Artikelen Boeken Brochures Workshops Links Contact Nieuwsbrief Home
Onderwerpen in Psyche:

15 laatste andere Psyche artikelen:
Meer...
Zoeken:

Linken naar deze pagina?

Gepubliceerd in Leef!:

Een nieuwe levensfase, óók voor mannen



Opvliegers, nachtzweten, stemmingswisselingen, minder zin om te vrijen: de overgang heeft zo zijn beruchte kenmerken. Maar het is ook een levensfase die veel vrouwen als vernieuwend en verrijkend ervaren. Ze leren andere kanten van zichzelf kennen en maken nieuwe keuzes. Dat geldt ook voor mannen, al is het woord ‘overgang’ aan hen niet besteed.

Natuurlijk is er de karikatuur van de man van middelbare leeftijd die zijn oude vertrouwde leven overboord zet en vrouw inruilt voor jonge blom en de degelijke auto voor een snelle bolide, die een nieuw gezin begint en onder het plastisch chirurgische mes zijn jonge uiterlijk hervindt. Zonder te ontkennen dat het gebeurt, vindt bij veel mannen een verandering plaats die meer van binnen dan van buiten zit. Psycholoog en ‘vader-specialist’ Vincent Duindam gelooft er wel in: “Voor mannen van middelbare leeftijd verandert er veel. Ze hebben vaak hard gewerkt en komen erachter dat hun plaats op de arbeidsmarkt steeds meer wordt ingenomen door de jongere generatie. Hun carrière loopt ten einde. Dat zet ze aan het nadenken over andere dingen in het leven. Vaak gaan ze meer de waarde inzien van de ‘zachte kant’ en gaan ze zich meer concentreren op hun familie, eventuele kleinkinderen, dat soort dingen.”
Frappant is dat het bij vrouwen nogal eens precies andersom werkt, vertelt Catherine van Heest, verpleegkundige, overgangsconsulente en directeur van Care for Women, de overkoepelende organisatie van overgansconsulenten. Vrouwen van eind veertig, begin vijftig beseffen vaak ineens dat het feit dat de kinderen de deur uitgaan, niet betekent dat hun rol in het leven is uitgespeeld. Integendeel: vaak zien ze juist dán in dat ze nog jong genoeg zijn om bepaalde keuzes in hun leven te maken en dingen te ondernemen.”
Als voorbeeld noemt ze de vrouwen die een nieuwe wending geven aan hun werk en bijvoorbeeld meer gaan werken, of meer tijd maken voor vriendinnen en bijvoorbeeld ook eens zonder hun partner op vakantie gaan, of een hobby oppakken waar ze eerder niet aan toe kwamen. “Dergelijke veranderingen zijn voor de vrouwen die nu in de overgang zitten, vaak behoorlijk ingrijpend”, zegt Van Heest. “Het is over het algemeen toch de generatie die nog met de oude rollenpatronen voor mannen en vrouwen is opgegroeid en juist in een fase als de overgang nemen ze de beslissing eens wat meer úit die rol te stappen.”

De afname van testosteron kan wel bijdragen aan allerlei problemen waar mannen op oudere leeftijd vaak mee te maken krijgen.Bij vrouwen gaat die ‘sociale’ overgang deels hand in hand met de lichamelijke overgang, waarbij het gehalte oestrogeen in het lichaam snel afneemt en zorgt voor de bekende overgangsklachten. Bij mannen is die lichamelijke verandering minder duidelijk. Het mannelijke hormoon testosteron vermindert wel, maar dat proces gaat heel geleidelijk en loopt van pakweg het veertigste tot op hoge leeftijd door. De afname van testosteron kan wel bijdragen aan allerlei problemen waar mannen op oudere leeftijd vaak mee te maken krijgen. Erectieproblemen en minder zin om te vrijen bijvoorbeeld, maar ook minder bekende verschijnselen als depressiviteit, slapeloosheid, vergeetachtigheid en zelfs botontkalking komen voor.
Langlopend, wetenschappelijk verantwoord onderzoek is er nog niet naar gedaan, maar emeritus hoogleraar endocrinologie (hormonen-leer) A. Smals van de Katholieke Universiteit Nijmegen is ervan overtuigd dat de problemen die mannen in de ‘overgang’ ondervinden, vaak niet serieus worden genomen. “Mannen krijgen te horen dat ze moeten accepteren dat ze geen jonge jongen meer zijn. Natuurlijk is het normaal dat bijvoorbeeld de zin om te vrijen afneemt als je ouder wordt, maar er is een groep mannen bij wie het testosterongehalte abnormaal sterk daalt en die niet gehoord wordt.” Ook opvliegers en nachtzweten zou bij deze mannen voorkomen. Hoe groot de groep is, kan Smals niet zeggen, maar voor hij met emeritaat ging, zag hij het aantal mannen met klachten in zijn praktijk duidelijk toenemen. “Ik denk dat die geholpen zouden kunnen worden met een hormoonpleister met testosteron”, zegt hij. “Daar zou eens goed wetenschappelijk onderzoek naar moeten worden gedaan.”

Sommige vrouwen komen de overgang fluitend door met slechts af en toe een opvlieger.Overigens: zoals lang niet alle mannen lichamelijke klachten hebben, heeft ook niet iedere vrouw er last van. Over mannen zijn geen cijfers beschikbaar, maar bij vrouwen ligt het percentage dat last heeft van klachten, rond de tachtig procent. Sommigen worden elke nacht badend in het zweet wakker, anderen komen de periode fluitend door met slechts af en toe een opvlieger. Maar dat er een nieuwe levensfase aanbreekt waarin nieuwe keuzes gemaakt kunnen worden, geldt voor het gros van de vrouwen én de mannen. Verpleegkundige en overgang-deskundige Catherine van Heest: “Ze beseffen dat ze nog veel kansen hebben en feitelijk nog in de bloei van hun leven zijn.”


Voorzichtig met hormonen

Onlangs bleek uit een groot Brits onderzoek dat vrouwen die tijdens en na de menopauze hormonen slikken, een flink verhoogde kans hebben op borstkanker. Dat geldt voor zowel de combinatietherapie van oestrogeen én progestron als voor de behandeling met alleen oestrogeen. Het onderzoek is alarmerend, maar vooralsnog geen reden de hormoontherapie bij overgangsklachten voorgoed in de ban te doen. Als opvliegers en zweetaanvallen het dagelijks functioneren ernstig beperken, is gebruik van hormoonpillen gedurende een half jaar verantwoord. Daarna is het goed te stoppen en te kijken of de klachten in dezelfde ernst terugkomen. Zo ja, dan moet in overleg met de huisarts worden bepaald of het verantwoord is de hormonen nog een half jaar te nemen.
Wie veel last heeft van de overgang, kan proberen de klachten te verminderen door stress te vermijden. Méér stress betekent namelijk méér hormonale problemen. Dat zit zo: tijdens de overgang worden de eierstokken steeds minder actief, na de overgang maken ze helemaal geen oestrogeen meer. Omdat het lichaam nog wel oestrogenen nodig heeft, neemt de bijnier de productie ervan over. Die bijnier is ook verantwoordelijk voor de aanmaak van adrenaline, een stof die vrijkomt bij stress. Wie veel stress heeft, zet de bijnier aan tot het maken van adrenaline, waardoor het orgaan minder vermogen overhoudt om oestrogeen aan te maken. En minder oestrogeen betekent vaak méér overgansverschijnselen.



Elisabeth Kamp (52): “En nu ben ík aan de beurt!”
“Sinds drie jaar heb ik mijn eigen bedrijf. Het loopt ontzettend goed en daar ben ik ontzettend trots op. Ik geniet van mijn werk. Niet alleen omdat ik het zo ongelooflijk leuk vind om te doen, maar ook omdat ik de jaren daarvoor nooit zo veel aan mezelf toe kwam. Mijn man en ik hebben drie kinderen en de zorg voor hen heeft me altijd opgeslokt. Op een gegeven moment – de oudste twee puberden en de jongste, een nakomertje, bleek een hartafwijking te hebben – ben ik zelfs helemaal gestopt met werken. Voor ik weer ging studeren en mijn eigen zaak begon, werkte ik parttime als secretaresse. Een leuke baan hoor, maar weinig uitdagend en ik had het gevoel dat ik meer in mijn mars had. Nu twee kinderen de deur uit zijn, heb ik de ruimte mezelf te ontdekken. Ik vind ook dat ik het verdiend heb na al die jaren zorg voor anderen. Nu ben ík aan de beurt, zo voelt het.
Ondertussen heb ik ook last van de lichamelijke overgang. Tot begin dit jaar heb ik gewoon gemenstrueerd, nu is mijn laatste menstruatie alweer een paar maanden geleden. Ik hoopte nog dat alle verschijnselen die erbij horen aan mij voorbij zouden gaan, maar helaas: ik heb soms wel tíen opvliegers per dag. Dat is wel vervelend in mijn werk. Mijn stemming wisselt ook meer dan normaal. Nee, ik ga er geen hormonen voor slikken. Zo erg is het niet en ik wil geen risico’s nemen. Ik ben nu aan het uitzoeken of er ook alternatieve manieren zijn om me wat beter te voelen.”


Marco Broers (49): “Ik moest wel even slikken”
“De ‘sociale’ overgang herken ik wel. Wat werk betreft verwacht ik niet meer zo veel van mezelf. Ik moest wel even slikken toen tot me doordrong dat het te laat is om mijn carrière nog een hele nieuwe wending te geven. Ik heb nooit zo’n flitsende carrière gehad. Ik ben maatschappelijk werker geweest en heb daarna de overstap naar het onderwijs gemaakt, maar hoewel dat leuke, zinvolle banen zijn, had ik nooit het gevoel dat mijn werk écht bij me paste. Ik ben altijd een beetje zoekende geweest en dacht dat ik dé baan nog wel zou vinden, maar nu is die kans niet meer zo groot. Jammer, maar ik zit er nu niet meer zo mee. Ik probeer mijn huidige baan zo interessant mogelijk te maken en geniet nog even van de laatste twee, drie jaar dat onze jongste dochter nog thuis woont. Ik ben trouwens blij dat ik altijd erg betrokken ben geweest bij het opvoeden van onze kinderen. Mijn vrouw werkt meer dan ik en ik was door mijn werk vaak ’s middags thuis als ze uit school kwamen. Ik heb me nooit alleen maar op het werk gestort. Misschien dat ik er daarom niet te lang een punt van heb gemaakt dat die interessante carrièrewending er nooit is gekomen.”


Boekenlijstje

* Ook mannen worden ouder
, door Robert Tan, uitgeverij Elmar, ISBN 90-389-1304-4.
* De dolle overgangsjaren van de vrouw, door Jan King (een vrouw), uitgeverij Deltas, ISBN 90-447-0023-5, € 14,95
* De overgangsjaren van de vrouw, door Friedhelm Struben, uitgeverij Delta, ISBN 90-243-7470-7, € 14,95
* De overgangsjaren van de man, door Elisabeth Fischer, uitgeverij Delta, ISBN 90-243-8090-1, € 14,95


December 2003

Fréderike Geerdink - Journalist