Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Gezondheid:

15 laatste andere Gezondheid artikelen:
Meer...
15 laatste andere Psyche artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in Viva:

Sarah (28) kreeg spijt van haar abortus


"Ik wilde roepen dat ze moesten stoppen. Maar het was al klaar."



Ze had nooit gedacht dat haar zoiets ‘stoms’ zou overkomen: ongepland zwanger raken. Toen het toch gebeurde, durfde Sarah de beslissing om het kind te houden, niet te nemen. Ze liet een abortus doen. Maar had direct spijt.

"Ik had de afspraak voor de abortus al gemaakt, maar toen ik boodschappen ging doen, merkte ik dat ik er rekening mee hield dat ik zwanger was. Gezonde dingen kocht ik, en geen alcohol. Want stel dat ik de baby tóch zou houden. Het was een warboel in mijn hoofd, ik wist totaal niet wat ik wilde. Toch heb ik de abortus laten doen. En daar heb ik nog steeds spijt van.
Het is nu twee jaar geleden dat ik zwanger raakte. Mijn vriend Tom en ik - we waren toen ruim een jaar samen - vreeën normaal met condooms, maar die dag hadden we er allebei geen bij ons. Het was de eerste dag na mijn menstruatie en ik dacht dat ik niet zwanger kon worden. Dus wel. De menstruatie bleef uit, en ik kreeg een vreemd gevoel in mijn tepels. Ik wist eigenlijk meteen wat er aan de hand was en dacht: ik laat snel een abortus doen, want dan is ‘het’ nog niks. Het kind houden kwam niet in me op: ik studeerde nog, woonde niet samen, en was nog niet toe aan een kind. Dus belde ik de huisarts en zei dat ik zwanger was en het niet wilde. Op een maandag was dat, en op donderdag kon ik er terecht. De abortus zou dan in de week daarna kunnen."

"De eerste twijfels kwamen diezelfde dag al. Tom kwam ’s avonds bij me langs en toen hij de kamer binnenkwam, dacht ik: dat is de vader van mijn kind. Ik zei het niet hardop, want ik had hem niet verteld over de zwangerschap. Vreemd misschien, maar ik had daar een goede reden voor. Hij had wel eens gezegd dat we, als ik ongepland zwanger zou worden, het kind samen zouden opvoeden, dat ik op hem kon rekenen. Dat heeft hij in zijn opvoeding meegekregen. Prima, maar ík had van mijn ouders meegekregen dat je een man niet aan je mag binden door zwanger te worden. Ik wilde niet dat hij zich verplicht zou voelen bij mij te blijven omdat ik zwanger was. Ik had het idee dat ik, als ik hem zou zeggen dat ik zwanger was, daarmee indirect zou zeggen dat ik het kind wilde houden. En ik wilde het niet houden. Tenminste, dat dacht ik. Het gesprek met de huisarts is niet goed tot me doorgedrongen. Ze zei wel dat ik er niet te licht over moest denken, maar dat liet ik langs me heengaan. Het kón gewoon niet, zomaar een kind krijgen, we waren er nog niet aan toe. Ik kreeg een verwijsbrief, en op dinsdag zou ik naar de kliniek gaan.

"Mijn moeder zei dat ze geloofde dat het kindje een engeltje zou worden, maar dat ze ook dacht dat ik een goede moeder zou zijn."Ik was van plan niemand over de zwangerschap te vertellen, maar toen ik de avond daarna bij mijn moeder was, heb ik het er toch uitgegooid. Het zat me zó hoog. Mijn moeder zei dat ze geloofde dat het kindje een engeltje zou worden, maar dat ze ook dacht dat ik een goede moeder zou zijn. Maar ondanks mijn twijfels, was ik vrij stellig geweest in mijn mededeling dat ik een abortus zou laten doen, en ze zei dat ze achter me zou staan. Daarmee had ik een soort ‘toestemming’ van mijn moeder om de zwangerschap af te breken. Dat had ik nodig, want ik durfde de verantwoordelijkheid voor mijn beslissing niet volledig zelf op me te nemen. Dat dacht ik toen nog niet zo, maar achteraf is me dat wel duidelijk."

"Hoewel ik van mijn moeder ‘toestemming’ had, werd het in mijn hoofd een steeds grotere warboel. Diep in mijn hart wilde ik geen abortus, maar ik durfde niet aan dat gevoel toe te geven. De gedachte dat ik toch niet ‘zomaar’ een kind kon krijgen, heeft, achteraf gezien, volgens mij van alles te maken met de tijd waarin we nu leven. De tijd van pil slikken, de tijd van plannen. Als je tiener bent, word je in Nederland ontzettend goed verteld dat ongewenst zwanger worden erg dom en onnodig is, en dus ga je aan de pil. Jarenlang ben je, zonder er echt bij stil te staan, bezig géén kind te krijgen. Word je toch ongepland zwanger, dan is de eerste gedachte ‘abortus’ en word er vaak niet serieus overwogen het kind toch te houden. Zo ging het tenminste bij mij, en ik geloof dat het vaker zo gaat. Ik denk dat die gedachte er samen met de verwarring voor zorgde dat ik niet van gedachten durfde te veranderen, dat ik niet de beslissing durfde te nemen het kind te houden. Een ander moest de knoop voor me doorhakken."

"Ik zei dat ik zwanger was, en ik kon niet voor me houden dat ik de afspraak bij de abortuskliniek al had gemaakt."

"Vandaar dat ik het twee dagen later ook aan Tom verteld heb. Ik had me voorgenomen alleen te zeggen dat ik zwanger was, en niet dat ik al een afspraak bij de kliniek had. Omdat hij tegen abortus was, zou ik daarmee dus indirect zeggen dat ik het kind wilde houden. Zo hoefde ik de beslissing de zwangerschap níet af te breken, niet zelf te maken. Maar het pakte anders uit: ik zei dat ik zwanger was, en ik kon niet voor me houden dat ik de afspraak bij de abortuskliniek al had gemaakt. Tom schrok, maar door de stelligheid waarmee ik de mededeling deed, was hij ervan overtuigd dat ik het kind niet wilde. Het was hem niet duidelijk dat ik twijfelde. Hij zei dat hij me in mijn beslissing zou steunen.
Voor mij maakte dat duidelijk dat hij het kind niet wilde. Anders had hij toch wel anders gereageerd? Het ging heel snel, en voor ik het wist stonden de zaken er totaal anders voor. In plaats van dat Tom voor mij zou beslissen dat we het kind zouden houden, zou de abortus toch doorgaan."

"Het klinkt misschien gek dat ik dat allemaal zo liet gebeuren en niet eerlijk zei wat er in me omging, maar dat heeft alles te maken met hoe ik er toen aan toe was. Zelf nadenken kon ik al lang niet meer. Nu weet ik dat veel vrouwen die deze beslissing moeten nemen die verwarring voelen en dat het goed is hulp te zoeken als je er niet uitkomt, maar dat kon ik toen niet bedenken. De situatie, de omstandigheden, de misverstanden: alles wees erop dat het toch beter was de abortus te laten doen. En dus ging ik die dinsdag naar de kliniek. Tom ging met me mee."

"Ik dacht dat tijdens het gesprek dat ik in de kliniek zou hebben, wel duidelijk zou worden dat ik twijfelde, en dat ze de ingreep dan niet zouden doen.""Ik weet nog goed dat we in de bus zaten op weg naar de kliniek. We zeiden niets. Tom praatte niet over wat we gingen doen, want hij wilde mij denk ik niet het idee geven dat hij twijfelde over de abortus en mij eigenlijk niet steunde. En ik zei niets omdat ik een soort van verdoofd was. Ik had me er niet helemaal bij neergelegd dat de abortus door zou gaan, maar rekende op anderen om het tij te keren. Ik dacht dat tijdens het gesprek dat ik in de kliniek zou hebben, wel duidelijk zou worden dat ik twijfelde, en dat ze de ingreep dan niet zouden doen.
Maar het gesprek liep mis, en daar ben ik nog steeds boos over. Er werd nauwelijks gevraagd waarom ik het kind niet wilde, de verpleegkundige stelde alleen maar gesloten vragen. Het was zeker omdat mijn vriend en ik niet samenwoonden? Dat ik nog studeerde? Niet zo veel geld had? Ik stamelde maar wat, zei dat ik misschien wel twijfelde. Ze vroeg of ik een tweede gesprek wilde. Dat leek me een goed idee, maar het bleek nog dagen te duren voor dat gesprek zou plaatsvinden. Tom snapte er niets meer van. Hij zei: Als je een abortus wilt, moet je het nú doen. Dat klinkt hard, maar zo was het niet bedoeld. Hij dacht dat ik echt een abortus wilde en dat ik het mezelf alleen maar moeilijker zou maken als ik het zou uitstellen."

"Ik wist niet meer wat ik dacht, wist niet meer wat ik voelde. Op weg naar de behandelkamer ben ik flauwgevallen. Ik werd op een bed gelegd en kwam even later weer bij kennis. Daarna kon de behandeling beginnen. Ik moet nog steeds huilen als ik eraan terugdenk, zo afschuwelijk vond ik het. Ik wilde roepen dat ze moesten stoppen, maar het was al klaar. Ik was totaal van de wereld. Dacht alleen maar: ‘oh, mijn kindje is weg’. De luxeperiode van daarvoor, waarin ik nog kon kiezen, was voorbij."

"Ik moest denken aan Tom: zou hij zich net zo slecht voelen als ik? Die gedachte maakte me bang: hij zou zichzelf toch niet iets aandoen?"

"Tom bracht me naar huis. We zijn samen op bed gaan liggen, zonder veel te zeggen. Die avond hadden we nog een afspraak waar we naartoe zijn gegaan. Van de rest van de week herinner ik me alleen maar flarden. Ik weet dat mijn vader langs is geweest en dat we, liggend op mijn bed, hebben gepraat over wat er was gebeurd. Ik moest denken aan Tom: zou hij zich net zo slecht voelen als ik? Die gedachte maakte me bang: hij zou zichzelf toch niet iets aandoen? Het ging steeds slechter, langzamerhand werd ik echt hysterisch. Ik begreep maar niet hoe het zo had kunnen lopen, waarom ik iets had gedaan wat ik niet wilde. Het was onverteerbaar te bedenken dat het niet meer terug te draaien was, dat ik mijn kind kwijt was.
Op een ochtend dat ik nog onder invloed was van de sherry’s die ik ‘s nachts had gedronken, ben ik naar het maatschappelijk werk gegaan. Ik heb daar staan jammeren zoals je vrouwen wel eens ziet jammeren in van die tv-films: dat ik mijn kindje terugwilde, dat ze het uit mijn buik hadden gehaald, dat ik dood wilde. Ze verwezen me door naar de crisisdienst, maar ze stuurden me naar de verkeerde, en die was gesloten. Ik wist niet wat ik moest doen, ben maar weer naar huis gegaan, helemaal ontredderd."

"De volgende dag ben ik met mijn moeder naar het strand gegaan. We hebben veel gepraat, ik herinner me niet meer waarover precies, en dat gaf me wat rust. In die tijd kwam ik er ook achter waarom ik in de abortuskliniek zo’n raar gesprek had gehad: de vervanger van mijn huisarts had op de verwijsbrief aangekruisd dat de abortus ‘noodzakelijk’ was in plaats van ‘wenselijk’. Als het ‘noodzakelijk’ wordt geacht, is er meestal een dringender reden voor de abortus dan wanneer het ‘wenselijk’ is. Hoewel iedere situatie apart bekeken en beoordeeld wordt, is het denk ik eerder ‘noodzakelijk’ als je bijvoorbeeld zwanger bent geworden na een verkrachting, dan wanneer je zoals bij mij ‘gewoon per ongeluk’ zwanger bent geworden. Bij de kliniek waren ze van mijn huisarts gewend dat hij altijd ‘wenselijk’ aankruiste, en ze wisten niet dat ik een vervanger had gehad. Ze dachten dat als mijn huisarts het ‘noodzakelijk’ achtte, er wel iets heel heftigs aan de hand moest zijn en daarom wilden ze het me tijdens het gesprek niet te moeilijk maken. Vandaar dus ook, dat ze het feit dat ik zei dat ik twijfelde en dat ik flauwviel, verkeerd hebben opgevat."

"Ik was somber, verdrietig en ik was bang dat ik gestraft zou worden voor wat ik had gedaan, dat ik nooit meer zwanger zou kunnen worden.""Na die eerste week probeerde ik mijn leven weer op te pakken. Dat leek te lukken, maar als ik er nu op terugkijk, zie ik dat het niet ging. Tom kwam twee keer per week langs, mijn moeder één keer en mijn vader één keer, maar er bleven elke week drie dagen over dat ik alleen was. Op die dagen kwam ik pas om drie uur ‘s middags mijn bed uit, deed ik wat boodschappen en verder niets. Vijf weken duurde die periode. Ik ging niet naar college, afspraken zegde ik af, ik had nergens zin in. Ik was somber, verdrietig en ik was bang dat ik gestraft zou worden voor wat ik had gedaan, dat ik nooit meer zwanger zou kunnen worden. Vooral door dat laatste raakte ik geobsedeerd. Ik wilde zwanger worden om te kijken of het nog kón.
Misschien niet verstandig, maar de eerste keer dat Tom en ik met elkaar vreeën na de abortus - bijna twee maanden erna - werd ik zwanger. We wisten beide dat ‘voor het zingen de kerk uit’ vaak niet werkt, maar stilzwijgend waren we het er over eens dat we een kind wilden. Onze relatie had niet geleden onder de periode die achter ons lag. Integendeel: we waren alleen nog maar meer naar elkaar toegegroeid, juist omdat we met wezenlijke dingen als leven en dood waren bezig geweest en erachter waren gekomen dat onze waarden wat dat betreft dicht bij elkaar lagen.
De abortus was een grote vergissing geweest. Door de enorm heftige gevoelens die het bij me had opgeroepen, wist ik dat er misschien rationele argumenten waren tegen een zwangerschap, maar wist ik vooral dat ik moeder wilde zijn."

"Ik speelde met leven: liet het ene kind doden en raakte vervolgens weer zwanger."

"Tom was blij met de zwangerschap, maar voor mij voelde het dubbel. Ik was blij, maar ik voelde me ook een soort duiveltje. Ik speelde met leven: liet het ene kind doden en raakte vervolgens weer zwanger. Mijn moeder had wel door hoe erg ik in de war was en zij bracht me in contact met een vriend van haar die psychiater is. Hij stelde vrij snel een diagnose: ik had een posttraumatische stress-stoornis, waarvan die depressie van vijf weken het belangrijkste symptoom was. Door de gesprekken met hem kreeg ik alles weer een beetje op de rij. Ging ik inzien hoe de toestand rond de abortus mijn zelfbeeld overhoop had gehaald. Het zelfbeeld van jonge, studerende vrouw, die haar leven plant en geen stomme dingen doet als ongepland zwanger raken. Dat beeld, zorgde samen met de hormonen en de beslissing die ik moest maar niet durfde te nemen, voor die enorme verwarring.
In die tijd hoorde ik ook dat je bij het Fiom terecht kunt voor een besluitvormingsgesprek, dat het normaal is te twijfelen over zo’n beslissing. Ik las ook over de groepen die ze hadden voor vrouwen die achteraf moeite hadden met de abortus. Hoogzwanger heb ik me daarvoor opgegeven, en die groep heeft me gebracht waar ik nu ben."

"Hoewel de spijt altijd zal blijven, kan ik nu begrijpen hoe het zo heeft kunnen lopen.""De eerste bijeenkomst was toen mijn zoon twee maanden oud was. Negen vrouwen zoals ik, twee therapeuten. Het delen van mijn gevoelens met vrouwen die hetzelfde hadden meegemaakt, voelde prettig. En het was een opluchting te zien dat het vrouwen zoals ik waren. Door die bijeenkomsten ben ik van mijn depressie en van dat intense verdriet afgekomen. Hoewel de spijt altijd zal blijven, kan ik nu begrijpen hoe het zo heeft kunnen lopen.
Ik kan genieten van mijn kind, ik kan lachen, ik heb mijn studie weer opgepakt, tussen mij en Tom gaat het hartstikke goed en ik heb mijn sociale leven weer opgebouwd. Last van slapeloze nachten heb ik nog wel. ’s Nachts vraag ik me af waar het kind is gebleven, wat ermee is gebeurd, of het zomaar in het niets is opgelost? Zo voelt het voor mij: ik heb een kind verloren. Er wordt vaak gesproken over ‘vruchtje’, maar zo noem ik het nooit. Zonder abortus was het nu waarschijnlijk een kind geweest."

Mei 2001

Fréderike Geerdink - Journalist