspondent voor Voice of America, schreef poëzie voor Radio Liberty, sprak uitgebreid met VN-rapporteur Van Boven en liet zich interviewen door de Washington Post. Het zou hem, zo kwam hem ter ore, op minimaal vijf jaar gevang komen te staan. Reden het land te verlaten. Via Almaty in Kazachstan, kwam hij door bemiddeling van de UNHCR in Nederland terecht. Op de foto gaan vindt hij geen probleem: “Ik heb nu écht niets meer om bang voor te zijn.”



Larissa Konakova (51) werkte in Oezbekistan als jurist
“Ik was bang dat ze me voor onbepaalde tijd zouden opnemen.”

Als je haar ziet zitten in het kleine kamertje in het asielzoekerscentrum in Amersfoort, zou je niet zeggen dat ze in eigen land een bekend jurist is. Ze heeft rode ogen van het huilen, haar greep op de fluitketel is zo onvast dat er kokend water uit de tuit op haar voet druipt, bij het opschrijven van haar mailadres trilt haar hand zo dat het adres nauwelijks leesbaar is. Ze lijkt psychisch aan het eind van haar Latijn, en lichamelijk gaat het ook niet goed. Ze loopt bijvoorbeeld moeilijk en slikt verschillende medicijnen. Iets van de kracht die ze ongetwijfeld in zich heeft, komt terug als ze praat over haar werk en de redenen waarom ze haar land moest verlaten.
Haar stem wordt vaster en de tranen stoppen als ze vertelt over het centrum dat ze oprichtte en waar ze directeur van was. “Begin jaren negentig heb ik als vrijwilliger een centrum opgezet dat slachtoffers van overheidsvervolging en –mishandeling hielp. In het begin leverde dat nog niet zo veel problemen voor me op. De overheid vroeg me alleen ermee te stoppen. Maar ik ging door, en ik merkte dat ik steeds vaker werd gevolgd.” Waarom ze doorging, terwijl ze door haar gesprekken met slachtoffers heel goed wist waartoe de Oezbeekse autoriteiten in staat waren? “Vergelijk mijn werk met dat van een arts”, antwoordt ze. “Die moet ook helpen als iemand in de problemen zit. Ik ook, ik kan niet anders.”
Het kwam haar duur te staan. Als de tolk even de kamer uit is, laat ze een briefje zien met een paar Engelse woorden erop: house arrest, imprisonment, psychiatric hospital, attack on life. Via de vertaler legt ze later uit dat ze een keer aangereden is en dat ze ervan overtuigd is dat dat een aanslag op haar leven was, dat ze onder huisarrest heeft gestaan en verschillende keren opgenomen is geweest in psychiatrische ziekenhuizen. “Zo doet de Oezbeekse overheid dat”, zegt ze. “Politieke tegenstanders gek verklaren. Ik ben verschillende keren onderzocht door artsen en telkens werd verklaard dat ik niet psychiatrisch ziek was. Maar de ‘behandeling’ was dan al wel gestart. Medicijnen, soms electroshocks.”
Verschillende ambassades zetten zich in voor haar vrijlating uit de psychiatrie, wat er onder meer in resulteerde dat ze niet meer in het ziekenhuis, maar in de gevangenis werd opgesloten. Toen ze daar weer uitkwam en haar werk wilde voortzetten, hoorde ze via een hooggeplaatste vriend bij een ministerie dat er een nieuw psychiatrisch onderzoek tegen haar op stapel stond. Ze kon niet anders dan haar land verlaten: “Ik was bang dat ze me voor onbepaalde tijd zouden opnemen.”
En nu zit ze hier, in Amersfoort, slecht ter been op één hoog zonder lift. En vraagt: “Heeft u het nummer van een Nederlandse vereniging van juristen? Zouden die contact hebben met een juridische organisatie in Oezbekistan? Dan kan ik misschien van hieruit nog iets doen.”


februari 2006

Fréderike Geerdink - Journalist