Linken naar deze pagina?
Het interview met Marijke vindt plaats tijdens de vakantie. Niet haar favoriete tijd van het jaar. "In deze periode valt mijn normale dagindeling weg. En iedereen is in het buitenland, ook mijn therapeut. Ik hoop dat de vakantie snel voorbij is." Dan hebben de dagen weer hun vertrouwde ritme. De zorg voor haar dochtertje, haar baan van zes uur per week, de relatie met Henk, haar familie. Vastigheid doet haar goed. "Ik heb verlatingsangst", vertelt ze, "en dat houdt ook verband met mijn depressie. De eerste keer dat ik depressief werd, was mijn opa net overleden. Ik was toen zestien. Jaren later werd de depressie erger toen een collega waar ik al jaren mee samenwerkte, een andere baan kreeg en vertrok." De vaste basis die ze nu heeft, beangstigt haar soms, puur uit angst die te verliezen. "Henk is me vast zat aan het worden. Ik voel me schuldig over de invloed die mijn depressie op hem heeft. Als hij bij me weg gaat, kan hij verder met zijn eigen leven."
Henk wilde niet geïnterviewd worden over de depressie van zijn vrouw. Vooral omdat hij en Marijke er nog niet vaak samen over gepraat hebben en ze het eerste echte gesprek over Marijkes depressie niet willen voeren met een buitenstaander erbij. Marijke: "We hebben nog nooit gepraat over de invloed die mijn depressie heeft op onze relatie. Gelukkig komt daar binnenkort verandering in."
Moederschap
Marijke en Henk kennen elkaar nu een jaar of acht. Ze kregen een relatie toen Marijke net een periode van ernstige depressie achter zich had en nog elke dag professionele begeleiding kreeg. Marijke: "In die tijd probeerde hij me op te beuren. Hij zei dat het wel weer goed zou komen, dat we er samen wat van zouden maken." Ze trouwden en kregen een dochter, Jessie. Een mooie tijd, maar hoe ouder Jessie werd, hoe confronterender het moederschap voor Marijke werd. "Het confronteerde me met mijn eigen jeugd. Ik ben streng gelovig opgevoed, heel strak. En van mijn ouders kreeg ik geen enkele steun, ik moest alles zelf uitzoeken. Dat vond ik extra moeilijk als ik naar Jessie keek en zag hoe hard een kind zijn ouders nodig heeft."
"Jessie was ook nog eens in een moeilijke leeftijd. Ze kon vreselijk dwars zijn en soms ging ik daardoor helemaal door het lint."De depressie barstte weer in alle hevigheid los. "Terwijl ik van mezelf vond dat ik geen enkele reden had om me zo slecht te voelen. Getrouwd, een gezonde dochter, een baan, een huis. Ik had toch alles?" Ze probeerde haar gevoelens te onderdrukken en toen Jessie ongeveer twee jaar was, besloten zij en Henk opnieuw met voorbehoedmiddelen te stoppen om een tweede kind te krijgen. "Maar eigenlijk wilde ik helemaal niet zwanger worden", zegt ze nu. "Ik voelde me er veel te slecht voor. Mijn stemmingen wisselden enorm. Het ene moment voelde ik me vrij goed, het volgende moment kon ik echt grenzeloos huilen zonder precies te weten waarom. Jessie was ook nog eens in een moeilijke leeftijd. Ze kon vreselijk dwars zijn en soms ging ik daardoor helemaal door het lint." Uiteindelijk moest ze wel tegen Henk zeggen hoe slecht het ging: "Ik zat zo in de knoop, dat ik het geen goed idee vond om zwanger te worden. Het kon niet, alles groeide me boven het hoofd."
Ze meldde zich ziek op het werk, er werd thuiszorg en psychologische begeleiding geregeld en Jessie ging een paar dagen per week naar de crèche en kon af en toe terecht bij familie, zodat Marijke wat rust had. "Ik voelde me schuldig ten opzichte van haar", zegt Marijke. "Ik kon niet goed voor haar zorgen en was ongeduldig. Ze had zoveel aandacht nodig, terwijl ik alleen maar met rust gelaten wilde worden en door de medicijnen ook vaak moe was. Ik voelde me ook schuldig tegenover Henk. Hij wist nooit wat hij kon verwachten als hij thuiskwam uit zijn werk. Hoe zou ik eraan toe zijn? Hoe ging het tussen mij en Jessie?"
"Ik had het gevoel dat anderen dachten dat ik niet genoeg mijn best deed om beter te worden. Maar dat deed ik volgens mij wél."Henk deed wat hij kon om zijn vrouw te helpen, maar hij wist niet goed hoe hij dat moest aanpakken en niet alle hulp viel bij Marijke in goede aarde. "Hij raadde me een keer een alternatieve behandeling aan", zegt ze. "Andere mensen in mijn omgeving deden dat trouwens ook. Mijn zus gaf me een raar soort ketting waar ik van op zou knappen, terwijl ik helemaal niks heb met het alternatieve circuit. Ik heb een paar dingen wel geprobeerd, zoals die magnetiseur, maar dat is gewoon niks voor mij. Daar voelde ik me dan ook weer schuldig over, want ik had het gevoel dat anderen dachten dat ik niet genoeg mijn best deed om beter te worden. Maar dat deed ik volgens mij wél. Ik nam mijn medicijnen, ik was in therapie, maar het type depressie dat ik heb, is waarschijnlijk chronisch en niet zo makkelijk te behandelen. Door me allerlei therapieën aan te raden, werd mijn schuldgevoel dus eigenlijk alleen maar groter."
Afstand
Nu, zo’n anderhalf, twee jaar later, heeft Henk wat afstand genomen van Marijke’s ziekte. Marijke: "Hij zei dat dat moest omdat hij er anders aan onderdoor zou gaan." Ze mist hem, ze mist zijn steun. "We hebben nog steeds een goede relatie", zegt ze, "maar we zijn niet meer zo hecht als we ooit waren. Hij heeft een soort pantser om zich heen, uit bescherming. Hij helpt me, maar is niet meer zo betrokken. Slaat minder spontaan een arm om me heen en als ik vraag wat hij voor me voelt, krijg ik geen antwoord. Of hij zegt dat ik een goede moeder ben. Dat wil ik niet horen, ik wil méér zijn voor hem."
In feite, zegt ze, leven Henk en zij steeds meer in hun eigen wereld en ontmoeten die twee werelden elkaar steeds minder. Ze hoopt dat gezamenlijke therapie daar wat aan kan veranderen. Als de medicatie die ze nu heeft dan ook nog aanslaat, zoals ze verwacht, breekt er misschien een wat zonniger tijd aan. Die gedachte geeft haar hoop, maar ze merkt dat Henk terughoudend blijft. "Dat geeft me een machteloos gevoel", zegt ze. "Ik hoop op beterschap. Maar het voelt wel als een eenzame strijd en dat maakt me verdrietig."
De geïnterviewde wilde haar verhaal liever onder een andere naam vertellen. Marijke en Henk zijn dus pseudoniemen.
De deskundige: "Als partner van iemand die depressief is, blijf je alleen overeind als je óók kiest voor jezelf."
Aly van Geleuken werkt als psycholoog bij het Depressiecentrum.
"De aandacht van de omgeving gaat vaak automatisch uit naar degene die depressief is. Het is volgens mij goed de focus eens te verleggen naar de partner, of, zo je wilt, naar de dochter, moeder, zoon, vader, vriend, vriendin van de depressieve. Hoe blijft híj overeind? Volgens mij is het belangrijkste dat je ervoor zorgt dat de depressie niet ook het leven van de omgeving van de depressieve persoon gaat bepalen. Met andere woorden: blijf je eigen leven leven. Geef je hobby’s niet op, hou je eigen sociale contacten, laat niet elke keuze die je maakt afhangen van de gevolgen voor je depressieve partner.
Tegelijkertijd is het belangrijk aan je relatie te blijven werken. En daarmee bedoel ik vooral: contact maken. Deel je angsten, je zorgen, je gedachtes, allebei, zodat je weet wat de ander bezighoudt en hoe je rekening kunt houden met elkaar. Niet ieder stel is gewend werkelijk contact met elkaar te hebben. Zolang alles goed gaat, hoeft dat geen probleem te zijn, maar als één van de twee depressief is of een andere ziekte heeft, is het wel van essentieel belang. Anders drijf je langzaamaan steeds verder van elkaar weg. Als je blijft delen, kan de depressie een verdiepende periode worden waarin je dichter tot elkaar komt.
Het klinkt prachtig, maar in de praktijk is het niet altijd gemakkelijk. Daarom is het volgens mij heel goed om contact te zoeken met lotgenoten. En dan heb ik het dus in de eerste plaats niet over de patiënt zelf, maar over de partner: in de praktijk blijkt dat zij er ontzettend veel aan kunnen hebben om ervaringen te delen met andere partners. Het helpt je je eigen keuzes te maken, je eigen weg te vinden in zo’n moeilijke periode. Dat maakt je sterker, en het zorgt dat je meer kunt hebben en er beter voor de ander kunt zijn. Je helpt er dus niet alleen jezelf mee, maar óók de ander."
Informatie en advies over depressie
* www.depressiecentrum.nl of bel de infolijn van het depressiecentrum op 0900-9039039 (€ 0,20 per minuut).
* Voor de omgeving van mensen met een depressie (onder andere regionale groepen voor ‘partners van’) is er de vereniging Labyrint in Perspectief: www.labyrint-in-perspectief.nl. De telefonische hulplijn van Labyrint-In Perspectief 0900-2546674 (€ 0,20 per minuut) is bereikbaar op de volgende tijden: maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 12.00, maandag, woensdag en vrijdag van 13.00 tot 16.00 en dinsdag en donderdag van 19.00 tot 21.30 uur.
Oktober 2004
©2004 Fréderike Geerdink
site-engine: Pêng Smart Web Design
- beheer