Linken naar deze pagina?
Massa’s kleuters zijn er, die doktertje spelen. En die een broertje of zusje krijgen, of les krijgen van een zwangere juf. Bij iets oudere kinderen, vanaf een jaar of zeven, acht, gonst het in de pauze op de speelplaats: wie is op wie? En in de hoogste klassen van het basisonderwijs wordt soms een taal gebezigd waar volwassenen een kleur van krijgen.
Het zijn maar een paar voorbeelden, maar het feit ligt er, zegt psycholoog en seksuoloog Sanderijn van der Doef: leraren krijgen te maken met de seksuele ontwikkeling van kinderen, of ze nu willen of niet. “Daar moeten ze dus over praten”, vindt ze, “maar dat gebeurt veel te weinig. Leerkrachten vinden dat niet hun taak, of ze doen het niet omdat ze twijfelen over de juiste aanpak.”
Hoog tijd dus, vond ze, om een lespakket te ontwikkelen waarmee leraren in het basisonderwijs aan de slag kunnen. Haar werkgever, het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ), vond het een goed idee, er werd samenwerking gezocht met de Stichting Leerplan Ontwikkeling en vandaag wordt het resultaat tijdens een studiedag in Utrecht gepresenteerd: een lespakket met de naam ‘Relaties en Seksualiteit’. Het doel: kinderen begeleiden in hun seksuele ontwikkeling, zodat ze later seksueel gezonde volwassenen worden die verantwoorde keuzes maken en de grenzen van een ander respecteren.
"In videoclips zijn vrouwen óf heel stoer en brutaal óf onderdanig."Dat klinkt nogal heftig voor kinderen in de basisschool-leeftijd, maar dat is het niet: inhoud en toon van het lespakket sluiten perfect aan bij de belevingswereld van kinderen in de verschillende leeftijdsgroepen. Van der Doef is ervan overtuigd dat een open benadering van het onderwerp op jonge leeftijd later veel problemen kan voorkomen. Zeker in de wereld waarin kinderen tegenwoordig opgroeien. “Via internet, tijdschriften en televisie krijgen ze een heleboel seksuele beelden te verwerken”, zegt ze. “En dat zijn vaak beelden die niets met de werkelijkheid te maken hebben, of die eenzijdig of rolbevestigend zijn. In videoclips bijvoorbeeld, zijn vrouwen óf heel stoer en brutaal óf onderdanig. Mannen worden neergezet als macho’s die maar met hun vingers hoeven te knippen of er liggen sexy vrouwen aan hun voeten. Het is belangrijk dat daar iets tegenover staat.”
Eenzijdig beeld
Leraren in het basisonderwijs, zo is Van der Doefs ervaring, vinden vaak dat het niet hún taak, maar die van de ouders is om kinderen te begeleiden in hun seksuele ontwikkeling. Van der Doef: “Dat is misschien wel waar, maar er zijn veel ouders die dat niet doen. Of die ook een eenzijdig beeld geven. Op school dient het onderwerp zich vanzelf aan en die gelegenheid moet je aangrijpen. Kinderen die doktertje spelen, daar kun je mee praten over wat ze doen, en waarom. Met oudere kinderen die grove taal in de mond nemen, kun je in de groep een gesprek aangaan over de inhoud van die woorden, hoe ze op anderen overkomen, over vragen die de woorden bij ze oproepen. Maar wat doen docenten nu vaak? Ze zeggen: ‘Dat soort taal wil ik hier niet horen!’ en beginnen aan de aardrijkskundeles. Of ze stellen een regel: doktertje spelen mag alleen als de juf ook in het lokaal is. Praten doen ze niet, terwijl die kinderen vól vragen zitten.”
Kleuters leren wat fijn en zacht voelt door in de weer te zijn met watjes en veertjes.Het lespakket is geen vaststaande methode maar een verzameling lessuggesties, waar leraren uit kunnen halen wat het beste aansluit bij hun klas en bij hun manier van lesgeven. “De ene leraar geeft liever klassikaal les, de ander juist liever in kleine groepjes. Op de ene school hebben bijna alle kinderen dezelfde culturele achtergrond, op de andere zijn meer verschillen. In het lespakket zit voor elk wat wils.”
En dat sluit naadloos aan bij de kerngedachte van het lespakket: kinderen uitnodigen hun eigen gevoelens en meningen te ontdekken en te formuleren en naar die van anderen te luisteren. Kleuters leren wat fijn en zacht voelt door in de weer te zijn met watjes en veertjes, iets oudere kinderen kunnen hun ouders interviewen over hoe ze geboren zijn of er kan een moeder met baby op school worden uitgenodigd om vragen aan te stellen. En bij de hoogste groepen worden bijvoorbeeld rolpatronen besproken naar aanleiding van reclamespotjes en voeren de leerlingen toneelstukjes op over ‘elkaar versieren’ en praten ze daarover na. Allemaal rond drie thema’s: lichamelijke en emotionele ontwikkeling, sociale ontwikkeling en relaties, en seksualiteit en gezondheid.
Eigen opvattingen
“Ouders”, zegt Sanderijn van der Doef, “reageren nog wel eens geschrokken als ze horen dat hun kinderen op school met seksualiteit bezig gaan. Ze zijn bang dat de informatie niet aansluit bij wat ze hun kinderen thuis leren. Maar het pakket en de thuissituatie gaan juist prima samen. Op school leren ze dat iedereen anders denkt over allerlei thema’s en dat ieders mening en ieders grens even waardevol is, en met dat kader kunnen ouders hun kinderen dan hun eigen opvattingen meegeven.”
"Meisjes van dertien zijn soms wanhopig omdat ze nog geen seks hebben gehad; ze voelen zich abnormaal."Van der Doef hoopt dat het lespakket op den duur de seksuele gezondheid van jongeren verbetert. Ze werkt als deskundige mee aan verschillende jongerenbladen en websites en als ze vragen van jongeren leest, lopen de rillingen haar soms over de rug. “Meisjes van dertien die wanhopig zijn omdat ze nog geen seks hebben gehad en zich abnormaal voelen. Jongens die willen weten hoe lang hun penis moet zijn, en of ‘ie niet een halve centimeter te kort is. Meiden die zich door hun vriendje onder druk laten zetten en verder gaan dan ze willen omdat ze hun grenzen niet durven aangeven. Als je dáár wat aan wilt doen, als je ongewenste zwangerschappen en abortussen wilt voorkomen, als je jongeren verantwoordelijk wilt maken op dit gebied, dan zit er maar één ding op: je moet er vroeg bij zijn.”
Maart 2004
©2004 Fréderike Geerdink
site-engine: Pêng Smart Web Design
- beheer