Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Psyche:

15 laatste andere Psyche artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in Metro:

Superslim maar zonder carrière



Wie hoogbegaafd is, zal het wel makkelijk hebben op de arbeidsmarkt en het ver schoppen. Toch? Ja, soms, maar niet altijd. Hoogbegaafdheid kan ook een handicap zijn, of juist een reden níet hogerop te willen. Drie hoogbegaafden vertellen over hun carrière, een loopbaanadviseur legt uit.

Douwe Wiersma, 36, werkt als buschauffeur
“Marketingmanager ben ik geweest, reisleider, eindredacteur, reclameschrijver, grafisch vormgever en docent. En nog meer. De meeste banen hield ik niet langer dan acht maanden vol. Ik werd er onrustig van omdat ik maar blíjf nadenken, me verder wilde ontwikkelen en me dan snel verlies in details. Ik ben er niet geschikt voor in een echte ‘functie’ te zitten, ik moet creatief kunnen denken, mijn gedachten de vrije loop kunnen laten. Dat kan als buschauffeur.
Ik wist altijd al wel dat ik niet dom was, maar pas vijf jaar geleden kwam ik er achter dat ik hoogbegaafd ben. Dat maakte veel duidelijk over mijn loopbaan en mijn schoolcarrière. Op de cito-toets haalde ik een enorm hoge score, maar toch kreeg ik mavo-advies, omdat ik nooit mijn best deed. Desondanks ging ik naar de havo, en toen door naar het atheneum. Daar moest ik wel werken en haalde ik ineens achten en negens. Ik bleek ‘knap’, ik zag het als een leraar een fout maakte en wees hem of haar daar dan ook op. Dat vonden ze maar vervelend. Bij werkgevers gaat het vaak net zo: men zoekt iemand om een functie in te vullen, in plaats van een persoonlijkheid die ze de ruimte geven zich te ontwikkelen. En een functie met een beperkt takenpakket uitoefenen, voelt voor mij als telkens hetzelfde kunstje uitvoeren.
Ik geef toe, streekbuschauffeur is geen beroep waar ik mijn denkvermogen in kwijt kan. Maar dat vind ik juist het fijne ervan. Ik rij op regionale lijnen. Ik weet hoeveel zones de verschillende afstanden zijn, ik ken de routes en aansluitingen, het is routine. Dat geeft me de ruimte om vrijuit te denken en geestelijk tot rust te komen. Met mijn blik op de weg en het landschap, door een ‘beeldscherm’ van tweeënhalve meter breed in de plaats van een computerscherm van zeventien inch.
Ik werk als oproepkracht op de bus, soms tot veertig uur per week. Ik kan dus mijn eigen tijd indelen. Want ik doe er nog ander werk naast, onder andere als freelance tekstschrijver en pr-manager, zodat ook mijn geestelijke vermogens worden aangesproken. Maar als buschauffeur zit ik het best in mijn vel. Achter het stuur hoeven mijn gedachten nergens toe te leiden, en juist daardoor kom ik op allerlei gekke, leuke gedachten. Juist dan verzin ik de beste ideeën voor mijn werk als freelancer.”


Marlies Wind (44) is inhoudelijk medewerker bij de onderwijsinspectie
“Directrice, dat wilde ik altijd worden. Het maakte niet uit waarvan, als ik maar lekker alles kon regelen. Maar ik heb geen enkel diploma, dus dat werd moeilijk. Ik ging aan de slag als telefoniste en dankzij een baas die meer in me zag, werd ik medewerker bij de onderwijsinspectie. Meer zat er niet in. En meer hoefde ik ook niet.
Ik heb zes jaar gymnasium, maar ben twee keer nét gezakt. De eerste jaren van het gymnasium haalde ik doordat ik simpelweg dingen uit mijn hoofd leerde, maar dat werkte vanaf de vijfde niet goed meer. Ik maakte de dingen ingewikkelder dan ze waren, schonk veel te veel aandacht aan details en daardoor miste ik de essentie van de lesstof. Ik wilde zonder diploma naar de pabo, maar dat kon niet, want toen was nog niet geregeld dat zes jaar gymnasium gelijk stond aan een havo-diploma. Ik moest dus éérst havo-5 doen, dan pas kon ik verder op het HBO. En dat wilde ik niet.
Ik ben aan de slag gegaan als telefoniste. Geen spannende baan, maar daar zocht ik ook niet naar. Ik verdiende mijn inkomen, dat was belangrijk, en ik had leuke collega’s. Dat ik onder mijn niveau werkte, daar dacht ik nooit over na. Ik vond mezelf helemaal niet zo slim. Op school stelde ik veel vragen en vaak werd dan gezegd ‘dat dat toch geen vraag was voor een gymnasiumleerlinge’, waardoor ik dacht dat ik eigenlijk niet op het gym thuishoorde.
Al snel stroomde ik door naar een andere functie. Mijn leidinggevende dacht namelijk dat ik meer in mijn mars had. Die baan, inhoudelijk medewerker bij de onderwijsinspectie, heb ik nu al twintig jaar. Ik heb me er altijd in thuis gevoeld. Ik zorgde voor afwisseling door me om de paar jaar met een andere onderwijsvorm bezig te houden en me dus weer in nieuwe materie te verdiepen. Maar de laatste tijd vind ik het werk steeds minder bevredigend. Er is iets veranderd sinds ik weet dat ik hoogbegaafd ben. Ik heb me altijd aangepast, ten koste van mezelf. Nu zoek ik naar meer balans tussen wie ik ben en wat ik doe en het werk is daar een onderdeel van. Meer denkwerk wil ik, meer variatie.
Ik ben nog maar net begonnen uit te zoeken wat er qua werk bij me past. Ik vergelijk mezelf wel eens met een renhond die twintig jaar in een hok opgesloten heeft gezeten. Nu is de deur opengegaan en zie ik wat er buiten dat hok is en wat ik allemaal zou kunnen. Ik sta op de drempel, maar durf nog niet goed naar buiten te rennen om die nieuwe wereld te ontdekken. Ik moet eerst mijn richting bepalen.”


Wouter van den Berg *(28) is systeembeheerder en werkloos.
“Ik heb een goeie tijd gehad op het lbo. Ik heb er veel geleerd en ik heb er geen spijt van dat ik die opleiding heb gedaan. Dat ik op de lagere school havo-advies kreeg, zei me niets. Ik wilde de bouw in, lekker met mijn handen werken. En daarna, net als mijn vader, technisch tekenaar worden.
Dat je geen technisch tekenaar wordt door op de bouw te beginnen, daar kwam ik pas later achter. En tijdens het lbo leerde ik dat de bouw toch niets voor mij was. Ik stapte over naar de richting detailhandel. Ik blonk niet uit, want goede cijfers halen, maakte me niet populair. Ik wilde erbij horen en dus presteerde ik minder dan ik kon. Na het lbo heb ik geen diploma’s meer gehaald. Ik heb een jaar mbo-reclame gedaan en sociaal-juridische dienstverlening, maar de sfeer op school viel me enorm tegen. Mensen zaten daar hun tijd uit te zitten, terwijl ik echt iets wilde leren en veel vragen stelde. Daardoor viel ik buiten de groep. En sommige stof vond ik te droog. Ik wilde wel wat leren, maar er niet al te veel voor doen.
Het ging niet goed met me in die tijd. Ik maakte schulden en moest wel gaan werken om ze af te betalen. Die schulden had ik gemaakt met het spel Magic, waar ik me helemaal in verloor. Magic is een strategisch spel, waarbij je de juiste kaarten moet zien te verzamelen om te winnen. Ik was er echt goed in om verrassende strategieën te bedenken. Dat gaf me een kick. Of eigenlijk, zo weet ik nu, gaf Magic me de erkenning waar ik naar op zoek was. Maar de kaarten die ik nodig had, kostten soms wel vierhonderd gulden per stuk. Om dat te kunnen betalen, nam ik een studentenkrediet, wat nogal uit de hand liep. Werken was de enige manier om weer uit de schulden te komen.
Sindsdien heb ik gewerkt als magazijnmedewerker, administratieve kracht en als systeembeheerder. Dat vak had ik mezelf geleerd. Dat was wel leuk, maar ik werd er ook onzeker van. Er was een vaste manier om dingen te doen en daar kon ik me niet altijd in vinden. Ik ben ook nogal perfectionistisch en eigenwijs. Dat leverde conflicten op en dan twijfelde ik aan mezelf. Ik had geen diploma’s, dus misschien overschatte ik mezelf wel.
Ik voelde me erg tekort gedaan toen ik door een test ontdekte dat ik hoogbegaafd ben. Er zouden zoveel meer kansen zijn geweest als ik anders, normaal, was geweest! Nu probeer ik me zoveel mogelijk op de toekomst te richten en mijn hoogbegaafdheid niet meer als handicap te zien, maar als voordeel. Maar hoe ik dat concreet ga invullen? Geen idee. Systeembeheer kan niet meer, want ik heb rsi opgelopen. Ik zit nu dus ziek thuis. Lerarenopleiding misschien, of ict-consultant. Architect lijkt me ook wel wat. Ik weet het nog niet. Het belangrijkste is denk ik dat het een baan wordt waar ik mijn eigenzinnigheid en creativiteit in kwijt kan. En dat er begrip is voor wie ik ben.”
* gefingeerde naam

Frans Corten is loopbaanadviseur. Hij is gespecialiseerd in het begeleiden van hoogbegaafden.
“Hoogbegaafd zijn lijkt op het eerste gezicht een enorm voordeel op de arbeidsmarkt. Een snel brein, cognitief sterk en lekker kunnen analyseren. Voor veel hoogbegaafden is het dat ook, maar voor een flink deel geldt dat niet. Door datzelfde snelle brein hebben ze namelijk moeite met vaste procedures, vervelen ze zich snel, voelen zich onbegrepen door baas en collega’s of hebben telkens conflicten op het werk. Dat kan het moeilijk maken om een baan en een werkomgeving te vinden waarin ze helemaal op hun plek zijn.
Voor de duidelijkheid: ik spreek over een geslaagde carrière als iemand op een plek zit die bij hem of haar past, of dat nou als directeur is of als buschauffeur. Maar om op de goede plek te komen, moet je weten wat je werkelijk wilt, wat je inspireert en motiveert. En daarvoor moet je in contact staan met je gevoel. Niet altijd even gemakkelijk voor een hoogbegaafde, die nadenken vaak eenvoudiger vindt dan naar het hart luisteren. Dat hebben ze namelijk vaak als kind al af moeten leren. Op de lagere school, met andere interesses dan de klasgenootjes, gaat een slim kind zich vaak aanpassen aan anderen omdat hij anders buiten de groep valt. Zo kan hij al snel het contact met zijn eigen wereld kwijtraken. Als volwassenen raken ze in verwarring omdat ze merken dat ze veel kunnen en eigenlijk alles wel interessant vinden. Ze gaan van de ene baan naar de andere, op zoek naar uitdaging en bevrediging, die ze niet vinden omdat ze doen wat ze kunnen – een heleboel – in plaats van wat ze willen. Anderen lopen in hoge functies vast, omdat ze niet in het daarbij behorende keuslijf passen. Weer een groep weet niet dat het een hoog IQ heeft en twijfelt aan het eigen kunnen. Denkt zelfs dat ze dom zijn omdat ze de wereld anders zien dan collega’s.
Maar waarom hoogbegaafden dan ook vastlopen, de oplossing is het denken en analyseren loslaten en weer gaan voelen wat je wilt en wat jouw stiel is. Wie dat vindt, blijkt vaak in een vrijere functie, uitvoerend of adviserend, meer op zijn plek te zijn dan in het management. Of uitstekend te functioneren in een baan die qua denkniveau niet veel te bieden heeft, maar wel wat rust geeft en ruimte biedt om de geestelijke uitdaging búiten het werk te zoeken. En hoewel het denken loslaten en stoppen met analyseren dus niet simpel is, is het de enige manier om loopbaanproblemen op te lossen. Dat doe je niet met je hoofd, maar met je hart. Je verstand is pas daarna weer nuttig.”

Voor meer informatie over Frans Corten: www.werkenwaarde.nl


september 2003


Links:
Fréderike Geerdink - Journalist