Linken naar deze pagina?
Hoe is het om Eduard Nazarski op te volgen?
“We waren een unieke tandem, Eduard als directeur en ik als directeur uitvoering. We zijn heel verschillende mensen, en als zijn opvolger zal ik ook mijn eigen accenten leggen. Eduard had een bestuurlijke achtergrond, ik veel meer een operationele; ik heb jarenlang in Afrika gewerkt. Vijf jaar geleden werd ik gebeld of ik bij VluchtelingenWerk directeur uitvoering wilde worden, en die baan paste precies. Ik wilde niet op het kantoor van een ontwikkelingsorganisatie in Nederland zitten, maar ik wilde wel een baan waarin ik betrokken zou blijven bij noord-zuidvraagstukken. Dat kon bij VluchtelingenWerk. Trouwens, eigenlijk was ik van plan maar een jaartje of drie te blijven. Maar ik werd echt gegrepen door de problematiek rond vluchtelingen en de aard van VluchtelingenWerk als vrijwilligersorganisatie, en toen ik de mogelijkheid kreeg Eduard op te volgen, leek me dat een mooie stap.”
Waardoor werd u dan precies gegrepen?
“Vluchtelingen zijn zo’n kwetsbare groep, en het lukt de overheid maar niet ze binnen zes maanden hom of kuit te geven. Zelfs niet nu er zo veel minder vluchtelingen naar Nederland komen dan pakweg tien jaar geleden. Dat kun je zo’n kwetsbare groep niet aandoen. Daarbij: het aantal asielzoekers loopt niet terug doordat het beter gaat met de wereld, maar door strenger beleid. Ik vrees dat de wil om iets aan illegale migratie te doen, de bescherming van vluchtelingen steeds meer in de weg zal staan.
Ik ben ook gegrepen door VluchtelingenWerk Nederland als organisatie. Ik loop regelmatig een dag mee met een plaatselijke afdeling en daar valt me altijd weer de enorme betrokkenheid van de vrijwilligers op, en hoe zwaar hun werk eigenlijk is. Asielzoekers en vluchtelingen zijn in de eerste plaats slachtoffer van het strenge beleid, maar daarna zijn het de vrijwilligers die ongelooflijk dicht op schrijnende situaties zitten. Die voeling met vrijwilligers wil ik houden, want zij maken onze organisatie ook bijzonder. Of eigenlijk, de combinatie van landelijke en internationale kennis over recht en beleid én de sociaal-maatschappelijke betrokkenheid op plaatselijk niveau, dát maakt ons bijzonder. Zulke organisaties zijn er maar weinig, en daardoor geloof ik ook dat er grote kansen voor ons liggen.”
Ook nu er steeds minder asielzoekers komen en er in het integratiebeleid nauwelijks speciale aandacht is voor vluchtelingen?
“Minister Verdonk heeft in het concept Wet Inburgering geen voorziening voor vluchtelingen opgenomen, en daar zie ik wel een gevaar in. Voor vluchtelingen moet er een landelijke en in de wet vastgelegde basisvoorziening zijn voor maatschappelijke begeleiding, zodat het niet van de gemeente waar je woont afhankelijk is of je goede begeleiding krijgt of niet. De lobby om dat voor elkaar te krijgen, gaat door, en tegelijkertijd proberen we een plek te krijgen in de gemeentelijke dienstverlening. Er komen minder vluchtelingen naar Nederland, maar dat wil niet zeggen dat er minder behoefte is aan ondersteuning bij het opbouwen van een leven in Nederland. Want de groep die hier al is, is nog niet succesvol geïntegreerd. Veertig procent leeft onder de armoedegrens, vijftig procent heeft geen werk. Ook voor die groep kunnen we nog veel betekenen en komen ook steeds meer initiatieven van de grond, zoals ons Banenoffensief. Wat dat betreft kunnen we zelf ook wel wat meer het goede voorbeeld geven: ik wil graag meer minderheden binnen de club halen, meer diversiteit in álle lagen van de organisatie.”
Nog andere plannen?
“Ik wil graag internationaal meer lijnen uitzetten. Op Europees niveau, maar ook daarbuiten. Nu al zijn we bijvoorbeeld bezig vluchtelingorganisaties in de zogeheten transitlanden te versterken; dat zijn landen vanwaar vluchtelingen proberen de Europese Unie te bereiken, zoals Marokko en landen in oostelijk Europa. We vinden ook dat Nederland haar solidariteit moet tonen met landen waar de meeste vluchtelingen terecht komen, namelijk ontwikkelingslanden. We moeten daar vandaan meer mensen uitnodigen om in Nederland een nieuw bestaan op te bouwen: nu nodigt Nederland er jaarlijks vijfhonderd uit, dat kan wel naar drieduizend. Dat is solidair, maar het maakt het ook realistischer vervolgens met die opvanglanden in gesprek te gaan over hoe zij ervoor kunnen zorgen dat de vluchtelingen die daar blijven, een waardig nieuw bestaan kunnen opbouwen. Mensen zitten soms tien, vijftien jaar uitzichtloos in noodkampen, dat kan natuurlijk niet. Zo is onze missie om vluchtelingen te beschermen en een nieuw bestaan te geven, te vertalen naar alle niveau’s. Van kampen in Kenia tot inburgerende asielzoekers in Barneveld.”
Juli 2006
©2006 Fréderike Geerdink
site-engine: Pêng Smart Web Design
- beheer