Linken naar deze pagina?
De priester
Wim Smit (46) is getrouwd met Loes (45) en vader van twee kinderen van drie en vijf jaar. Tot zes jaar geleden werkte hij als priester voor de Rooms Katholieke Kerk.
“De laatste keer dat ik voorging in een mis, stonden de tranen in mijn ogen. Ik moest mijn parochie loslaten en het werk als priester in de kerk, waar ik nog niet zo lang geleden vol overtuiging voor had gekozen, opgeven. Het raakte me enorm, maar mijn keuze stond vast. Als ik Loes zou laten gaan, zou ik mijn geluk te grabbel gooien.
We hebben elkaar ontmoet tijdens een groepswandeling in Italië. Een klein jaar daarvoor was ik tot tot priester gewijd. Die drukke, prachtige periode wilde ik afsluiten met juist díe wandeling, in de voetsporen van Fransiscus van Assisi. Loes viel me meteen op. We raakten steeds vaker in gesprek en ik begon haar leuk te vinden. Heel leuk. Slapeloze nachten had ik ervan. Ik had net een belangrijke keus gemaakt in mijn leven, daar kon ik toch niet op terugkomen? Maar mijn gevoel voor Loes oversteeg alles wat ik ooit eerder had gevoeld. Ik dacht: als ik dit negeer, vergeef ik het mezelf nooit.
De nacht nadat we elkaar de liefde verklaarden, zijn we vroeg opgestaan en hebben we naar de zonsopgang gekeken. Die ochtend hebben we elkaar onze trouw beloofd en die dag voelt nog steeds als onze trouwdag. De rest van de vakantie zweefden we door het landschap.
Vier maanden later zijn we getrouwd. Mensen in mijn omgeving waren niet van me gewend dat ik zulke haakse bochten maakte in het leven. Naar het priesterschap was ik in tien jaar tijd toegegroeid, terwijl ik met Loes binnen anderhalve week mijn keus had gemaakt. De consequentie was ook dat ik inhoudelijk en financieel alle zekerheid opgaf die ik had. Ik schaamde me tegenover God, ik verbrak toch mijn belofte aan Hem. God heeft me vergeven, dat voel ik, en het is ook vooral mijn relatie met de kerk die is veranderd, niet die met God. In mijn huidige werk als geestelijk verzorger in een ziekenhuis en verpleeghuis, draag ik ook nog de mis op, al is dat niet meer in naam van de kerk. Van binnen ben ik nog steeds priester.
Het was een moeilijk afscheid, maar ik kon niet anders. Soms moet je op je schreden terugkeren. Loes en ik wilden niets liever dan samen een gezin stichten, en dat is gelukt. Nu leef ik voor mijn gezin in plaats van, als celibatair, voor een parochie.”
De huisman
Harm Hofstee (43) is getrouwd met Debbie (40). Ze hebben een zoon van vier, Bram. Harm is minder gaan werken, zodat Debbie zich op haar carrière als medisch specialist kan richten.
“Debbie heeft altijd al een duidelijke lijn gevolgd in haar carrière. Ze wilde medisch specialist worden en heeft hard gewerkt om dat te bereiken. Ik was veel laconieker. Vroeger riep ik voor de grap wel eens dat ik vast ooit huisman zou worden. Ik ben het niet want ik werk nog twee dagen per week, maar dat we nu deze taakverdeling hebben, is niet zo verwonderlijk.
Debbie zit in een maatschap met drie mannen. Die hebben allemaal een vrouw thuis die alles doet, daarom kunnen ze carrière maken. Debbie heeft die support ook nodig. Ze werkt wel tachtig uur per week en dan is het natuurlijk belangrijk dat ze weet dat thuis alles goed geregeld is.
De eerste vier jaar na de geboorte van Bram werkte ik vier dagen per week. Bram ging naar een oppasmoeder. Schooltijden zijn helaas wat minder flexibel en ik wilde Bram nog niet naar de buitenschoolse opvang brengen. Er zat dus maar één ding op: minder werken. Voor Debbie is minder werken onmogelijk, dan kan ze haar vak niet uitoefenen, dus kwam het op mij neer. Ik zag het aankomen, maar heb het toch een tijdje voor me uitgeschoven. Ik werk al elf jaar bij hetzelfde bedrijf, ik was verknocht aan mijn baan in het middle-management. Twee dagen gaan werken, waarvan één thuis, betekende automatisch dat ik die functie niet kon houden. Ik moest terug naar het ‘gewone werk’. Niet dat ik het erg vond om weer computerprogramma’s te schrijven, dat vind ik heerlijk, maar met deze beslissing nam ik afscheid van verdere carrièrestappen.
Ik haal nog steeds voldoening uit mijn werk. Ik heb mijn eisen gewoon wat naar beneden bijgesteld. Natuurlijk vind ik dat soms zonde. Maar voor mij is alle taken delen en een gelijkwaardig inkomen hebben, niet belangrijk genoeg om aan mijn fulltime baan vast te houden. Toen ik nog vier dagen werkte, hadden we soms niet eens tijd om een cadeautje voor een jarige in onze vriendenkring te kopen! Ik wil geen overgeorganiseerd leven waarin je voortdurend op de rand van overspannenheid leeft. Ik neem de tijd om op woensdag rustig met Bram boodschappen te doen en om gewoon na schooltijd knus thuis te zijn met Bram. Ik heb wat opgegeven en daardoor heeft Debbie ruimte om carrière te maken, maar ik krijg er veel voor terug.”
De roker
Hans Rathmann (51) stopte ruim een jaar geleden met roken, vooral omdat zijn vrouw Petra dat zo graag wilde.
“Een verslaving doorbreek je niet zomaar. Zelfs niet als je de mensen waar je van houdt, er pijn mee doet. Ik wist dat het voor Petra vervelend was dat ik rookte, maar ik ging er toch mee door. Tot zij de telefoon pakte en me opgaf voor een stoppen met roken-cursus.
Willen stoppen met roken is iets heel dubbels. Natuurlijk wilde ik er best vanaf, maar tegelijkertijd dacht ik dat ik het niet kon missen. Ik rookte sinds mijn achttiende en had al tientallen stop-pogingen gedaan, maar ik hield het meestal nog geen dag vol. Ik werd chagrijnig, dacht alleen nog maar aan roken en stak er dus maar weer een op. Het leven was gewoon niks aan zonder sigaret. Eigenlijk had ik de moed al opgegeven dat ik ooit met roken zou kunnen stoppen. Ik red het wel tot mijn tachtigste, dacht ik, en als ik tien jaar korter leef en op mijn zeventigste sterf, heb ik in ieder geval een leuk leven gehad.
Petra en ik hebben jaren samen gerookt, maar zij is de laatste jaren gaan minderen, tot ze er definitief een punt achter zette. Dat ik doorrookte, maakte het voor haar niet gemakkelijker het vol te houden. Ze vond het ook stinken. Toen we een keer tv zaten te kijken, vroeg ze me of ik die avond misschien niet meer dan twee sigaretten zou willen roken. Ik werd boos: het was toch te gek dat ik in mijn eigen huis niet eens meer mocht roken hoeveel ik wilde! Maar voor haar werd het geleidelijk aan steeds vervelender. Onverdraaglijk is misschien een groot woord, maar ja, die kant ging het wel op. Ergens wist ik ook wel dat ik het haar niet langer kon aandoen. Het was ongezond voor haar om met mij mee te roken. Ik zou trouwens ook niet op mijn geweten willen hebben dat zij weer zou beginnen en daar misschien ziek door zou worden omdat er door mij altijd sigaretten in de buurt waren.
Maar ja, rokers zijn ontzettend goed in struisvogelgedrag. Ik ook. Ik wíst hoe ongezond het was, ook voor Petra, maar ik hakte de knoop niet door. Het heeft dus zover moeten komen dat Petra me opgaf voor de stoppen-met-roken-cursus. Maar toen ze dat eenmaal had gedaan, ging bij mij langzaamaan de knop om. Ik had nog zes weken voor de cursus begon en in die tijd heb ik geprobeerd te wennen aan het idee dat ik zou stoppen. En de cursus werkte: aan het eind van de dag ben ik gestopt en sindsdien heb ik geen sigaret meer aangeraakt. Ik zag ineens in dat het leven zonder de dwangmatigheid van het roken juist leuker was. Toen ik ’s avonds thuiskwam, had Petra een etentje georganiseerd met een groepje niet-rokers, waar ik ineens bijhoorde. Petra vond het geweldig dat ik de stap eindelijk had genomen. En ik ben ook blij dat ik er vanaf ben. Dat mijn liefde voor haar zo sterk is dat ik de verslaving kon doorbreken.”
September 2003
©2003 Fréderike Geerdink
site-engine: Pêng Smart Web Design
- beheer