Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Psyche:

15 laatste andere Psyche artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in M/V Zorg:

Hoe gevaarlijk is seksverslaving?



Sommige seksverslaafden plegen ook zedendelicen. Wat heeft dit voor consequenties voor de behandeling? En is te voorkomen dat een seksverslaafde zedendelinquent wordt? Een aantal deskundigen geeft hun visie.

Iemand die een paar keer per dag moet masturberen. Een man die het niet kan laten om dagelijks na zijn werk even naar een prostituee te gaan. Een man die opgelucht is als hij wordt gearresteerd wegens verkrachtingen, omdat hij zelf niet meer weet hoe hij met zijn misdaden moet stoppen. Drie situaties waarin seks een rol speelt. De één onschuldig, de ander misdadig. Overeenkomst tussen de drie gevallen is dat er telkens waarschijnlijk sprake is van een verslaving aan seks. Steeds meer willen, niet kunnen stoppen, de controle verliezen. Zo op het eerste gezicht een een gevaarlijke ziekte: wie zichzelf seksueel niet meer onder controle heeft, kan gemakkelijk uitgroeien tot iemand die anderen iets aandoet. Of niet?
Volgens Prof. Dr. Paul Cosyns, psychiater in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, is die conclusie in ieder geval te kort door de bocht. Hij werkt al ruim dertig jaar met zedendelinquenten en sprak onlangs op een bijeenkomst over dit onderwerp van de Vereniging van Forensisch Seksuologen. Een verslaving aan seks bestaat zonder twijfel en dat het een progressieve aandoening is, klopt ook, maar dat leidt niet automatisch tot seksuele delinquentie. Cosyns: “Je kunt seksverslaving beter zien als een dimensie die aanwezig kan zijn bij een seksueel delict. Net zoals het feit of iemand een daad implusief pleegt of dwangmatig. Seksverslaving leidt niet automatisch tot delinquent gedrag, maar delinquent gedrag kan wel deels voortkomen uit een seksverslaving.”

Prostitutiebezoek

Het woord ‘seksverslaving’ roept bij veel mensen in eerste instantie een op argwanende toon gestelde vraag op: bestaat dat? Ja, dat bestaat, daar zijn de deskundigen het wel over eens, al voldoet het verschijnsel in vele opzichten niet aan de criteria van verslaving. Er is bijvoorbeeld geen sprake van heftige afkickverschijnselen als niet aan de drang tot seks kan worden toegegeven. Maar op een belangrijk ander punt is het verslavende effect er wel: de behoefte eraan groeit en het is voor seksverslaafden bijna niet te doen zelf te kiezen voor minder seks. Ze zijn de controle verloren en kunnen niet stoppen, ook niet als ze dat zelf willen of als ze zich realiseren dat ze anderen ermee kwetsen. Professor Cosyns: “Bij seksverslaafden die zedendelicten plegen, zie je daarom ook vaak een zekere opluchting als ze worden opgepakt. Ze hebben het nodig dat er van buitenaf wordt ingegrepen want zelf lukt ze dat niet.”

"Er zijn natuurlijk ook seksverslaafden die niemand kwetsen of pijn doen met hun verslaving."Dat het voor een seksverslaafde moeilijk is zichzelf onder controle te houden, blijkt ook uit de ervaringen van hulpverleners met seksverslaafden die geen strafbare feiten plegen. Zowel de Belgische professor Cosyns als zijn Nederlandse collega Jos Frenken behandelden de afgelopen jaren mannen die geen zedendelict pleegden maar door hun partner naar de hulpverlening werden gestuurd. Zo behandelde Frenken een getrouwde man die elke dag na zijn werk naar een prostituee ging. Zijn vrouw kwam erachter, hij beloofde te stoppen maar bleef gaan omdat hij zichzelf niet onder controle had. Toen zijn echtgenote er opnieuw achterkwam, dwong ze hem in therapie te gaan. Hij ging, want hij realiseerde zich dat hij er alleen niet uit zou komen. Frenken: “Daarnaast zijn er natuurlijk ook seksverslaafden die niemand kwetsen of pijn doen met hun verslaving. Ze masturberen veel, hebben geen relatie en hebben vaak betaalde seks, zoeken naar seks op internet of kijken veel porno. Maar ook voor hen geldt vaak dat hun leven door de verslaving wordt bepaald en dat ze er in zekere zin onder lijden omdat ze er geen grip op hebben.”

Seksverslaving is geen absoluut begrip. Onder zedendelinquenten kunnen allerlei gradaties van verslaving voorkomen. Bij een deel speelt het helemaal geen rol, bij sommigen is het een klein aspect en bij anderen is de verslaving het grootste probleem. Of de verslaving wel of niet het hoofdprobleem is, loopt deels samen met iemands seksuele voorkeuren en gedragingen. Iemand die elke dag betaalde seks heeft en dat eigenlijk financieel niet kan opbrengen, heeft daar vooral zichzelf mee en zou geholpen zijn bij een behandeling die minder prostitutiebezoek kan bewerkstelligen. Niet de betaalde seks is immers het probleem – prostitutiebezoek is min of meer maatschappelijk aanvaard – maar de verslaving eraan. Iets anders is het als iemand een seksuele voorkeur heeft voor kinderen en die ook in de praktijk brengt, of kickt op de angst van een vrouw die wordt verkracht. Hij brengt anderen hoe dan ook schade toe, of er aan het misbruik nu ook een verslaving ten grondslag ligt of niet. Tegelijkertijd is dat vooral een juridische kwestie, want de hulpverlener is er niet om te bepalen of gedrag strafbaar is of niet. Professor Cosyns: “Dat doet de rechter, die bij strafbaar gedrag kan besluiten of een dader een behandeling moet ondergaan of niet.”

Rotonde

Voor de behandeling maakt het al dan niet aanwezig zijn van een verslaving in zoverre verschil, dat een seksverslaafde niet zelden bereid is mee te werken aan behandeling omdat hij er zelf ook last van heeft en merkt dat hij zichzelf niet onder controle heeft. Dat is anders bij zedendelinquenten die bijvoorbeeld een psychopatische achtergrond hebben. Professor Frenken: “Maar voor de inhoud van de behandeling van een zedendelinquent, maakt een seksverslaving geen wezenlijk verschil. In de behandeling gaat het er immers niet om de persoonlijkheid van iemand te veranderen, maar om terugvalpreventie. Je moet voorkomen dat iemand opnieuw de fout ingaat. Mensen laten zien dat er, in tegenstelling tot wat ze zelf vaak denken, een keuzemoment is.”
Als voorbeeld haalt Frenken een exhibitionist aan die hij ooit in behandeling had en die vooral rondom het station van zijn woonplaats geregeld voor ophef zorgde. Of hij wel of niet naar het station ging, werd beslist op een rotonde: als hij rechtdoor ging, reed hij naar huis, ging hij driekwart rond, dan kwam hij uit bij het station. Frenken: “Als hij eenmaal driekwart rond was, dan was het zeker dat hij bij het station uit de kleren ging. Dát keuzemoment en wat eraan vooraf gaat, dáár gaat het om bij de behandeling.”
Soms komt er aan zo’n behandeling ook medicatie te pas. Met medicijnen wordt het niveau testostereon, het hormoon dat zorgt voor seksuele opwinding, teruggebracht tot pre-puberaal niveau – in de volksmond ‘chemische castratie’ genoemd. Volgens Paul Cosyns staan mannen die in sterke mate verslaafd zijn aan seks, daar vaak voor open. “Dat is omdat ze zelf ook lijden onder hun verslaving”, legt hij uit. “Ze willen graag even rust en dat kunnen ze krijgen op die manier. De cirkel van telkens seksuele opwining zoeken, wordt doorbroken, waarna er ruimte kan komen voor therapie en gedragsverandering.”

"Een verkrachter is een ander soort man dan iemand die veel masturbeert, of hij nou seksverslaafd is of niet."Professor Cosyns gelooft niet dat gemakkelijk te voorspellen valt welke seksverslaafde ooit een zedendelict zal plegen en welke niet. Sterker nog: wel beschouwd is het eigenlijk geen kwestie. Iemand die seksverslaafd is, heeft weliswaar steeds meer behoefte aan seks, maar dat is wezenlijk iets anders dan op den duur uit masturbatie of parenclub niet voldoende bevrediging meer halen en dan doorslaan naar bijvoorbeeld verkrachting. Andersom heeft het in de behandeling geen zin te streven naar de verandering van een seksverslaafde verkrachter in een overmatige masturbator die alleen zichzelf vermoeit.
Professor Cosyns: “Een seksverslaafde die vrouwen verkracht, zal niet dezelfde bevrediging halen uit een bezoekje aan een prostituee. Een verkrachter is een ander soort man dan iemand die veel masturbeert, of hij nou seksverslaafd is of niet. Met andere woorden: niet de verslaving is het hoofdprobleem, maar de drang om te verkrachten. Dáár moet dan aan worden gewerkt. Daarbij moet de verslaving een rol spelen, dat wel, maar hoofddoel is te zorgen dat hij niet nog eens iemand iets aandoet.”

Mei 2003

Fréderike Geerdink - Journalist