Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Gezondheid:

15 laatste andere Gezondheid artikelen:
Meer...
15 laatste andere Psyche artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in Plus Magazine:

Seks: hoe (on)tevreden zijn we?



Hoe staat het met het seksleven van Nederlanders die ouder zijn dan veertig jaar? Dat is nu voor het eerst onderzocht door onderzoeksbureau NIPO, in opdracht van geneesmiddelenfabrikant Pfizer.

Hoe belangrijk is seks voor mensen ouder dan veertig jaar? Hoe vaak doen ze het? Hoe zorgeloos zijn die vrijpartijen? En zijn ze nog even fijn - of misschien fijner - dan vóór het veertigste jaar? Hoeveel mensen hebben problemen met seks en welke zijn dat? Praten ze over die problemen, met elkaar, met anderen?
Tot voor kort was over het seksleven van ouderen niet veel bekend. Een van de grootste onderzoeken naar seks in Nederland (1991) werd gehouden onder mensen tot vijftig jaar. Deze maand worden de cijfers gepubliceerd van het eerste grootschalige onderzoek dat op deze vragen wel een antwoord geeft.

Seks is belangrijk

De meeste mensen uit de onderzoeksgroep hebben het goed samen, zo blijkt. Het overgrote deel van de Nederlanders boven de veertig jaar is tevreden of zelfs heel erg tevreden met hun relatie. In emotioneel opzicht, maar ook seksueel gaat het goed. Van de mannen is 72 procent, van de vrouwen is 77 procent tevreden over de seks. Opvallend? Psycholoog en seksuoloog Guusje van der Schoot twijfelt: "Je zou het opvallend kunnen noemen dat vrouwen hun seksleven iets bevredigender vinden dan mannen, want over het algemeen wordt gedacht dat vrouwen juist minder tevreden zijn. Ik ben wel benieuwd waaróm mensen al dan niet tevreden zijn. Ik denk dat de antwoorden erg worden beïnvloed door algemene opvattingen over seks, zoals de opvatting dat er gemeenschap moet zijn en dat je 'het' ongeveer eens per week moet doen. Als ze voldoen aan die normen, is een aanzienlijk deel van de mensen 'tevreden'."
Seks is, zo blijkt uit het onderzoek, een belangrijk onderdeel van ons leven. Vooral voor mannen. Van hen vindt 76 procent seks 'belangrijk' of 'heel erg belangrijk', van de vrouwen vindt 56 procent dit. Dat leidt tot 67 procent als gemiddelde van de mannen en vrouwen samen.


Seks is dus belangrijk, maar wát is er dan zo belangrijk aan seks? Het allerbelangrijkste, vinden mannen en vrouwen eensgezind, is 'het tonen van liefde en genegenheid'. Verrassend: mannen zeggen dit zelfs vaker dan vrouwen - 76 versus 69 procent. Ook belangrijk (voor 55 procent van de mannen en vrouwen) zijn twee andere aspecten tijdens het vrijen: het gevoel emotioneel en lichamelijk dicht bij elkaar te zijn.
Mannen zijn meer op het hoogtepunt gericht dan vrouwen. Ze vinden het belangrijker dan vrouwen om zelf een climax te bereiken (56 procent tegenover 36 procent vrouwen) en om hun partner seksueel te bevredigen (59 procent tegenover 41 procent). Mannen hebben de naam vaker zin te hebben dan vrouwen. Dat klopt, zo blijkt uit het onderzoek. Op de vraag 'hoe vaak heeft u zin in seks' mochten de onderzochte personen kiezen uit verschillende mogelijke antwoorden. De grootste groep mannen (47 procent) koos voor 'één tot meerdere keren per week', terwijl de grootste groep vrouwen (35 procent) koos voor 'één tot meerdere keren per maand'.
Hoe vaak hebben mannen en vrouwen ook echt geslachtsgemeenschap? 'Eén tot meerdere keren per maand' is het meest gegeven antwoord (36 procent van de mannen en 34 procent van de vrouwen). 'Eén tot meerdere keren per week' zegt 33 procent van de mannen en 26 procent van de vrouwen. Er zijn ook mensen die het minder doen dan één keer per maand: 21 procent van de mannen en 26 procent van de vrouwen.

Hoopgevend voor mannen met een erectiestoornis: meer dan 60 procent van de vrouwen ervaart de erectiestoornis van hun partner niet als een probleem.Problemen met seks zijn er ook. Vooral bij vrouwen. Zij hebben vaker dan mannen een gebrek aan interesse in seks (27 versus 13 procent), beleven er vaker geen plezier aan (11 versus 5 procent) en hebben vaker pijn tijdens de gemeenschap (14 versus 5 procent). Ook zijn vrouwen vaker dan mannen niet in staat een hoogtepunt te bereiken (11 versus 8 procent). Mannen bereiken vaker dan vrouwen te snel een hoogtepunt (19 versus 3 procent). Lichamelijke problemen hebben mannen en vrouwen even vaak; 20 procent van de mannen heeft moeite om een erectie te krijgen of houden, ongeveer hetzelfde percentage van de vrouwen heeft moeite om vochtig genoeg te worden.
Hoopgevend voor mannen met een erectiestoornis: meer dan 60 procent van de vrouwen ervaart de erectiestoornis van hun partner niet als een probleem. Mannen zelf vinden het wel een probleem; 79 procent geeft dat aan. Psycholoog en seksuoloog Guusje van der Schoot: "Ik denk dat het andersom hetzelfde is: vrouwen die tijdens het vrijen niet vochtig worden, zitten daar meer mee dan hun partners. Blijkbaar vinden we het belangrijk dat we zelf goed 'functioneren', maar staat het ons seksleven niet in de weg als de ander niet erg opgewonden wordt."

Het onderzoek

Het onderzoek brengt de 'seksuele gezondheid' van twee verschillende groepen in kaart. Eén groep bestaat uit 536 mannen en 500 vrouwen tussen de 40 en 80 jaar met een vaste relatie. In de tekst worden zij aangeduid als 'mannen' en 'vrouwen'. De andere groep bestaat uit 376 mannen met een erectiestoornis en 255 partners van deze mannen, in dezelfde leeftijdsgroep en eveneens met een vaste relatie. In de tekst worden zij 'mannen met erectiestoornissen en hun partners' genoemd.



Taboe: praten over seks

Praten over seks is moeilijk, vindt ruim de helft van de mensen uit het NIPO-onderzoek. Volgens psycholoog en seksuoloog Guusje van der Schoot is dat taboe van alle leeftijden. "Echt praten over seksuele beleving is voor jongeren én ouderen heel intiem en ongemakkelijk."
Ook als er problemen zijn is praten niet makkelijk. Van de mannen met erectieproblemen bijvoorbeeld praat 40 procent hierover met de huisarts, bijna een kwart met de partner en 16 procent met de medisch specialist. Zo'n 12 procent van de mannen met erectieproblemen zoekt informatie op internet en in boeken en tijdschriften. Maar er is ook een grote groep die geen hulp en informatie zoekt en er met niemand over praat: 38 procent. Mannen met erectieproblemen die hiermee níet naar de huisarts gaan, geloven dat erectieproblemen horen bij het ouder worden, vinden het moeilijk het probleem met de huisarts te bespreken, vinden het probleem niet ernstig genoeg of accepteren het omdat de oorzaak (bijvoorbeeld ziekte) bekend is.

"Ik wilde het er niet over hebben omdat ik dacht dat ik het dan zwaarder zou maken, maar het werkte andersom: door niet te praten, werd de druk om zonder moeite te 'presteren' juist groter."André de Waard (66) behoort tot de mannen die geen hulp zochten omdat hij de oorzaak van zijn erectieproblemen kende: bestraling tijdens de behandeling van prostaatkanker. De Waard: "De arts had me verteld dat erectiestoornis een van de risico's was van bestraling. Ik ben er niet op ingegaan, want seks had toen geen prioriteit. Genezen van de prostaatkanker was het belangrijkste."
Na de behandeling volgde een periode van herstel. "Pas toen ik een half jaar na de operatie weer meer energie kreeg, merkte ik dat het moeilijk was een erectie te krijgen, ook als mijn vrouw Elke en ik er erg ons best voor deden. We hoopten dat het vanzelf beter zou gaan na verloop van tijd, maar dat was niet zo." Nu denkt hij dat die verbetering ook uitbleef omdat zijn vrouw en hij er weinig over praatten: "Ik wilde het er niet over hebben omdat ik dacht dat ik het dan zwaarder zou maken, maar het werkte andersom: door niet te praten, werd de druk om zonder moeite te 'presteren' juist groter. Dat frustreerde enorm."
Uiteindelijk haalde zijn vrouw hem over om toch naar de huisarts te gaan met zijn probleem. Huisarts en seksuoloog Peter Leusink merkt dat vaak in zijn praktijk: "Een man zegt niet dat hij erectieproblemen heeft, maar bijvoorbeeld dat hij 'geen jonge vent meer is'. Een vrouw zegt niet dat haar vagina droog blijft tijdens het vrijen maar dat 'het niet meer lukt met mijn man'."

Volgens Leusink ligt het taboe niet alleen bij de patiënt, maar vaak óók bij de huisarts, die seksualiteit vaak een te intiem onderwerp vindt. "Veel huisartsen vinden praten over seksuele problemen niet hun taak. Vreemd, want seksuele problemen kunnen grote invloed hebben op je welzijn en de relatie met de partner onder grote druk zetten."
Uit het NIPO-onderzoek blijkt dat sommige mannen met erectieproblemen vinden dat hun relatie in veel opzichten is veranderd, maar dit geldt niet voor iedereen. Zo vindt minder dan de helft (38 procent) dat de relatie in seksueel opzicht is beïnvloed, en 26 procent van de vrouwen is het daarmee eens. Nog minder mannen en vrouwen (beide 13 procent) geven aan dat de erectieproblemen de emotionele kant van de relatie hebben aangetast. Toch is de eigen seksuele beleving anders geworden voor 40 procent van de mannen en 30 procent van de vrouwen. Het zelfvertrouwen van ruim 31 procent van de mannen is gedaald, en van 7 procent van de vrouwen.

Volgens huisarts Leusink zouden huisartsen vaker hun 'seksuologische bril' moeten opzetten.Leusink wijst erop dat seksuele problemen ook veroorzaakt kunnen worden door medicijngebruik, depressiviteit, reuma, suikerziekte, hart- en vaatziekte of urineverlies. Volgens hem zouden huisartsen vaker hun 'seksuologische bril' moeten opzetten en bij verschillende aandoeningen moeten vragen naar het effect ervan op het seksuele leven.
De ondervraagden in het NIPO-onderzoek zijn het daarmee eens: van de Nederlandse mannen vindt ruim een kwart dat de huisarts seksuele problemen zou moeten aankaarten als de patiënt dat niet doet, van de mannen met een erectiestoornis ligt dat percentage zelfs op 44 procent. Dat huisartsen dat niet doen, blijkt: ruim 90 procent van alle mannen in het onderzoek zegt dat de huisarts niet naar seksuele problemen vraagt.

Leusink benadrukt hoe belangrijk het is dat de patiënt zelf aan de bel trekt als er seksuele problemen zijn. En niet pas wanneer de problemen ernstig worden, maar liefst als het na drie tot zes maanden niet gelukt is zelf iets aan de moeilijkheden te doen. "Door geen of te laat hulp te zoeken, zet je een negatieve spiraal in werking. Je hebt een seksueel probleem, je schaamt je ervoor en praat er niet over, ook niet met je partner, en gaat seks vermijden. Hoe vaker je zegt dat je geen zin hebt om te vrijen, hoe minder vaak je nog opwinding zoekt bij elkaar, en na verloop van tijd is elke prikkeling weg. Als er een keer wél gevreeën wordt, ben je zo gespannen dat het niet lukt. Daarna ga je seks helemaal vermijden."

Seks zónder gemeenschap

Gegevens uit het NIPO-onderzoek bevestigen dit beeld: problemen met seks (zoals erectieproblemen, moeite om vochtig genoeg te worden, pijn bij het vrijen, geen interesse in seks) zijn voor 30 procent van de mannen en voor 42 procent van de vrouwen reden om seks te vermijden. Zonde, vindt Leusink, want aan veel problemen is iets te doen. Door met je partner te praten over seksuele beleving, door voorlichting of medicijnen.
André de Waard is blij met zijn gang naar de huisarts. Hij werd doorverwezen naar een polikliniek Seksuologie in het ziekenhuis en dat heeft hem en zijn vrouw veel opgeleverd. "Ik heb medicijnen - Viagra - gekregen om bij opwinding een erectie te krijgen. Dat werkt. Maar ik gebruik ze lang niet altijd. Juist door de erectieproblemen en door te praten over ons seksleven, kunnen we nu ook genieten van seks zónder geslachtsgemeenschap."

De namen André en Elke de Waard zijn om privacy-redenen gefingeerd.


Problemen en oplossingen

Van de Nederlandse mannen heeft 20 procent erectiestoornissen en 21 procent van de Nederlandse vrouwen wordt niet vochtig genoeg. Dat blijkt uit het NIPO-onderzoek.
Maar wat doe je eraan? Plus Magazine zet de oplossingen op een rijtje. Er zijn twee mogelijkheden: praten en medicatie. Therapie kan een oplossing zijn voor problemen met een psychische oorzaak, medicatie kan lichamelijke problemen verhelpen. Vaak zit de oplossing in een combinatie van beide. Een pil kan bijvoorbeeld wel een erectie veroorzaken, maar dat wil niet automatisch zeggen dat daarmee het seksleven ook voor beide partijen weer bevredigend is. En andersom: met een deskundige praten over seks kan voor verbeteringen zorgen, maar een puur lichamelijke oorzaak voor verminderd vaginaal vochtig worden, los je daar niet mee op.

Vrouwenprobleem: minder vochtig worden.
De oplossing

In eerste instantie: de tijd nemen voor het voorspel. Dan komt het vaak alsnog. Voor wie wél opgewonden wordt maar niet vochtig, is glijmiddel een goede oplossing.
Glijmiddelen zijn er op water-, siliconen- en oliebasis. Ze werken allemaal even goed, maar glijmiddelen op oliebasis zijn niet veilig in combinatie met condooms, omdat het rubber erdoor wordt aangetast. Glijmiddelen zijn te koop bij apotheek en drogist, maar ook anoniem op internet (bijvoorbeeld bij www.neckermann-sieraden.nl en www.wehkamp.nl).
De oorzaak van vaginale droogheid - verminderde oestrogeenproductie na de overgang - aanpakken, is te rigoureus: oestrogenen slikken is slecht voor hart en bloedvaten en zou dus te ingrijpend zijn voor een probleem dat met glijmiddel is op te lossen.
Een glijmiddel werkt altijd, maar het is niet zinvol het te gebruiken zonder opgewonden te zijn. Sterker nog: vrijen zonder opwinding zorgt vaak voor pijn tijdens het vrijen en daarmee verergeren de problemen.

Mannenprobleem: erectiestoornissen.
De oplossing

De oplossing hiervoor is afhankelijk van de oorzaak. Bij oudere mannen kan het enige tijd duren voordat opwinding voor een erectie zorgt, dus is het belangrijk de tijd te nemen voor een vrijpartij. Wie geen erectie krijgt, kan gebaat zijn bij een erectiepil (Viagra of Uprima). Maar die werkt alleen wanneer je opgewonden bent. Er zijn ook andere mogelijkheden, waarvan het injecteren in de penis van stoffen die de doorbloeding verbeteren het effectiefst is. De verbeterde doorbloeding maakt dat de penis stijf wordt. Welke methode voor u het geschiktst is, kan in overleg met de (huis)arts of seksuoloog worden bepaald. De meest gangbare en best onderzochte seksuologische therapie bij erectieproblemen is cognitieve gedragstherapie (vaak een combinatie van oefeningen, het omzetten van negatieve gedachten naar positieve en het overwinnen van faalangst).
Viagra is effectiever dan Uprima: 70 tot 80 procent van de mannen is gebaat bij Viagra, 60 tot 70 procent bij Uprima. Meer verschillen: Uprima werkt binnen 20 minuten en gedurende één tot twee uur, Viagra werkt na een half tot een heel uur en gedurende vier uur. Viagra kan niet gebruikt worden door mannen die vanwege hartproblemen nitraten gebruiken. Of Uprima werkt bij diabeten - die vaak erectieproblemen hebben en afwijkingen aan het zenuwstelsel - is nog niet onderzocht. Omdat beide pillen niet voor alle mannen geschikt zijn, is het belangrijk ze alleen op voorschrift van een arts te gebruiken.

Een injectie is effectief, maar toch stopt minstens een derde van de mannen met injecteren wegens bijvoorbeeld bijwerkingen.Door cognitieve gedragstherapie krijgt 60 procent van de mannen weer een erectie. Een penis-injectie is meestal zeer effectief - het werkt bij 80 tot 90 procent van de mannen.
De injectie mag dan effectief zijn, toch stopt minstens een derde van de mannen met injecteren wegens bijvoorbeeld bijwerkingen (er kunnen ontstekingen optreden, of blauwe plekken), te weinig effect of omdat ze de methode te lastig vinden. Cognitieve gedragstherapie maakt niet iedereen af: uit recent onderzoek bleek dat ruim een derde ermee stopt, vaak wegens gebrek aan effect.
En de erectiepillen? Uit Amerikaans onderzoek naar Viagra blijkt dat 10 procent stopt met de behandeling, een klein deel wegens gebrek aan effect of door bijwerkingen. Die bijwerkingen komen bij 10 procent van de gebruikers voor. Viagra: hoofdpijn en blozen, Uprima misselijkheid en hoofdpijn. Na een jaar is zo'n 85 procent van de gebruikers tevreden over Viagra: de erectie verbetert. Omdat Uprima pas een jaar op de markt is, is het onderzoek naar tevredenheid nog in een beginstadium. De eerste resultaten daarvan lijken vergelijkbaar met die van Viagra.


Tips om makkelijk met de arts te praten

* Denk voordat u naar de arts gaat na over de woorden die u wilt gebruiken om het probleem te omschrijven. Wees concreet. Dus niet 'het lukt niet meer', maar 'het lukt me niet een erectie te krijgen' of 'ik word niet meer vochtig tijdens het vrijen'.
* Bedenk van tevoren wat u van de arts wilt. Wilt u praten over uw problemen of wilt u alleen een doorverwijzing naar een gespecialiseerde hulpverlener (psycholoog of seksuoloog)?
* Vertel de arts dat u het moeilijk vindt hierover te praten. Grote kans dat hij of zij dat herkent, wat een gesprek minder gespannen maakt.
* Ga samen met uw partner, zodat de een het gesprek van de ander kan overnemen als dat
nodig is.


Opvallende cijfers uit het onderzoek

* Ruim een kwart
van de mannen en vrouwen praat met niemand over zijn of haar seksleven en seksuele beleving, ook niet met de partner. * Mannen vinden het vermogen om gemeenschap te hebben belangrijker voor de relatie dan vrouwen (74 versus 61 procent). * 20 Procent van de vrouwen bereikt tijdens de geslachtsgemeenschap altijd een hoogtepunt, tegenover 62 procent van de mannen. Meestal: vrouwen 35 procent, mannen 20 procent. Nooit: vrouwen 8 procent, mannen 3 procent. * Bijna 30 procent van de mannen met een erectiestoornis die naar de huisarts gingen, kreeg geen advies. 44 Procent kreeg Viagra voorgeschreven, 6 procent Uprima. 11 Procent werd doorverwezen naar de uroloog, 6 procent werd geadviseerd een psychoseksuele therapie te volgen.



Meer informatie:
* Informatielijn Erectieproblemen van de Rutgers Nisso Groep: 0900-111 18 88 (€ 0,45 p.m.).
* Stichting Korrelatie, 0900-14 50 (€ 0,10 p.m.).* www.medicijnen.nl, www.seksualiteit.nl (persoonlijk advies tegen betaling) of www.erectieplein.nl.
* Via de huisarts kunt u doorverwezen worden naar een seksuoloog.

Oktober 2002

Fréderike Geerdink - Journalist