Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Psyche:

15 laatste andere Psyche artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in M/V Zorg:

Seksuoloog Woet Gianotten: "Dat slachtofferige, daar hou ik niet van"



Hij werkte als tropenarts, voert binnenkort zijn tienduizendste abortus uit en heeft in groepstherapieën voor mannen gepraat over het belang van bosjes bloemen. Telkens op zoek naar een nieuwe uitdaging wil hij zich nu volledig concentreren op de medische seksuologie. Arts, psychotherapeut en seksuoloog Woet Gianotten over vriendinnenclubjes, grote auto’s en aandacht voor seks.

Hij haalt een pen uit zijn binnenzak, trekt de blocnote van de interviewer naar zich toe en begint te tekenen. "Kijk", zegt hij, terwijl hij een verticale lijn tekent met, een flink stuk uit elkaar, twee streepjes erop. "Het bovenste streepje is de man, het onderste de vrouw. Zo ver liggen de seksuele behoeftes van mannen en vrouwen doorgaans uit elkaar. Nu zijn deze man en vrouw verliefd en stijgt hun seksuele behoefte." Vanuit de man gaat de streep omhoog, vanuit de vrouw ook, en ze komen zo ongeveer op gelijke hoogte. Maar na een maandje of wat daalt beider behoefte weer, tot op het oorspronkelijke niveau. Nog niets aan de hand. Maar helaas, de twee praten niet en begrijpen elkaar niet echt waar het op seksuele behoefte aankomt. De man wil steeds meer: Gianotten laat de lijn trapsgewijs stijgen. De vrouw steeds minder: haar lijn daalt trapsgewijs. En na een maand of wat liggen ze mijlenver uit elkaar. De man denkt nog maar aan één ding, de vrouw aan één ding juist níet. Hij legt het probleem bij haar (‘Ze wil niet’), zij voelt zich schuldig.

Steen

Een zwartwit beeld, maar nog steeds actueel volgens Gianotten, die als arts, psychotherapeut en seksuoloog werkzaam is in het Universitair Medisch Centrum in Utrecht, het Rotterdamse Dijkzigtziekenhuis en de abortuskliniek in Eidhoven. Ook werkt hij bij de Rutgers Stichting en is hij als consulent verbonden aan verschillende revalidatiecentra.
Hij verbaast zich erover hoe weinig er op sommige vlakken eigenlijk is veranderd sinds de tijd dat hij in Nederland in de seksuologie begon, bijna vijfentwintig jaar geleden. "Ik kom nog zo veel traditionele dingen tegen. Veel mannen vinden dat ze moeten presteren in bed, veel vrouwen vinden nog steeds dat ze gewillig, beschikbaar moeten zijn. Ik geloof trouwens dat dat beeld bij vrouwen mede in stand wordt gehouden door het contact dat vriendinnen vaak hebben. Vriendinnenclubjes kunnen ontzettend rolbevestigend zijn. Een voorbeeld: hoe reageren de meeste vriendinnen als ze horen dat een vriendin door haar man of vriend mishandeld wordt? Met een krachtig ‘Dat moet stoppen!’ en met actie om die vrouw zover te krijgen dat ze haar vriend verlaat? Nee, de mishandelde vrouw kan komen praten en uithuilen, maar dat is dat. Zo helpen vrouwen elkaar niet maar houden ze problemen juist in stand."

"Mensen verdiepen zich niet in hoe de andere sexe in elkaar zit."Wat dat betreft zouden vrouwen volgens Gianotten wel eens wat ‘mannelijker’ mogen reageren. Hij herinnert zich een groepstherapie in de Verenigde Staten, bedoeld voor mannelijke slachtoffers van seksueel misbruik: "Eén van die mannen was zo kwaad op de dader dat hij een steen door de ruit van zijn huis gooide. Een manier van reageren die vrouwen wat mij betreft ook wel wat meer zouden mogen hebben. Wil je een zieke situatie veranderen, dan zul je namelijk zélf actie moeten ondernemen."
Hoe dan ook, over de verschillen die simpelweg bestaan tussen mannen en vrouwen, wordt in relaties nauwelijks gepraat. Gianotten: "Mensen verdiepen zich niet in hoe de andere sexe in elkaar zit. Terwijl het natuurlijk veel invloed heeft, het feit dat mannen gewoon tien keer zoveel testosteron hebben en dus tien keer zoveel behoefte om te penetreren. Dat mannen niet zo’n fijne antenne hebben en allerlei hints die vrouwen geven niet oppikken. Als vrouwen begrepen willen worden, moeten ze duidelijk zijn. Maar dat hebben ze meestal niet geleerd. Ik vraag het in therapiesessies soms aan vrouwen: heb je wel eens een sanctie toegepast als hij hufterig doet? Nee, dat doen ze niet, ze bedekken het liever met de mantel der liefde. En hij, probeert hij haar taal te spreken als hij wil vrijen door bijvoorbeeld niet zo direct te zijn maar eerst de stemming er een beetje in te brengen? Nee, dat doet ‘ie niet."
Gianotten verbaast zich erover, maar hij gaat er niet meer voor op de barricades staan, zoals jaren geleden. "Voor een groepje mannen staan en het belang van een bosje bloemen uitleggen, dat is geen uitdaging meer."

Spierballen

Maar er is toch wel wat veranderd in relaties, de afgelopen vijfentwintig jaar? Jazeker, maar dat heeft bovenstaande problemen niet per se minder gemaakt, volgens Gianotten: "Natuurlijk heeft alle voorlichting op seksueel gebied wel zin gehad, maar tegelijkertijd veranderen relaties ook. Partners verwachten nu veel meer van elkaar dan dertig jaar geleden. De eisen worden hoger en daarmee ook de druk om te presteren. Het beeld dat de media ons voorschotelen, speelt ook een rol. Dat beeld is: als je echt van elkaar houdt, wil je veel seks. Zie je in series ooit écht, op een reële manier, de strubbelingen die het kost om een relatie goed te krijgen en goed te houden? Er blijft de komende tijd absoluut nog genoeg te doen voor seksuologen. Júist voor seksuologen, want als het goed is neigen die er niet, zoals een uroloog, snel naar om de problemen technisch te bekijken, maar ook niet, zoals therapeuten, de oorzaak van problemen vooral in de relationele sfeer te leggen. Een seksuoloog zit daar tussenin."
Een flink succes van de seksuologie in de afgelopen dertig jaar mag trouwens ook niet onvermeld blijven: orgasmeproblemen bij vrouwen komen veel minder voor dan vroeger. "Steeds minder vrouwen hebben het idee dat ze van geslachtsgemeenschap klaar moeten komen, steeds meer vrouwen weten hoe ze wel een hoogtepunt kunnen bereiken."

Zij wilde niet, dat was het probleem volgens de man. En dat vond hij maar raar, want zijn vriendin wilde wel altijd met hem vrijen.Dat laatste, voegt Gianotten eraan toe, is overigens wel in de eerste plaats het geval bij autochtone vrouwen. Bij grote groepen allochtonen leven nog veel meer ‘oude’ ideeën over seks en is het voor mannen en vrouwen soms nog moeilijker elkaars taal te spreken dan voor Nederlanders. Zo kwam er nog niet zo lang geleden een Turks echtpaar in therapie. Zij wilde niet, dat was het probleem volgens de man. En dat vond hij maar raar, want zijn vriendin wilde wel altijd met hem vrijen. "Dat zei hij zomaar, zonder blikken of blozen waar zijn vrouw bijzat", herinnert Gianotten zich. "Die man was een enorme macho, met een grote auto, spierballen, veel gouden ringen. Ik heb hem moeten uitleggen dat al die dingen voor zijn vrouw waarschijnlijk niet zoveel betekenen, dat voor een goed seksleven een groot respect vaak belangrijker is dan een grote auto. En dat het niet van veel respect voor zijn vrouw getuigde dat hij verkondigde dat zijn minnares wél altijd zin had. Zijn vrouw leefde op bij die woorden, was helemaal opgelucht dat dat ter sprake kwam. De respectloosheid die in bij sommigen zie, daar heb ik het wel moeilijk mee. Die verschillende culturen brengen me in verwarring, maar tegelijkertijd vind ik het spannend en uitdagend om te zien welke codes er gelden in al die culturen die in Nederland leven."

EO-beelden

Gianotten heeft in zijn loopbaan heel verschillende uitdagingen gekend. Vierentwintig jaar geleden kwam hij in Nederland na jaren als tropenarts in verschillende Afrikaanse landen gewerkt te hebben. Hij ging de seksuologie in: "Dat fascineerde me, ik vond het een vakgebied waar nog veel gebeuren moest. In die tijd ben ik bijvoorbeeld begonnen met mijn werk als abortusarts. In die tijd was het nog niet zo gebruikelijk dat de partner van de vrouw die de abortus liet doen, bij de ingreep aanwezig was. Ik twijfelde ook wel of ik de man erbij wilde, of ik wel wilde dat hij over mijn schouder mee zou kijken. Maar voor de verwerking leek het me toch goed als de man erbij zou zijn. Veel verpleegkundigen waren daar geen voorstander van. Er werd namelijk niet altijd even vriendelijk over mannen gepraat in de behandelkamer. De vrouw werd bijvoorbeeld toegesproken met ‘Die mannen hebben het maar makkelijk hè?’. Daar ben ik fel tegenin gegaan. Een abortus is voor een man níet makkelijk, net zoals het bijvoorbeeld voor een moeder niet makkelijk is als haar kind wordt geprikt bij een inenting. Je wilt de pijn overnemen, maar dat kan niet. Er speelt denk ik nog iets anders: al staat een man achter de beslissing een abortus te doen, diep in zijn hart is hij vaak blij dat ze vruchtbaar zijn, dat ze het kúnnen, een vrouw zwanger maken. Voor zulke gevoelens moet ook ruimte zijn."

"Ik wil in de hulp die ik geef graag op een positieve manier gebruik maken van mijn eigen sexe."Gianotten heeft met zijn lange ervaring in de abortuspraktijk ("De volgende keer dat ik naar de Eindhovense kliniek ga, voer ik voor de tienduizendste keer een abortus uit en heb ik vrouwen van honderddertig verschillende nationaliteiten geholpen. Dat heb ik altijd precies bijgehouden.") vaak snel door als een vrouw abortus wil omdat ze zwanger is geworden door incest of verkrachting. Dan stelt hij altijd voor dat de vrouw ook een andere dag kan terugkomen voor de ingreep, als er een vrouwelijke arts aanwezig is.
Maar er zijn er maar weinig die daar voor kiezen. Gianotten: "Ik wil in de hulp die ik geef graag op een positieve manier gebruik maken van mijn eigen sexe. Mijn visie als man kan in zo’n situatie meerwaarde hebben. Zo vind ik het bij een abortus van een vrouw die is verkracht, belangrijk dat ík vertel wat er tijdens de ingreep allemaal precies gebeurt en niet de verpleegkundige. Ik blijf praten, en hoewel ik ook niet precies weet hoe het werkt, blijkt dat vrouwen dan minder snel dissociëren."

Afscheid

Binnenkort, in september, stopt hij met zijn werk als abortusarts. ‘De ingreep op zich is natuurlijk al lang routine. Wat het werk boeiend maakt, zijn de mensen, de emoties. De verwarring die je ziet als iemand ongewenst zwanger is geworden, de ontspanning als het voorbij is. Door de jaren heen heb ik meer geleerd te kijken naar de verwerking van een abortus en het afscheid dat een vrouw neemt van de zwangerschap. Lange tijd leek het me bijvoorbeeld niet zinvol aan de vrouw te vragen of ze wilde zien wat er was weggehaald. Dat zou het alleen maar moeilijker maken, dacht ik, net zoals die EO-beelden van ‘vermoorde’ baby’s. Ook tijdens de ingreep meekijken op de echo leek me voor de vrouw niet verstandig. Tot het besef doordrong dat het voor een vrouw juist goed kan zijn dat allemaal wél te zien. Zodat ze die EO-beelden juist van zich af kan zetten. Veel abortussen in Nederland worden heel vroeg uitgevoerd en dan herken je echt geen baby in het weggehaalde weefsel. Juist door de mogelijkheid te geven alles te zien, ben je al tijdens de abortus bezig met rouwverwerking en afscheid. Dat is heel bijzonder.’

Maar bijna vijfentwintig jaar abortussen uitvoeren is lang, en zelfs de mensen en de emoties die er zo’n grote rol in spelen, zorgen niet meer voor een uitdaging. Het is mooi geweest. Hij heeft nog een jaar of wat te gaan voor zijn pensioen en tot die tijd heeft hij zich nog één groot doel gesteld: het realiseren van een opleiding voor medisch seksuologen. Een vrij onontgonnen gebied nog, waar hij zich helemaal op wil storten. Hij is inmiddels als consulent verbonden aan verschillende revalidatiecentra en bij de Rutgers Stichting in Utrecht is hij betrokken bij het seksuologisch spreekuur voor chronisch zieken en gehandicapten. Een problematiek waarbij aandacht moet zijn voor lichamelijke, psychische en omgeving factoren, maar, verklaart Gianotten zijn huidige seksuologische richting, "in de medische seksuologie heb je dat hele gezeik niet over de vraag of problemen nu psychisch of medisch zijn".

"Eigenlijk zou elke arts naar seksualiteit moeten vragen als daar maar enigszins aanleiding voor is."Hij vervolgt: ‘Man-vrouw verschillen zijn er ook veel minder belangrijk, hoewel die in de seksuologie natuurlijk altijd een rol spelen. In de medische seksuologie werk je vooral met mensen die willen werken aan hun probleem, en dat spreekt me wel aan. Want dat slachtofferige, daar hou ik niet zo van.’
In de medische seksuologie gaat het erom te kijken welke gevolgen medische problemen, zoals het hebben van een stoma, kanker, reuma of borstkanker, hebben voor het functioneren op seksueel gebied. Daar is bij veel artsen en verpleegkundigen nog niet veel aandacht voor en dat wil Gianotten graag veranderen. "Eigenlijk zou elke arts naar seksualiteit moeten vragen als daar maar enigszins aanleiding voor is. Zo help je een patiënt aandacht te vragen voor eventuele problemen."
Waarmee trouwens niet is gezegd dat iedereen, ook een chronisch zieke of een gehandicapte, tot op hoge leeftijd een spetterend seksleven moet hebben. Gianotten: ‘Kijk bijvoorbeeld eens naar libidoverlies in de overgang. Het komt natuurlijk voor dat een vrouw bij het bereiken van de menopauze ontzettend opgelucht is dat ‘het nu niet meer hoeft’. Dat moet je respecteren. Seks hoeft niet, maar aandacht voor seks wel.’

Oktober 2001

Fréderike Geerdink - Journalist