Linken naar deze pagina?
(Het interview van Juliette Berkhout vind je hier niet, want daarvan heb ik de publicatierechten niet. Vandaar alleen het 'deskundige' deel!)
Toegeven dat je eenzaam bent, doet vrijwel niemand. Wie werk heeft, houdt voor zijn of haar collega’s de schijn op. Andere eenzamen, degenen die niet (meer) werken en verder ook geen of nauwelijks contacten hebben, zijn vaak onzichtbaar: ze trekken zich gaandeweg steeds meer terug uit de maatschappij en raken sociaal geïolseerd. Dat zijn de mensen waarover je leest in de krant: ze worden niet gemist als ze er niet meer zijn, en worden pas weken of zelfs maanden na hun dood gevonden.
“Sommige mensen hebben weinig sociale contacten maar zitten daar niet mee en zouden zichzelf nooit eenzaam noemen.”"Eenzaamheid en sociaal isolement zijn twee verschillende dingen”, zegt Anja Machielse, filosoof aan de Universiteit Utrecht en al jaren onderzoeker op het gebied van eenzaamheid en sociaal isolement. Eenzaamheid is iets subjectiefs, namelijk het gevoel dat de contacten die je met mensen hebt, niet de diepgang of frequentie hebben waar je behoefte aan hebt. Machielse: “Die laatste nuance, ‘waar je behoefte aan hebt’, is belangrijk: sommige mensen hebben weinig sociale contacten maar zitten daar niet mee en zouden zichzelf nooit eenzaam noemen.” Sociaal isolement is een feitelijke situatie: je hebt nauwelijks of zelfs geen contacten met andere mensen. Ook dat is in Nederland geen uitzondering: zes procent van de Nederlanders leeft sociaal geïsoleerd (en dat zijn 800 à 900 duizend mensen). Oude vrouwen zijn het vaakst eenzaam of geïsoleerd, maar onder de 65 jaar zijn er nauwelijks verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen verschillende leeftijdsgroepen.
Matig eenzaam
Machielse gelooft dat eenzaamheid en sociaal isolement tegenwoordig vaker voorkomen dan vroeger. Cijfers om die bewering te staven, zijn er eigenlijk niet: onderzoek ernaar is van recente datum en kan niet vergeleken worden met onderzoek van twintig, dertig jaar of langer geleden. Ook onderzoeken die de laatste jaren verschijnen, zijn niet altijd bruikbaar om écht conclusies te trekken. Zo onderwierpen zowel de gemeente Amsterdam als de gemeente Eindhoven hun inwoners aan onderzoek betreffende eenzaamheid, en dat leverde zeer uiteenlopende getallen op: in Eindhoven is 42% eenzaam, in Amsterdam 22 %. Een enorm verschil, dat te verklaren valt door een andere manier van vragen en andere categorieën. In Eindhoven tellen de ‘matig eenzamen’ ook mee, maar wat dat precies is? Zijn dat niet óók de mensen die sociaal prima functioneren en over het algemeen vinden dat ze voldoende vrienden hebben, maar zich gewoon soms eenzaam voelen? Uit onderzoek van Machielse bleek 28 procent eenzaam te zijn.
In de moderne maatschappij moet je je in veel verschillende sociale groepen staande houden. Op het werk, in je familie, met verschillende, naast elkaar bestaande vriendengroepen, in de buurt, noem maar op.Dat eenzaamheid en sociaal isolement vaker voorkomen dan vroeger, baseert Machielse op maatschappelijke veranderingen in de afgelopen decennia, die volgens haar het risico op eenzaamheid en isolement vergroten. “Ga maar na”, zegt ze, “Vroeger werd je in een bepaalde sociale omgeving geboren en in die omgeving sleet je je leven meestal. Het dorp, de wijk, de familie, de kerk, het waren levenslange verbanden die ook onderling sterk verbonden waren en elkaar vaak overlapten. Tegenwoordig maak je je eigen keuzes, en die liggen niet per se in het verlengde van die van je ouders en de gemeenschap waar je uit voortkomt.”
Daarbij, zegt ze, moet je je in de moderne maatschappij in veel verschillende sociale groepen staande houden. Op het werk, in je familie, met (verschillende, naast elkaar bestaande) vriendengroepen, in de buurt, op een vereniging of op cursus, op de school van de kinderen, noem maar op. Telkens een nieuwe rol, telkens andere verwachtingen, andere sociale codes. Machielse: “Voor wie makkelijk contacten legt, sociaal vaardig is en stevig in zijn schoenen staat, is dat geen probleem. Maar wat als je die compententies niet hebt? Als je het moeilijk vindt eigen keuzes te maken, als je geen verbintenissen aan kunt gaan die voor jouw keuzes van belang zijn? Als je je niet voortdurend kunt aanpassen aan een andere rol?”
Haar bewering is niet zomaar een theorie: uit de CBS-cijfers blijkt ook dat sociaal geïsoleerden vaker in de stad wonen dan op het platteland. Wat eenzaamheid betreft is er geen verschil, maar echt geïsoleerd raken in een dorp waar de sociale verbanden nog wat ‘ouderwetser’ zijn dan in de stad, gebeurt niet zo snel. De mensen die weken dood in hun huis liggen, worden immers ook meestal niet gevonden in Lutjebroek of Landgraaf, maar eerder in Amsterdam of Rotterdam.
Meer lezen?
* Niets doen, niemand kennen. De leefwereld van sociaal geïsoleerde mensen. door Anja Machielse, uitgeverij Elsevier, 2003.
* Gelukkig met vrienden, door Janke Greving, uitgeverij Pearson Education Benelux, 2005
* Eenzaamheid overwinnen, door Doris Wolf, uitgeverij Synthese, 1997
* Sociaal isolement: een studie over sociale contacten en sociaal isolement in Nederland, door Roelof Hortulanus, Anja Machielse en Ludwien Meeuwesen, uitgeverij Elsevier, 2003.
Uit onderzoek van Machielse, waar ze afgelopen januari op promoveerde, blijkt dat er wat betreft achtergrond en levensgeschiedenis geen wezenlijke verschillen zijn tussen eenzamen en sociaal geïsoleerden. Ze zijn allemaal eenzaam of geïsoleerd geraakt door een samenloop van omstandigheden. Gebrek aan sociale vaardigheden, vaak ontstaan in een meer of minder geïsoleerde jeugd, werkloosheid, een scheiding of sterfgeval, een verhuizing, een flinke achteruitgang in inkomen, dat soort dingen. Machielse: “Maar niet één van die factoren is allesbepalend. Eenzaamheid en isolement liggen dicht bij elkaar.”
Beangstigend, want het betekent dat veel eenzamen balanceren op een wankel randje. Er hoeft maar íets te gebeuren of ze slaan door naar sociaal isolement. Aan de andere kant: er hoeft ook maar weinig voor nodig te zijn om het tij in positieve zin te keren. Een relatie, een nieuwe baan met andere collega’s, een toevallige ontmoeting die tot een innige vriendschap leidt. Hoewel ook daar weer twee kanten aan zitten: Machielse sprak voor haar onderzoek verschillende mensen die één hechte relatie hadden en daardoor geen moeite meer deden nog andere mensen te ontmoeten. Vaak was dat een al sinds de jeugd bestaande gezinsrelatie met een broer, zus of ouder, maar soms ging het ook om een liefdesrelatie.
Sexegenoten
Mientje Fluyt, als trainer en coach werkzaam býj Phoenix, een instituut voor persoonlijke en professionele ontwikkeling, gelooft inderdaad dat een liefdesrelatie niet per se dé manier is om eenzaamheid te doorbreken. Niet het gebrek aan contact is bij veel eenzamen het probleem, maar het gebrek aan wezenlijk, diepgaand contact, en de kans dat dat ook in een liefdesrelatie niet wordt gevonden, is natuurlijk groot. "Volgens mij is het belangrijk jezelf de vraag te stellen waarom je geen contact maakt met anderen, waarom de stekker niet past", zegt ze. Een liefdesrelatie kan je het idee geven dat de eenzaamheid doorbroken is en ervoor zorgen dat je minder moeite gaat doen andere contacten te zoeken, terwijl die volgens Fluyt nou net onontbeerlijk zijn. "Vooral contacten met sexegenoten", meent ze. "Als vrouw vind je dé aansluiting niet bij een man, als man niet bij een vrouw."
"Om het tij positief te keren, is eigen inzet nodig. En juist dat blijkt bij eenzamen vaak een probleem."Niet een relatie is dus dé uitweg - al kan het helpen - maar een wezenlijk onderzoek naar jezelf. "Daar heb je hulp bij nodig, en omdat veel eenzamen die hulp in hun omgeving niet kunnen vinden, is het voor hen beter professionele hulp te zoeken."
Om het tij positief te keren, is dus eigen inzet nodig. En juist dat blijkt bij eenzamen vaak een probleem, zo bleek uit de gesprekken die Machielse had voor haar onderzoek: “Mensen raken niet van de een op de andere dag geïsoleerd. Het gaat langzaamaan, en als je hen vraagt hoe het nou komt, hebben ze daar eigenlijk geen antwoord op. Ze hebben het gevoel dat ze maar weinig invloed hebben op hun eigen leven.”
Om sociaal isolement te voorkomen, is het daarom cruciaal op tijd in te grijpen. Dus als je nog in het stadium zit van Anneke uit het interview: je eenzaam voelen, dat inmiddels toegegeven hebben aan jezelf, hoop zien op verbetering en de wil hebben daar zelf in te investeren. Met de juiste professionele hulp kun je dan misschien nét die verandering forceren die niet tot isolement leidt, maar juist tot een rijker, socialer leven.
Zes types eenzaamheid
Eenzaamheid is onder te verdelen in zes ‘types’, onlangs uitgebreid onderzocht en beschreven door Anja Machielse.
* de zelfredzamen – hebben geen moeite met sociale contacten in de alledaagse omgang, maar zijn niet in staat contacten op te bouwen in hun persoonlijke leven.
* de hoopvollen – de ouderen die vervreemd zijn geraakt van de wereld, maar hopen op meer
* de afhankelijken – hebben een zeer hechte relatie met hun broer, zus of ouder, of met een partner, maar leven verder geïsoleerd
* de eenzamen – zonder werk, met veel oppervlakkige contacten maar geen diepgaande en met het idee dat niemand hen kan helpen
* de buitenstaanders – de echte einzelgängers, zonder behoefte aan contact
* de overlevers – die nooit een sociaal netwerk hadden, vaak psychische problemen hebben en te onzeker zijn om mee te durven doen aan het maatschappelijk leven
april 2006
©2006 Fréderike Geerdink
site-engine: Pêng Smart Web Design
- beheer