Linken naar deze pagina?
Gert heeft pas voor het eerst hardop gezegd dat hij niet de biologische vader is van Bram en Heleen: 'Vijf maanden geleden was ik gaan janken als iemand me had gevraagd hoe het voelt om niet helemaal vader te zijn. Het is jaren een geheim geweest. Voor onze omgeving, maar in feite ook voor onszelf. We wisten wel dat de kinderen niet mijn vlees en bloed zijn, maar we deden net alsof dat wel zo was.’
Gert is meegegaan in de sterke kinderwens van zijn vrouw. 'Ik heb nog wel aan adoptie gedacht, maar dat wilde Margreet niet. Ze wilde niet alleen een kind, ze wilde graag zélf een zwangerschap en bevalling meemaken. Daar was ze bijna obsessief mee bezig. Alle mogelijkheden die er tien jaar geleden waren, hebben we geprobeerd. Ook drie IVF-pogingen. We zijn daar zo'n drie, vier jaar mee bezig geweest en dat was een behoorlijk zware tijd. Vooral voor Margreet. Mijn teleurstelling was groot als het weer niet was gelukt. Margreet had ook nog de lichamelijke belasting, de pijn die bij zo'n behandeling hoort.’
‘ICSI, de methode waarbij een goede zaadcel van de man kunstmatig bij het eitje wordt gebracht, was destijds in Nederland nog niet mogelijk. We dachten dat we uitbehandeld waren, tot de huisarts kunstmatige inseminatie met donorzaad voorstelde. Hij opperde dat als de volgende technische mogelijkheid. Ik was niet bij dat gesprek en stond er een beetje van te kijken. Had wel van KID gehoord, maar bracht dat vooral in verband met lesbische stellen en bom-moeders. Voor Margreet betekende KID nieuwe hoop op een zwangerschap, een bevalling, een kind. Ik voelde me toen al een beetje onder druk staan. Niet door Margreet, maar door de omstandigheden. Zij had al zoveel meegemaakt dat er voor mij eigenlijk geen mogelijkheid was mijn bedenkingen rond KID te uiten. Na een paar dagen namen we de beslissing: we zouden het proberen.'
Koelbox
Gerts bedenkingen lagen destijds vooral op het moreel-ethische vlak: hoe ver mag een mens gaan om een kinderwens in vervulling te laten gaan? Was het nog wel natuurlijk waar ze mee bezig waren? Maar om Margreets hoop niet in de weg te zitten, sprak hij zijn twijfels niet uit. 'Twijfelen leek ongepast’, zegt hij. ‘Niemand stelde echt vragen. Ook niet over hoe ik het vaderschap zou beleven. De huisarts had het niet over emoties. De gynaecoloog die later de inseminaties deed ook niet. Dat verbaast me nog steeds. Misschien naďef, maar toen stond ik nog helemaal niet stil bij de implicaties van deze stap. Voor mijn vaderschap, voor de manier waarop ik naar mijn kind zou kijken. Ook over Margreets emoties werd niet gepraat. Het moet voor een vrouw toch op zijn minst een vreemd idee zijn om zaad van een andere man ingebracht te krijgen. Maar het was geen onderwerp van gesprek. Voor Margreet hoefde dat ook niet. Ik denk dat zij zich daarvoor heeft afgeschermd.’
Gert weet nog goed dat hij het zaad bij een spermabank in een andere plaats ging ophalen. Hij kreeg het mee in een koelbox. Gert: ‘Die stond, op weg naar het ziekenhuis waar de inseminatie zou plaatsvinden, naast me in de auto. Ik keek ernaar en dat gaf een gek gevoel. Ik dacht: kijk nou, daar moet het dus mee gebeuren. En even later, in het ziekenhuis, dacht ik telkens: wat gebeurt hier, waar zijn we mee bezig? Maar voor zulke gedachten was geen plaats. We zouden misschien toch een kind krijgen, Margreet zou misschien zelf zwanger worden. Daar ging het om.'
Toen zijn vrouw zwanger bleek, was Gert erg blij. De hele zwangerschap, de bevalling en de tijd daarna waren, ook voor hem, geweldig: 'Als je zo'n klein dropje ziet liggen... Ik denk dat dat voor mij geen problemen opleverde omdat een zwangerschap en een bevalling natuurlijke gebeurtenissen zijn. Die periode klopte en ik hield meteen van mijn zoon. Net zoals ik, twee jaar later, meteen na haar geboorte van mijn dochter hield. Dat gevoel zou niet anders zijn als ik hun biologische vader was geweest: ik kan niet meer van ze houden dan ik nu doe. Dat gevoel zit op zijn top.’
Meer informatie over lotgenotenavonden, mailinglijsten en de themabijeenkomsten bij Freya, tel. 024-6454606. Website: www.freya.nl.Margreet en Gert besloten vanaf het moment dat ze het over het donorschap hadden, het geheim te houden. Niemand wist dat ze vruchtbaarheidsproblemen hadden en dat wilden ze zo houden. Gert: 'Ook onze kinderen zouden het niet te weten komen. Dat werd ons ook aangeraden door de huisarts. Het zou alles minder gecompliceerd maken. En in sommige opzichten klopt dat ook. Mensen zeggen wel eens waarin de kinderen op mij lijken, ook in uiterlijk. Als ze de waarheid wisten, zouden ze daar krampachtiger mee omgaan. Niemand stelt vragen bij mijn vaderschap. Nu twijfelen we of we onze omgeving misschien toch moeten inlichten. We overwegen namelijk om onze kinderen te vertellen dat ik niet hun biologische vader ben.'
Rietjes
Margreet was verbaasd toen Gert het onderwerp een paar maanden geleden ter sprake bracht. 'Ik vertelde haar hoe ik de afgelopen jaren had ervaren. Er is geen dag voorbij gegaan dat ik niet aan mijn kinderen heb gedacht in relatie tot KID. Niet altijd verdrietig, soms gewoon even in een flits. Ik heb het vooral met Bram. Ik wil graag dat hij op mij lijkt, ben altijd op zoek naar verschillen en overeenkomsten. Juist om onze verwantschap te onderstrepen. Toen hij een jaar of drie, vier was, ging ik vaak op zondag alleen met hem naar het bos. Dan probeerde ik hem beschouwend te bekijken, als van een afstandje. Waarin leek hij op mij? Ook uiterlijke kenmerken zocht ik. Dat klinkt gek, maar er is een kleine kans dat Bram toch van mij is. Het donorzaad is destijds vermengd met mijn zaad, onder het motto "je weet maar nooit". De kans is minimaal, maar ik heb gekeken naar zijn neus, zijn ogen.'
'In uiterlijk lijkt hij niet op mij, wel in karakter. Hij kan goed alleen zijn, trekt zich graag terug. We kunnen samen makkelijk een uur in de auto zitten zonder iets te zeggen. We hebben een sterke band. Fijn dat hij dingen van mij heeft overgenomen, maar ik blijf denken: hoe zou je eruit gezien hebben als je helemaal van mij was geweest? Wat zou je karakter zijn? En hoe ontzettend veel ik ook van Bram en Heleen hou, toch zou ik graag de emotie van bloedverwantschap kennen. Die gedachtes had ik nooit eerder met Margreet gedeeld. Zij heeft Bram en Heleen altijd als honderd procent mijn kinderen beschouwd. Achteraf lijkt het erop dat voor haar een moeilijke periode werd afgesloten toen ze eenmaal zwanger was. Voor mij begon het toen allemaal pas.'
Nu het donorschap weer een openlijke kwestie is geworden tussen Margreet en Gert, wil hij alles zo eerlijk mogelijk aanpakken. 'Dat zou betekenen dat we Bram en Heleen vertellen hoe Margreet zwanger is geworden. Ik heb het belang van mijn kinderen voor ogen, maar ik weet natuurlijk niet of ze gelukkiger worden als ze het weten. En als ik het niet vertel, doe ik dat dan werkelijk om hen of eigenlijk om mezelf te beschermen? Soms denk ik dat Bram iets aanvoelt, weet dat er iets is. Hij kan me zo aankijken dat ik me afvraag: wat denk je toch? Alsof hij voelt dat ik bang ben. Bang om hem en Heleen kwijt te raken. Dat is mijn gevoel de afgelopen jaren ook geweest: angst. Misschien komen ze er, door een of andere medische kwestie, 'per ongeluk' achter. Hoe kan ik dat dan verantwoorden? Ik heb gehoord dat je, als je je kinderen de waarheid wilt vertellen, dat het beste zo vroeg mogelijk kunt doen. Dan is de kans dat ze er problemen mee krijgen minimaal. Maar is het al niet te laat? En als we het alsnog vertellen en ze nieuwsgierig worden naar hun biologische vader, hoe vertel ik ze dan dat die anoniem was? Zullen ze me dat kwalijk nemen?'
'Er speelt nog iets: diep in mijn hart vraag ik me wel eens af of Bram en Heleen dezelfde vader hebben. Men zegt van wel, maar ik weet zeker dat de rietjes sperma bij Bram een andere kleur hadden dan bij Heleen. Misschien zegt dat niets, maar het komt soms terug in mijn gedachten. We zouden een DNA-test kunnen doen, maar die kan ook iets anders naar boven halen. Bij Heleen is het donorzaad namelijk niet vermengd met mijn zaad. Stel dat Bram toch mijn zoon is? Hoe meer ik erover nadenk, hoe sterker mijn gevoel dat we alleen met zwanger worden bezig waren. En hoe meer ik iedereen, inclusief mezelf, kwalijk neem dat er destijds zo over mijn gevoelens is heen gewalst. Niet dat we dan niet voor KID hadden gekozen, maar dan had ik wel meer idee gehad van wat me te wachten stond. Nu krijg ik jaren later de rekening gepresenteerd. Misschien hadden we ook wel voor een andere weg gekozen. Niet omdat ik moeite zou hebben met mijn gevoelens naar mijn kinderen, want dat heb ik niet. Maar misschien krijgen mijn kinderen moeite met hun gevoelens naar mij. Ik hoop van harte dat als mijn kinderen een jaar of 30 zijn, ze me met een klap op de schouder zullen zeggen: Pa, het is goed.'
De mannenhulpverlener
Ton van Elst, coördinator mannenhulpverlening bij TransAct: 'Ik zie in het verhaal van Gert patronen die je vaker bij mannen ziet: gevoelens oppotten en het rationele verhaal voor het emotionele laten gaan. Dat kan even werken, maar op den duur komen gevoelens toch terug, en dan vaak in heftiger vorm. Bovendien gaat het om iets heel fundamenteels: het vaderschap. Gert kan voor zijn gevoel niet voldoen aan bepaalde zaken die worden gezien als onlosmakelijk aan het vaderschap verbonden. Te beginnen bij de basis: de man 'levert' het zaad voor de bevruchting. Daarbij 'hoort' een vader zijn gezin, zijn kinderen, te beschermen, en wil dat ook. Die rol komt in gevaar, of je je kind nu wel of niet de waarheid rond de bevruchting vertelt.'
Als een man met dergelijke problemen bij een mannenhulpverlener komt, is het volgens Van Elst goed te bekijken hoe hij in het algemeen met zijn 'emotiehuishouding' omgaat.' Wat kan hij daaraan veranderen? Hoe werd vroeger in het gezin met emoties omgegaan? Met welke ideeën over man-zijn en vaderschap is hij grootgebracht? Als hij ziet hoe beelden van vroeger zijn denken hebben beďnvloed, kan hij kijken wat hij daar eigenlijk van vindt. Zo leert hij ook dat gebeurtenissen hem niet hoeven overkomen, maar dat hij - juist door gevoelens te tonen - meer greep kan krijgen op zijn leven.'
De patiëntenvereniging
Jelle van Lente is voorzitter van Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek. Hij heeft een 'KID-kind' en zat als ervaringsdeskundige in de commissie die het kabinet adviseerde over het al dan niet opheffen van de anonimiteit van spermadonoren.
Jelle: 'Het is begrijpelijk dat sommige mannen het moeilijk vinden hun twijfels te uiten. Ze willen hun vrouw die laatste kans op een zwangerschap niet onthouden op grond van, in hun ogen, irreële angsten. Tóch is het goed twijfel uit te spreken. Dan blijft er in ieder geval niets hangen. Het helpt ook om je zo betrokken mogelijk te voelen. Daarmee vermindert voor veel mannen de angst dat ze zich niet de vader van hun kind zullen voelen. Mijn advies is om alles sámen te doen, zéker bij KID. Dus: mee naar de zwangerschapsgym en naar de controles bij de verloskundige. Bij de meeste mensen is KID na een paar jaar geen item meer. Blijf je vragen houden, dan kan lotgenotencontact helpen. Er zijn lotgenotenavonden die goed bezocht worden, óók door mannen. En dat zijn beslist geen huilavonden. Freya heeft ook verschillende mailinglijsten over dit onderwerp. Op 25 november organiseren we een themabijeenkomst over verminderde vruchtbaarheid bij mannen. Wie wil, kan altijd contact opnemen.'
Juli 2000
©2000 Fréderike Geerdink
site-engine: Pęng Smart Web Design
- beheer